Luister naar deze pagina met proReader

Herdenkingsrede Indië-monument Leiden 04/09/'07

Veteranen, nabestaanden, dames en heren,

Vorige week bracht ik als lid van de Tweede Kamer voor de tweede keer een troepenbezoek aan de militairen die vorig jaar door de Nederlandse regering naar Afghanistan zijn gestuurd.

Een indrukwekkend bezoek aan een verscheurd land, een land dat al drie decennia oorlog en onrust kent. De problematiek van die afgelopen 30 jaar valt niet makkelijk te duiden. De gemiddelde Afghaan is na de Russen, de Mujahedeen, de Taliban, de Amerikanen en nu de NAVO wantrouwend. Wantrouwend om weer in de steek gelaten te worden. Het zal nog zeker een generatie kosten om dit land weer enigszins op te bouwen.

In veel Westerse landen zijn militaire missies de afgelopen jaren omstreden. Bosnië, Irak en nu Afghanistan. Opvalt is dat de publieke opinie sterk bepalend is voor het gedrag van politieke leiders. Het wordt zelfs inzet van verkiezingen, zoals nu in de Verenigde Staten.

Hoe anders was dit 60 jaar geleden. Jonge mannen, veelal dienstplichtig, gingen na een door WOII ontregelde jeugd, naar Indië.

De media kende nog niet de dynamiek van vandaag de dag. Waarbij wij ongeveer live kunnen meemaken hoe een oorlog verloopt.

60 jaar geleden had de communicatie met thuis soms weken vertraging en waren zelfgemaakte LP's met ingesproken teksten het hoogtepunt van vernieuwing.

Nu is er 24 uur radio en gratis mobiel telefoonverkeer.

De opvang bij thuiskomst was onvergelijkbaar bij de ondersteuning die een militair tegenwoordig ter beschikking staat.

Waar de thuiskomers uit Uruzgan eerst een paar dagen mogen bijkomen op Kreta, voldeed 60 jaar geleden een sinasappel wanneer je afmeerde in de Rotterdamse haven.

De kennis over het precieze hoe en waarom van de strijd in Indië was bij velen niet bekend. Wat was de kennis bij de gemiddelde soldaat over een kolonie die onafhankelijkheid bevocht.

Toch werden de soldaten toen en nu uitgestuurd volgens democratisch genomen besluiten. Toen heette dat nog "voor God, Koningin en Vaderland".

Het is moeilijk, zo niet onmogelijk om je eigen geschiedenis te beoordelen, zeker wanneer die geschiedenis nog springlevend is. Nu al weten sommigen zeker dat wij goed werk doen in Afghanistan en anderen beweren met dezelfde stelligheid dat we er nooit aan hadden moeten beginnen.

Zo ook is het de Indië-veteraan vergaan. Na 60 jaar zijn we er nog steeds niet over uitgesproken, over die periode:1945-1952. Voor sommigen komt de verwerking zelfs pas nu, na die decennia. In de herfst van je leven is het soms moeilijk geconfronteerd te worden met oordelen en zelfs veroordeling van jouw jeugd.

Als oud-burgemeester van Wageningen heb ik ervaren hoe belangrijk het is om veteranen te eren. Een plek te geven, niet alleen in het verleden, maar ook in het heden. Nederland gaat vaak slecht om met zijn verleden. Ook deze zomer in Bretagne kon ik weer met eigen ogen zien dat elk gehucht, hoe klein ook, het verleden levend houdt. Midden in de gemeenschap: een standbeeld, een plaquette, prominent.

Discussie over de wenselijkheid van missies mag, moet zelfs. Terugkijken en oordelen moet ook. We moeten van onze geschiedenis willen leren. Maar niet over de al het zwaarst belaste rug van diegenen die het democratisch besluit moesten en moeten uitvoeren.

Bijna tien jaar geleden hoorde ik voor het eerst over het initiatief om in Leiden een monument op te richten. Een plek van herdenking voor 26 Leidse jongens die niet levend zijn teruggekeerd uit Indië. Een plek ook van bezinning.

Er volgde een lang en soms pijnlijk proces. Ook toen nog was de Leidse politiek sterk verdeeld. Ik herinner me vele bijeenkomsten op het stadhuis. Met mannen, allemaal van de leeftijd van mijn vader. De omslag in het denken kwam met het ontwerp. Niet een heroïsch militair verleden moest worden uitgebeeld. Nee, een gat. Een voelbaar en zichtbaar gat tussen diegenen die wel teruggekeerd waren. "Een afscheid zonder thuiskomst"

De onthulling van dit monument op 23 oktober 1999 zal ik nooit vergeten. Ook zal ik niet snel vergeten de duikploeg die het beeld weer moest opvissen, de besmeuring en de slijptol. Niets werd het monument bespaard. Het monument niet, maar de veteranen ook niet.

Vandaag wil ik na al die jaren, nu de rust wat is teruggekeerd, mijn waardering en bewondering uitspreken voor de leden van het comité ter oprichting van dit monument. De aanslagen op het monument werden beantwoord, niet met woede of frustratie, maar met het aanbod om op scholen te komen praten. Ervaringen te delen met de jongste generatie. Je moet het maar kunnen.

Op de terugweg uit Afghanistan zat ik in het vliegtuig met daarin het stoffelijk overschot van de omgekomen sergeant Martijn Rosier, echtgenoot en vader van drie kinderen en een baby op komst.

Ik hoop dat het debat over verlening van die missie waardig wordt gevoerd. Landen als Nederland zullen in deze eeuw vaker worden gevraagd zich in te zetten voor vrede en veiligheid. En terecht.

Ik hoop ook dat dit monument, naast de voormalig kazerne bij de Morspoort, een plek van herdenking en bezinning blijft. De omgekomen Leidse jongens verdienen dat en wij hebben zo'n plek hard nodig.

 


mail deze pagina naar een vriendprint pagina

Alexander Pechtold over zijn boek: 'Henk, Ingrid en Alexander'
afspeelknop

online netwerken

Hyves PechtoldLinkedIn AlexanderTwitter alexander pechtoldyoutube.complein66.nl
Blog Alexander Pechtold

‘Naar boven kijken in de Trêvezaal’

Vandaag een bijzondere dag in Den Haag. Een vrolijke dag, ook al is het weer een beetje druilerig, want het kabinet Rutte is vandaag door de Koningin beëdigd. Vanochtend hadden ze hun eerste bijeenkomst in de Trêvezaal. ...
lees verder