Morele helderheid
Progressieve mensen zijn het vermogen verloren überhaupt te dènken over ethiek en moraliteit. Dat is de stelling van Susan Neiman in ‘Moral clarity’ (2008). Het klinkt misschien wat overdreven, maar als je er op gaat letten komt het wel erg vaak aan het licht. We weten helemaal niet meer waarom we vinden wat we vinden. In de afgelopen decennia kunnen mensen, ook progressieven, alleen nog maar pragmatische argumenten geven voor hun denkbeelden en overtuigingen.
Laatst nog, in de berichtgeving over een vestiging van AH to go die in een memorandum expliciet had aangegeven vijftien nieuwe medewerkers nodig te hebben, maar geen Marokkanen aan te willen nemen. Het Bureau Discriminatiezaken bracht het aan het licht en het televisieprogramma EenVandaag berichtte er over. Verschillende partijen uit dit verhaal kwamen aan het woord, maar niemand gaf een zinnige reden waarom dit soort discriminatie niet acceptabel is.
De woordvoerder van de NS kwam niet verder dat het niet aanvaardbaar was omdat het niet overeen kwam met hun beleid. Maar waarom dat beleid bestaat, bleek de man niet te weten. Het belangrijkste bezwaar van de directeur van Bureau Discriminatiezaken was dat dit soort praktijken leidt tot radicalisering van bepaalde jongeren. Beide reacties gaan niet over de morele verwerpelijkheid van dit soort discriminatie.
Vanuit een progressief wereld- en mensbeeld is het onaanvaardbaar om een individu, een mens, te reduceren tot de kenmerken van slechts een van de vele groepen waar iemand onderdeel van kan zijn. Een mens is meer dan slechts onderdeel van een grotere groep; een mens heeft niet maar een enkele identiteit. Zoals Guy Verhofstadt het eens zo treffend beschreef: ‘Voor mijn vrouw ben ik een man. Als ik in Antwerpen kom ben ik een Gentenaar – heel duidelijk. Voor een Nederlander ben ik Vlaming en Belg. Ik voel me Europeeër, ik ben politiker. Ik hou van wijn; van Italië, van W.F. Hermans en van Hugo Claus. Dus met andere woorden: ik heb tientallen identiteiten. En het is de keuze die je zelf maakt die uiteindelijk daarin belangrijk is in plaats van dat politici mij gaan vertellen “U heeft die identiteit”.’ Het is moreel onacceptabel om iemand een identiteit op te leggen, en de handelingen van iemand geheel anders met ‘dezelfde identiteit’ op zijn of haar conto te schrijven.
Morele helderheid. Ik ben heel benieuwd naar de sociaal-liberale lezing van het Kenniscentrum D66 die Susan Neiman over dit onderwerp op 4 december zal verzorgen.
Frank van Mil, hoofd Kenniscentrum D66

