Schriftelijke vragen over Rijksrechercheonderzoek naar schrijfproeven in het kader van de Deventer moordzaak en het klachtrecht bij het Openbaar Ministerie.
Schriftelijke vragen aan E.M.H. Hirsch Ballin, Minister van Justitie over Rijksrechercheonderzoek naar schrijfproeven in het kader van de Deventer moordzaak en het klachtrecht bij het Openbaar Ministerie.
1 februari 2010
-
1)Is het waar dat mevrouw W. heeft verklaard en bevestigd door middel van aantekeningen in haar agenda (1) dat de ontbrekende tekst op de achterzijde van blad 1 moet zijn geschreven? (2) Is het waar dat haar advocaat heeft verklaard dat door hem geen onregelmatigheden werden waargenomen en dat de rechercheur die de schrijfproef afnam heeft verklaard dat zich bij de proef geen bijzonderheden hebben voorgedaan (3) (4) (5)?
-
2)Is het waar dat de Rijksrecherche heeft geconstateerd dat op geen der achterzijden van de geschreven pagina’s schrift stond en dus ook niet de ontbrekende passage? (6) Hoe beoordeelt u de verklaring van mevrouw W.?
-
3)Waarom meldt het Openbaar Ministerie (OM) in het persbericht wel dat de vriendin verklaart op de achterzijde te hebben geschreven en meldt het OM niet dat de Rijksrecherche geconstateerd heeft dat dit niet waar is? (7) Waarom wordt de verklaring van mevrouw W. als oplossing gepresenteerd voor het raadsel van de ontbrekende regels, maar het bewijs voor de valsheid van die verklaring niet?
-
4)Welke bewijzen en/of aanwijzingen (verklaringen, aantekeningen e.d.) ondersteunen de hypothese van de Rijksrecherche dat de vriendin het eerste blad heeft overgeschreven? (8) Acht u het overschrijven van een dicteetekst tijdens een schrijfproef “conform de richtlijnen opgesteld door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI)”, zoals de betrokken verbalisant dit in zijn proces-verbaal noemt? Zo nee, wat is dan uw conclusie ten aanzien van de geldigheid van een dergelijke schrijfproef?
-
5)Waar in het rapport van de Rijksrecherche is vastgesteld dat de herstelactie, zoals gemeld in het persbericht van het OM, is uitgevoerd? Waaruit bestond de herstelactie precies?
-
6)Waarom is er door de Rijksrecherche geen nader onderzoek gedaan naar de door de Rijksrecherche ook genoemde fraudehypothese, als de doelstelling juist was om de mogelijkheden van fraude te onderzoeken dan wel uit te sluiten? (9)
-
7)Is het waar dat de Rijksrecherche heeft geconstateerd dat de tijdstippen zoals die door betrokken verbalisanten zijn geverbaliseerd niet kunnen kloppen? (10) Is het waar dat dit tegenover de Rijksrecherche is erkend door de coördinerende leider van het schrijfproefonderzoek? (11) Waarom is geen nader onderzoek uitgevoerd naar de ongerijmde tijdstippen en de redenen van de onjuistheden in de processen-verbaal?
-
8)Wat is uw reactie op de vraag waarop uw antwoord (12) gebaseerd is, als uit het Rijksrechercherapport blijkt dat:
-
•voor de ontbrekende passage een herstelhypothese is opgesteld welke niet alleen strijdig is met de richtlijnen van het NFI maar bovendien met de gevonden feiten uit het onderzoek (verklaringen, processen verbaal, aantekeningen);
-
•voor de ontbrekende passage de fraudehypothese niet is onderzocht en ontkracht;
-
•geen onderzoek is verricht naar de tijdstippen en data in de processen verbaal;
-
•en er een aantal tegenstrijdigheden en inconsistenties zijn in de tegenover de Rijksrecherche afgelegde verklaringen? (13)
-
9)Kunt u beschrijven hoe het intern en extern klachtrecht met betrekking tot het OM (inclusief de Rijksrecherche) is geregeld?
-
10)Hoe beoordeelt u het functioneren van het klachtrecht met betrekking tot het OM?
