Luister naar deze pagina met proReader

Voorbij de eigen kracht van mensen

Comazuipende jongeren halen met enige regelmaat het nieuws. Maar ook in het algemeen wordt er steeds meer alcohol gedronken in de Nederlandse samenleving. En dat veroorzaakt veel over- en ziektelast. Het is tijd voor drastische maatregelen.

Door Frans Jennekens en Aag Jennekens-Schinkel

In 2002 en 2003 werd in Nederland per hoofd van de bevolking ongeveer 8 liter alcohol gedronken [1]. Dat was minder dan het gemiddelde in 27 Europese landen (9 liter) maar meer dan het wereldgemiddelde (6 liter). De cijfers over ziekenhuisopnames van jongeren (gemiddelde leeftijd 15 jaar) vanwege alcoholintoxicatie stijgen: ongeveer 250 in 2007, meer dan 500 in 2009 [2]. Het aantal 55-plussers dat zich met een verzoek om hulp wendt tot de verslavingszorg is in de periode 1999 tot 2008 meer dan verdubbeld [3]. In 2007 gebruikte één op elke tien Nederlanders van 12 jaar en ouder zwaar, dat wil zeggen minimaal eenmaal per week, zes glazen of meer alcohol houdende drank [4]. 

In dit artikel betogen wij dat deze beschikbare cijfers aantonen dat het beleid van de Nederlandse overheid over het afgelopen decennium niet heeft geresulteerd in navenant minder alcoholgebruik. Wij betogen specifiek dat D66 effectieve maatregelen van de overheid veeleer heeft afgeremd dan gestimuleerd.

Ziektelast

Tussen de hoeveelheid alcohol die in een land of door een bevolking wordt geconsumeerd en de met alcoholgebruik verbonden ziektelast bestaat een nauw verband [5]. Jaarlijks sterven ongeveer 750 landgenoten aan primair door alcohol veroorzaakte ziekten, zoals alcoholische leververschrompeling en alcoholische alvleesklierontsteking (pancreatitis). Tenminste duizend anderen sterven door ziekten waaraan overmatig alcoholgebruik heeft bijgedragen. Voorbeelden zijn verschillende vormen van kanker (onder andere in mond, keel, slokdarm of borst) en verkeersongevallen van mensen ‘onder invloed’. De sterfte door alcohol was in 2006 ongeveer 25% hoger dan in 1996 [6]. Vooral mannen in het leeftijd van 50 tot 70 jaar overlijden door langdurig overmatig alcoholgebruik; in welvarende landen zoals Nederland maken vrouwen een ‘inhaalslag’.

Voorts zijn er door alcohol ontstane ziekten waaraan men niet overlijdt, maar waarvan men ook niet herstelt. Volgens een schatting van het Korsakov Kenniscentrum zijn er in Nederland ongeveer 7000 Korsakov-cliënten. Verder loopt door alcoholgebruik tijdens de zwangerschap de foetus kans op hersenbeschadiging en riskeert de moeder dat zij een kind ter wereld zal brengen met een stoornis die wordt samengevat onder het paraplubegrip foetal alcohol spectrum disorder (FASD). Zwakke intellectuele begaafdheid is daarvan een belangrijk kenmerk. Over het aantal kinderen met FASD ontbreken Nederlandse cijfers maar afgaande op gegevens uit Duitsland (waar meer alcohol wordt gedronken dan hier) en de Verenigde Staten (waar minder wordt gedronken) worden in ons land per jaar ongeveer 400 kinderen met een vorm van FASD geboren [7]. 

Preventie door overheidsmaatregelen

De door alcohol veroorzaakte ziektelast is geen gegeven waarbij men zich heeft neer te leggen. Men legt zich in onze samenleving ook niet neer bij andere ziekten. De vergelijking met verkeersslachtoffers dringt zich op: omstreeks 1960 waren er jaarlijks meer dan 3.000 doden en grote aantallen hersenbeschadigde mensen in afdelingen neurologie van ziekenhuizen en in verpleeghuizen. Nu zijn er jaarlijks ongeveer 700 doden en is verdere daling in zicht [8]. Die winst is mede geboekt doordat Nederlanders bereid waren beperkingen te accepteren (veiligheidsriem, verkeersregels). Op vergelijkbare wijze kan onze samenleving beperkingen accepteren om afhankelijkheid van alcohol te voorkomen en om het risico op door alcohol veroorzaakte ziekten te verminderen. Beperking van alcoholgebruik heeft tal van bijkomende voordelen: een groter aantal productieve uren per dag, meer creativiteit door nuchter denken, grotere veiligheid op straat in de avonduren, minder criminaliteit, minder noodzaak tot repressie, minder kosten.     

