Luister naar deze pagina met proReader

Recensie Marchantlezing 2009

Bezoekers luisteren aandachtig

Door Mark Sanders

Op vrijdag 4 december had het kenniscentrum D66 voor alle geïnteresseerden een cadeautje. In de statige aula van de Universiteit van Amsterdam gaf Susan Niemann de eerste Marchant-lezing. Het begin van een goede traditie van lezingen op niveau over politiek-filosofische thema’s met stevige gastsprekers uit binnen- en buitenland. Susan Niemann, gevraagd vanwege het recente verschijnen van haar boek Morele helderheid: Goed en Kwaad in de 21ste eeuw , gaf de lezing voor een goed gevulde zaal en werd gevolgd door een referaat van Evelien Tonkens. De kern van het betoog: Links of progressief heeft over de afgelopen decennia het idealisme verlaten en staat daarom onder druk. Ideologie is in de 20ste eeuw verdacht geworden en progressieven verloren hun zelfbewustzijn en gevoel van morele superioriteit. Rechts kon vervolgens het discours verleggen naar middelen, naar efficiëntie en naar cynische realpolitik waarin ze van nature de sterkere argumenten hebben. Daarin zijn ze uiteindelijk zo goed geslaagd dat de neo-conservatieven rond George Bush nu zelfs gezien worden als gevaarlijke idealisten. Een totale omdraaiing van de traditionele rollen en links, progressief is in verwarring. Nieman doorspekte haar verhaal met anekdotes en wilde ook graag overbrengen dat ze de verkiezing van Obama als de grote ommekeer ziet, maar overtuigde toch velen niet.

Evelien Tonkens begon met de opmerking dat ze het volledig eens was met Nieman om vervolgens de eerste gaten in haar betoog te schieten. Volgens Tonkens ging Nieman voorbij aan het probleem van de pluriformiteit. Zeker, in de Obama campagne bleek het mogelijk om 40 miljoen Amerikanen tegelijkertijd “Yes, we can!”  te laten roepen, maar daarmee is er nog geen “unity of purpose”. Volgens Tonkens en Nieman zijn dergelijke dialogen tussen verschillende groepen in de samenleving echter het begin van een herbronning van de progressieve politiek. Door het debat met elkaar aan te gaan, door te erkennen dat de pluriformiteit bestaat is een begin gemaakt met dat proces.

Maar daar ben ik dan toch weer te sceptisch voor. Natuurlijk, uit de botsing der ideeën kan best iets nieuws en beters ontstaan. En het is dus mooi als een politieke campagne die botsing der ideeën kanaliseert, maar als ik iets geleerd heb uit de Amerikaanse manier van campagne voeren dan is daar, ook bij Obama weinig ruimte voor. Ik heb zelf voor Kerry gecanvassed in New Hampshire en een van de meest opvallende verschillen met Europa is dat kritiek op je eigen kandidaat en/of zijn standpunten gewoon “not done” is. Toen Kerry op een rally zijn handelsprotectionistische plannen ontvouwde en ik daar iets van zei was er geen sprake van een productieve botsing der ideeën. En Kerry was bepaald niet de onomstreden Verlosser die Obama was voor zijn volgelingen. Begrijp me niet verkeerd, zijn verkiezing is historisch en zijn staf in het Witte Huis laat ideeën volop en productief botsen, maar zijn aanhangers? Die hebben niet veel meer moreel kompas nodig dan geloofwaardig en charismatisch leiderschap.

Desgevraagd hadden Susan Nieman en Evelien Tonkes op die vraag ook het antwoord niet. Of althans, ze kwamen niet veel verder dan de analyse en de constatering dat een gesprek over groepen heen van belang is om die moraliteit weer te ontdekken. Maar erkennen van pluriformiteit is precies de dood in de pot voor links. Immers, hoe aantrekkelijk is een pluriformiteit erkennende linksig post-modernistisch “ik-heb-de-waarheid-ook-niet-in-pacht” verhaal naast dat van een autistisch in zichzelf gelovend rechts-religieus betoog van iemand die er in ieder geval zelf heilig in geloofd?

Als ik een les moet trekken uit hetgeen ik gehoord heb dan is het deze. Links heeft zijn ideologische veren afgeschud en daarmee zijn belangrijkste wapens tegen het conservatieve cynisme opgegeven. Dat is na de twintigste eeuw best te verklaren, omdat progressieven er na de zoveelste desillusie ook zelf niet meer in geloofden.  Maar omdat links in het politieke debat de doelen van de samenleving niet meer verwoordt, en rechts daar van nature niet over begint, is het debat over die doelen verstomd. Zoals Nieman het verwoordde: We praten niet meer over hoe de wereld een beetje beter maken dan hij nu is, maar over hoe we voorkomen dat hij slechter wordt. En dan is het niet raar dat de progressieve politiek het moeilijk heeft en het dreigt af te leggen tegen conservatieve realpolitik die vooral over efficiëntere inzet van  middelen praat.

Links moet, ook in Europa, weer praten over rechtvaardigheid en over de idealen van de Verlichting. Obama maakt het de conservatieven in de VS moeilijk als hij daarover met ze in debat gaat, niet als hij met ze vecht over de aantallen troepen in Afghanistan, over de uitgaven aan de zorg of over wie welke gevangene van Guantanamo moet opnemen. Een groot deel van de samenleving, ook de Nederlandse, is het onrecht en de verkwanseling van idealen meer dan moe. Ze zochten eerder hun heil bij Verlosser Pim en bij Verlosser Jan en nu bij Verlosser Geert omdat zij in ieder geval idealen verdedigen en daar geen twijfels bij tonen. Wij, D66ers moeten daar met kracht de idealen van de Verlichting (in de juiste verhouding) tegenoverstellen: Vrijheid, Gelijkwaardigheid en Solidariteit. Het door D66 veel geprezen pragmatisme mag geen schaamlap zijn voor ideologische armoede. Als je geen doel hebt om naar te streven is een hervormingsagenda hol en onze campagne slogan cynisch:

Anders? Ja D66 moet bij de Tweede Kamerverkiezingen natuurlijk worden: Beter? Ja D66.

 


mail deze pagina naar een vriendprint pagina