Geduld. Good things come to those who wait
In een eerder commentaar schreef ik over de vos die de kleine prins ontmoet. Daarin zegt de vos dat woorden misverstand geven. En dat bleek. De discussie naar aanleiding van dit commentaar ging met name over de rol van religie in de nauwe zin van het woord (religie als kerkelijk), terwijl ik juist probeerde aan te geven dat verschillende interpretaties van het woord mogelijk zijn. Deze boodschap ging verloren. Woorden geven misverstand. Het positieve hiervan is dat het gelijk van de vos werd aangetoond. De moeite waard om dus de woorden van dit wijze wezen eens verder te bezien.
Om verbondenheid te scheppen, zo stelt de vos ook, moet je veel geduld hebben.
De vraag is of er in de 21e eeuwse westerse democratieën en economieën nog wel tijd en ruimte is voor geduld. Want tijd en ruimte zijn noodzakelijke voorwaarden voor geduld en dus ook voor verbondenheid. ‘Geduld' als zelfstandig naamwoord komt van het werkwoord ‘dulden’. Het impliceert dat je moeilijkheden moet trotseren zonder je kalmte en waardigheid te verliezen. Onze maatschappij van efficiency en regels probeert echter problemen uit te sluiten en probeert welvaart te maximaliseren. Vooral financiële welvaart. Toegegeven: deze is op enigerlei wijze een voorwaarde voor overige welzijn maar de grenzen en definities hiervan verschillen van persoon tot persoon. Velen van ons lijken te denken ‘more is more, and 'more is better’, in plaats van 'less is more'. Door een groeiende economie en groeiende kosten, zowel van de staat als van de individuen in die staat, moet er echter steeds meer bereikt worden om financieel op peil te blijven. Met een verheerlijking van arbeidsparticipatie en economische groei delven rust, geduld en tevredenheid als idealen het onderspit. Het is de onwil om te dulden en, paradoxaal genoeg, de zoektocht naar binding (middels economische welvaart en regelgeving), die verbondenheid tegenwerkt.
De tijd en vrijheid voor rust, geduld en tevredenheid die de industriële revolutie en de daarna ontstane dienstenwereld ons hadden moeten brengen, besteden we echter aan hyperconsumentisme, meer werk en het leven in het nu. Maar een mens is een wezen dat, wat de Eckhart Tolle’s en tijdschriften als de Happinez ons ook aan onzin in de maag willen splitsen, niet alleen leeft in het nu. We geven rekenschap van het verleden, en hebben besef van de komst van een nieuwe dag. Het is aan ons om uit beschaving verder te kijken dan het nu, en geduld te betrachten met de dingen die we willen bereiken, zowel individueel als collectief. Bovendien leveren we juist meer binding in, door toedoen van groeiende economieën, consumentisme, globalisme en arbeidsparticipatie. We hebben nu haast geen oog en tijd meer voor de vreemdeling, ook steeds minder tijd voor onze naasten. Onze ouders verdwijnen in rentenierswoningen ver weg of in ouderenhuizen en onze kinderen verdwijnen in crèches, voorschoolse educatie en naschoolse opvang. Voor welke welvaart werken we tegenwoordig precies zo hard? Is dit nu de vooruitgang die we met progressieve politiek beogen? Willen we niet teveel, te snel?
In de politiek vallen termen als rechtvaardige verdeling, verantwoordelijk burgerschap en persoonlijke moraliteit. Termen die niet los gezien kunnen worden van elkaar, maar als rode draad de behoefte aan geduld in zich vinden. Geduld van politici met het oog op veranderingen, geduld met het creëren van oplossingen voor maatschappelijke problemen. Geduld met het beschouwen van die problemen en vooral geduld van, voor en met de individuen die onze samenleving bewonen, op alle vlakken.
Of zoals Edmund Burke al zei: ‘our patience will achieve more than our force’.
Sven-Ake Hulleman is medewerker van het Kenniscentrum D66.
Lees hier de eerder verschenen commentaren.