Onder deskundigen bestaat nauwelijks verschil van mening over de maatregelen waarmee door alcohol veroorzaakte ziekten en ziektelast kunnen worden bestreden. De volgende maatregelen zijn aantoonbaar effectief:

(a) Het verhogen van accijns op alcoholhoudende dranken. Recent werd geopperd een vaste minimumprijs vast te stellen voor eenheden alcoholhoudende dranken [9]. Een dergelijke maatregel heeft weinig nadeel voor matig drinkende personen en belemmert groot alcoholgebruik door jongeren;

(b) Beschikbaarheidbeperking van alcoholhoudende drank. De mogelijkheden daartoe zijn vele, denk aan het verminderen van het aantal verkooppunten, het vervroegen van het sluitingsuur van horecagelegenheden zoals in West Friesland en het verhogen van de leeftijd waarop alcohol mag worden gekocht tot 18 jaar;

(c) Verbod op directe en indirecte reclame;

(d) Verlaging van de toelaatbare bloedspiegel van alcohol bij autorijders tot 0,2 gram per liter;

(e) Beschikbaarheid van deskundige advisering en behandeling.

Voorlichting en publiciteitscampagnes zijn nodig, onder andere ter vergroting van draagvlak voor effectieve maatregelen, maar ze verminderen op zichzelf de ziektelast niet of niet duidelijk. Zelfregulering door de alcoholbranche werkt niet of niet overtuigend, net als zelfregulering door de tabaksindustrie het roken niet vermindert [10].

Bij vergelijking van de effectief geachte maatregelen met de in Nederland doorgevoerde maatregelen blijkt het volgende: (Ad a) Vooral de sterk alcoholische dranken zijn in vergelijking tot de Scandinavische landen en Engeland niet duur [11]. (Ad b) Het aantal verkooppunten van dranken zoals bier en wijn is bijzonder groot. De Nederlandse Drank en Horeca Wet maakt weigering van een vergunning mogelijk maar tot de gronden daartoe behoort ‘beperking van beschikbaarheid van alcohol niet [12]. Voor zover beschikbaarheid van alcohol wordt beperkt, gebeurt dat buitengewoon terughoudend zoals blijkt uit de besluitvorming over het optrekken van de leeftijdgrens van 16 naar 18 jaar voor verkoop van alcoholische drank aan adolescenten. (Ad c) Vanwege de invloed op jongeren is sinds kort alcoholreclame overdag op de televisie verboden; verder is er geen reclamebeperking. (Ad d) De alcoholbloedspiegel van autorijders met beperkte ervaring, te weten personen die korter dan vijf jaar een rijbewijs hebben, moet lager zijn dan 0,2 g/l. Verlaging van de bloedspiegel van alle autorijders tot dit niveau blijft vooralsnog een vrome wens. (Ad e) Dat deskundige advisering en behandeling voor alcoholproblemen in voldoende mate plaats vindt, is een te optimistische veronderstelling. Voor diagnostiek van en advisering over kinderen met een foetaal alcohol syndroom bestaat bijvoorbeeld slechts op enkele plaatsen in ons land aandacht.

De opvattingen van D66

Hoe denkt D66 over alcoholgebruik en -preventie? Op basis van uitspraken van leden van de Tweede Kamerfractie en van sommige gemeenteraadsleden (zie Google, zoektermen D66 en alcohol of alcoholbeleid) zou de overheersende mening als volgt kunnen worden samengevat:

‘Ieder draagt zelf verantwoordelijkheid voor zijn/haar alcoholgebruik, optimale voorlichting is wel nodig, nieuwe regels zijn uit den boze en bestaande regels – vooral die aangaande de leeftijdsgrens van 16 jaar voor het kopen van alcohol – moeten beter worden gehandhaafd’. De teksten over alcoholgebruik in het landelijk verkiezingsprogramma 2010 en in de verkiezingsprogramma’s van de afdelingen in de vier grote steden sluiten aan bij deze samenvatting. Maatregelen die de ziektelast door alcohol op effectieve wijze verminderen worden niet genoemd. Dat afhankelijkheid van alcohol het dragen van eigen verantwoordelijkheid bemoeilijkt of zelfs verhindert, dat optimale voorlichting de ziektelast niet of nauwelijks vermindert en dat bestaande regels soms vervangen moeten worden, bijvoorbeeld om het aantal verkeersongevallen van jongeren onder invloed te verminderen, dat alles wordt niet in aanmerking genomen. Bij het alcoholgebruik van ouderen en van zwangere vrouwen wordt niet stilgestaan.

