Vertrouw op de Eigen Kracht van Mensen - Inleiding
Werkboek Sociaal-Liberale Grensverkenningen
> Inleiding
Inleiding
Wij vertrouwen op de eigen kracht van mensen. Dat is snel gezegd. Maar wat is deze kracht? Waarom vertrouwen wij erop? En waar houdt het op? Wat betekent dat voor onze visie op de relaties van mensen onderling en de verhouding van mensen tot de overheid? In dit essay worden de grenzen van die termen en die vragen verkent. Het is geen archief, geen bibliotheek, geen encyclopedie van liberale grondslagen; het is ook geen munitiekist voor een campagne of een debat. Van het essay moet vooral een stimulans uitgaan naar degenen die in ons gedachtegoed geïnteresseerd zijn, en die dat – met ons – verder willen ontwikkelen.
Het sociaal-liberale gedachtegoed is een verschijningsvorm van het liberalisme. Er zijn andere verschijningsvormen van dezelfde inspiratie die – soms in restanten – terug te vinden zijn binnen GroenLinks, de PvdA en de VVD. Het sociaal-liberale gedachtegoed geven wij dagelijks vorm. Het is nooit af, omdat het naar zijn aard zoekt naar ‘checks and balances ’ die passen bij de tijd. Dat is niet altijd zwart of wit. We zoeken naar nuance en redelijkheid. Hierin worden wij niet gehinderd door historische ballast of onverenigbare dogma’s. De voorloper van D66, de Vrijzinnig Democratische Bond, was ook een verklaard tegenstander van dogma’s – geloofsartikelen die niet verder deduceerbaar of beargumenteerbaar zijn. Dat is een constante in ons gedachtegoed gebleven. Wij weten dat niemand de waarheid in pacht heeft en dat een mens voor zichzelf moet kunnen uitmaken wat zijn of haar waarheid is. Het zou dan ook vreemd zijn om in dit essay eigen waarheden te gaan verkondigen.
Volgens Frank Ankersmit, historicus en liberaal filosoof in Groningen, hebben alle grote politieke filosofen zich laten leiden door de problemen van hun eigen tijd. Liberaal gedachtegoed wint namelijk pas aan waarde als het wordt toegepast op de politieke realiteit: ‘De liberale beginselen op zichzelf, dat is een beetje een kompas dat alle richtingen uit wijst, want er is de applicatievraag: wat doe je ermee? En dan moet je dus eerst weten op welke politieke sociale realiteit je ze gaat toepassen.’ Zie dit interview dat het Kenniscentrum D66 (tegenwoordig Mr. Hans van Mierlo Stichting) met Ankersmit voerde. |
In de formulering van ons gedachtegoed achten wij ons schatplichtig aan vele denkers en schrijvers die voor ons kwamen. D66 is opgericht als een anti-establishmentpartij in de jaren ’60, maar de beweging en het gedachtegoed waaruit ze voortkomt hebben oude, lange en stevige wortels in de geschiedenis. Ze liggen in de geschriften van Joan Derk van de Capellen tot den Pol ('Aan het volk van Nederland') en in het werk van Desiderius Erasmus en Pierre Bayle. Wij herkennen ons in Immanuel Kants 'categorische imperatief', in De l'esprit des lois van Charles Montesquieu, in On Liberty van John Stuart Mill, in Alexis de Tocqueville's De la démocratie en Amérique , in Karl Poppers The Open Society and Its Enemies en John Rawls' A Theory of Justice , over de verdeling van macht, kennis en geld in de samenleving, en de centrale plaats van rechtvaardigheid. Aan dat rijtje kunnen we ook contemporaine denkers toevoegen als Michael Walzer (Spheres Of Justice: A Defense Of Pluralism And Equality ), Charles Taylor (Sources of the Self: The Making of the Modern Identity ) en Susan Neiman (Moral Clarity: A Guide for Grown-Up Idealists ). Ook vermeldenswaardig is het werk van de Nederlandse pedagoog Philip Kohnstamm, over de samenleving als morele gemeenschap, gebaseerd op solidariteit en wederkerigheid.