(1) Pagina 95 Rapport Rijksrecherche-onderzoek Velduil rapport nr. 20080099 “Binnen een aantal dagen nadat de schrijfproef is afgenomen heb ik deze aantekeningen gemaakt”: “schreef fout op eerste blad achterkant mocht niet doordrukken”
(2) Pagina 94 Rapport Rijksrecherche-onderzoek Velduil rapport nr. 20080099. “Ik denk dat dit komt omdat ik op de achterzijde verder heb geschreven...” “..Pagina 97 “Ik denk dat de ontbrekende tekst dus op de achterzijde van de originele schrijfproef staat”.
(3) Pagina 17 Rapport de getuigen Roemburg en Vlug verklaarden aan ons verbalisanten dat zij zich hieromtrent (red. ontbreken van tekst) niets konden herinneren”
(4) Procesverbaal van Roemburg d.d. 6 april 2006 “Tijdens de schrijfproef was aanwezig..... Tijdens deze schrijfproef deden zich geen bijzonderheden voor”. Procesverbaal van Roemburg d.d. 7 april 2006 “ alle schrijfproeven zijn conform de richtlijnen NFI afgenomen”
(5) Pagina 16 Rapport Rapport Rijksrecherche-onderzoek Velduil rapport nr. 20080099 “Wat betreft de ontbrekende passage in de verklaring van Mevr. Wittermans verklaarde van Roemburg nogmaals zich dat niet te kunnen herinneren”
(6) Pagina 17 Rapport Rijksrecherche-onderzoek Velduil rapport nr. 20080099 “Bij onderzoek van de ons (red. verbalisanten Rijksrecherche) ter beschikking staande originele schrijfproef N2 zagen wij verbalisanten echter dat op geen der achterzijden van de geschreven pagina’s schrift stond en dus ook niet de ontbrekende passage in de door Mevr. Wittermans geschreven proef.”
(7) Openbaar Ministerie: “Samenvatting onderzoek schrijfproeven Rijksrecherche”
http://www.om.nl/map_bijlagen/samenvatting/
(8) Pagina 17 Rapport Rijksrecherche-onderzoek Velduil rapport nr. 20080099 punt 7.10.1.
(9) Pagina 17 Rapport Rijksrecherche-onderzoek Velduil rapport nr. 20080099 “Het feit dat een passage ontbrak in de door Mevr. Wittermans geschreven schrijfproef zou ook de basis kunnen vormen voor een hypothese met een frauduleuze strekking zoals verondersteld door de heren Dankbaar en Beetz”
(10) Pagina 15 Rapport Rijksrecherche-onderzoek Velduil rapport nr. 20080099 Van den Hazel: “Op 30 maart 2006 te 11.00 had ik een afspraak met van Roemburg te Zwolle”.
Proces verbaal 6 april 2006 van Mevr. Bulder “Op donderdag 30 maart 2006 omstreeks 11.00 werd door mij verbalisant Bulder op verzoek van van Roemburg ... een schrijfproef afgenomen”.
Verhoor van Roemburg 17 maart 2009: “Ik was steeds in de buurt waar de proeven werden gehouden, kom in zelfde kantoor in aangrenzende ruimte”
Proces verbaal Mevr. Bulder 18 april 2008 “Op donderdag 30 maart 2006 heb ik op verzoek van van Roemburg een schrijfproef afgenomen.... De schrijfproef vond plaats in het politiebureau gevestigd aan de Lange Amerikaweg 66 te Apeldoorn”
(11) Pagina 16 Rapport Rijksrecherche-onderzoek Velduil rapport nr. 20080099 “Nadat hij [van Roemburg] geconfronteerd was met de tijdlijn van 30 maart 2006 verklaarde van Roemburg dat deze hem inderdaad niet logisch voorkwam maar hij kon daar geen uitsluitsel over geven”
(12) Kamerstuk 31 700 VI, nr. 153
(13) Brief aan de Hoofdofficier van Justitie te Zwolle/Lelystad d.d. 14 september 2009
http://www.deventermoordzaak.com/documenten/20090914rectificatie.pdf
Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie
‘Naar boven kijken in de Trêvezaal’
lees verder