Niet iedereen in D66 denkt/dacht uitsluitend in termen van de bestaande toestand. In 1999 deed toenmalig minister Els Borst van Volksgezondheid voorstellen ter verscherping van het alcoholbeleid: geen verkoop van alcohol in personeelskantines, bedrijfsrestaurants, sportcomplexen en publieke instellingen (waaronder ziekenhuizen!), volmachten voor de minister om op te treden tegen alcoholreclame en een verbod op toelating van personen jonger dan 16 jaar in discotheken omdat aan hen geen alcoholhoudende drank mag worden verkocht. De D66-fractie en andere fracties in de Tweede Kamer lieten van de voorstellen weinig heel. Men moest vertrouwen op voorlichtingscampagnes en eigen initiatief van de horeca.      

Conclusies

D66 legde in het afgelopen decennium de nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, op voorlichting en op handhaving van regels. Ook het beleid van de overheid had in hoofdzaak een terughoudend karakter; grote ingrepen bleven uit. Dat beleid deed de door alcohol veroorzaakte sterftecijfers niet dalen, de ziektelast niet afnemen en de maatschappelijke problematiek niet verminderen. Integendeel. D66 dient zich in te zetten voor effectieve maatregelen ter vermindering van door alcohol veroorzaakte ziektelast. De eigen kracht van mensen is een verantwoord uitgangspunt maar de kracht van mensen moet soms worden gesteund. De ogen sluiten voor de zwakte van mensen en voor de gevolgen daarvan is onverdedigbaar.

Frans GI Jennekens is emeritus hoogleraar neuromyologie. Aag Jennekens-Schinkel is gepensioneerd klinisch neuropsycholoog.  

Artikel in Idee (2010), 31, 3: 55-57.                                                                 


[1] De prevalentie van probleemdrinken in Nederland. Een algemeen bevolkingsonderzoek . Rapport Universiteit van Maastricht, 1 Februari 2005. www.minvws.nl . Zie ook: Nationaal Kompas Volksgezondheid. Alcoholgebruik. Geografische verschillen. Versie 3.21. 25 Maart 2010. www.nationaalkompas.nl.

[2] www.stap.nl. Nieuws. Meer comazuipers. Februari 2010.

[3] www.stap.nl. Steeds meer 55-plussers met alcoholproblemen. Trimbos Instituut. Alcohol en ouderen in de verslavingszorg (1998-2007) Kamerstuk/1 Juni 2009 . www.vws.nl

[4] Nationaal Kompas Volksgezondheid. Alcoholgebruik. Omvang van het probleem. Versie 3.20, December 2009, RIVM, Bilthoven. www.nationaalkompas.nl

[5] Anderson P,  Chisholm D, Fuhr D (2009) Alcohol and Global health 2. Effectiveness and cost-effectiveness of policies and programmes to reduce the harm caused by alcohol. The Lancet 373:2234-2246    

[6] Nationaal Kompas Volksgezondheid. Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van alcoholgebruik . Versie 3.20, December 20-09, RIVM, Bilthoven. www.nationaalkompas.nl

[7] FASD in Duitsland , zie: Spohr HL, Steinhauser HC (2008) Fetal alcohol spectrum disorders and their persisting sequelae in adult life. Deutsche Aertzeblatt - International 105: 693-698. Zie voor FASD in de US: www.surgeongeneral.gov/ zoek en klik op press releases FASD en daarna via advanced search ‘ press releases FASD (sg02222005.html) 

[8] Nationaal Kompas Volksgezondheid. Verkeersongevallen samengevat . Versie 3.20, December 2009, RIVM, Bilthoven. www.nationaalkompas.nl

[9] Purshouse RC, Meier PS, Brennan A, Taylor KB, Rafia R (2010) Estimated effect of alcohol pricing policies on health and health economic outcomes in England: an epidemiological model. The Lancet 375: 1355-1364. Zie ook: Gilmore IT, Atkinson S (2010) Evidence to drive policy on alcohol pricing. The Lancet 375: 132201324

[10] Anderson P,  Chisholm D, Fuhr D (2009) Alcohol and Global health 2. Effectiveness and cost-effectiveness of policies and programmes to reduce the harm caused by alcohol. The Lancet 373:2234-2246    

[11] Purshouse ea (2010).

[12] Drank en Horeca Wet. www.minvws.nl/dossiers/alcohol/

 


mail deze pagina naar een vriendprint pagina