Wij zijn geïnspireerd door het verlichtingsdenken, dat de menselijke rede centraal zet. In onze visie is die rede niet onbegrensd, maar is het in ieder geval niet aan de kerk om de grenzen ervan te bepalen. Ons gedachtegoed is humanistisch en seculier, maar er is wel ruimte voor religie. Ons gedachtegoed is immers evengoed beïnvloed door iemand als Baruch de Spinoza, die de opvatting was toegedaan dat religie deel uitmaakt van onze wereld, besloten ligt in de aard der dingen en dus niet bovenaards is. De ethische of spirituele overtuiging van het individu kan evenwel geen universele claim leggen op de vrijheid van andere mensen. Dat de ene persoon iets niet wil, is geen reden om het voor de ander te verbieden. Die argumentatie sluit weer aan bij de theorieën van Karl Popper. Volgens hem mogen theorieën en opvattingen in het maatschappelijk verkeer nooit de pretentie hebben de waarheid te verkondigen, omdat ze altijd kunnen worden weerlegd.
Het sociaal-liberale gedachtegoed vraagt voortdurend om onderhoud en discussie. Dat gedachtegoed werd al eerder onder de loep genomen in bijvoorbeeld de D66-publicaties ‘Een reden van bestaan’ (1985) en ‘Naar een nieuwe solidariteit’ (2005). In 2006 formuleerden wij vijf ‘richtingwijzers’, die tezamen richting geven aan hoe D66 de wereld tegemoet treedt en vraagstukken uit de maatschappij probeert op te lossen. Deze richtingwijzers zijn:
Wij vertrouwen op de eigen kracht en ontwikkeling van mensen: Mensen kunnen onderling betere, efficiëntere en meer rechtvaardige oplossingen bedenken voor maatschappelijke kwesties dan de overheid (volledige tekst hier).
Denk en handel internationaal: Samenlevingen zijn op steeds meer verschillende manieren met elkaar verbonden. Wij staan open voor de gehele wereld en sluiten niemand uit (volledige tekst hier).
Beloon prestatie en deel de welvaart: Mensen zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Mensen zijn verschillend en wij willen dat de overheid ruimte laat voor die verschillen. Wel dragen we een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen (volledige tekst hier).
Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving: Wij willen de wereld om ons heen tegemoet treden met respect en mededogen. De aarde is niet van ons en dus geen gebruiksartikel (volledige tekst hier).
Koester de grondrechten en gedeelde waarden: De fundamentele waarden van onze samenleving zijn vrijheid voor en gelijkwaardigheid van ieder mens, ongeacht opvattingen, geloof, seksuele geaardheid, gerichtheid of herkomst (volledige tekst hier).
Het Kenniscentrum D66 heeft in 2008 vijf themanummers van haar tijdschrift Idee over ieder van deze richtingwijzers gepubliceerd. In deze themanummers vindt u zowel filosofische uitwerkingen van de richtingwijzers, als ook voorstellen hoe ze in de praktijk aangewend kunnen worden. Ze zijn hier te downloaden. Zie in het bijzonder de eerste poging tot een samenvattende analyse van Joris Backer en Constantijn Dolmans. |
Wij beschouwen de richtingwijzer ‘vertrouwen op de eigen kracht van mensen’ als het centrale uitgangspunt van het sociaal-liberale gedachtegoed. Hierna bespreken wij dit uitgangspunt in de drie hoofdstukken ‘Mensbeeld’, ‘Mensen onderling’ en ‘Mens en overheid’.
Film: De driedeling in privé, publiek en politiek gaat ervan uit dat mensen niet alleen in het kader van de staat samenwerken, maar onderling ook andere samenwerkingsverbanden en relaties aangaan. Bovendien staat het individu in zijn relatie tot de staat zelden op zich. In het onderstaande filmfragment geeft Paul Frissen, hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, een uitleg van deze driedeling in privé, publiek en politiek. Zie ook een interview dat het Kenniscentrum D66 begin 2008 met Frissen voerde. |
Mensbeeld: het individu en het privé-domein
Het individu is voor D66 het beginpunt in het denken over de maatschappij, niet een collectief of de staat. Bij het oplossen van vraagstukken in de samenleving moet in de eerste plaats worden vertrouwd op de eigen kracht van het individu.
Mensen onderling: mensen en het publieke domein
Het individu staat echter niet op zichzelf. Het is onderdeel van netwerken, groepen en relaties in de samenleving. De mens zoekt vanuit lotsverbondenheid en een streven naar erkenning voortdurend contact met anderen. Dat is de basis voor samenhang in de maatschappij.
Mens en overheid: de burger en het politieke domein
Wat mensen voor zichzelf en voor anderen kunnen doen is in veel gevallen belangrijker en effectiever dan wat de overheid kan doen. De omvang en invloed van de overheid zijn een zaak van tijdelijke omstandigheden, en moeten altijd worden beargumenteerd.
Lees verder Hoofdstuk 1 'Mensbeeld'

