Luister naar deze pagina met proReader

Een beetje meer urgentie en noodzaak dan nut en redelijkheid aub!

Student Floor Rusman schrijft in NRC Handelsblad van 8 oktober jongstleden dat zij de redelijkheid en het nut niet inziet om de Zuidas te bezetten. Natuurlijk maken zij en haar generatie zich druk om van alles, van de woningmarkt tot de eurocrisis. Het probleem is volgens Rusman echter dat de toekomst veel onzekerheden kent en dat haar generatie niet goed weet hoe hun zorgen hierover te ventileren.

De tragiek van de huidige situatie is dat de mensen voor wie maatschappelijke veranderingen het meest nodig zijn (de jongere generaties en sociaal zwakkeren) door historische ontwikkelingen niet meer betrokken zijn bij de maatschappelijke velden waar veranderingen tot stand kunnen komen.

Het publieke debat wordt op het eerste gezicht voornamelijk bepaald door zeer uiteenlopende onderwerpen. Het lijkt alsof de problemen in de woningmarkt niet direct iets te maken hebben met de eurocrisis. En de verslaggeving en duiding over deze problemen versterken deze indruk vaak. Volgens mij is er wel een achterliggend probleem, dat veel kwesties tegelijkertijd omvat - en dat is hoe de maatschappij georganiseerd is.

De meeste maatschappelijke arrangementen die we kennen stammen uit een volstrekt andere tijd. Een tijd waarin een opleiding slechts voor enkelen weggelegd was, waarin maatschappelijke verhoudingen nog sterk hiërarchisch waren. Het was een tijd waarin mensen het grootste deel van hun werkzame leven bij een werkgever bleven en ontslag een kleine ramp was; een tijd waarin ons voedsel nog minder industrieel geproduceerd werd en niet de halve wereld over reisde, en waarin het energiegebruik vele malen lager lag dan nu.

De manier waarop Nederland na de Tweede Wereldoorlog werd georganiseerd paste bij die tijd. Collectieve arrangementen, met veel zekerheid en dus rigiditeit. Heldere verhoudingen. De babyboomgeneratie is opgegroeid binnen die arrangementen, heeft ze mede vormgegeven, en kent ze dus van haver tot gort. De nieuwe generaties voelen intuïtief aan dat de manier waarop het land georganiseerd is niet meer bij ze past en voelen dus ook geen aandrang om zich er binnen bekend te maken. Maar als je niet weet hoe het land is georganiseerd kun je ook minder goed verandering forceren.

Er zijn nauwelijks jonge leden van de vakbonden, bij veel politieke partijen is het een grijze bedoening. Jonge mensen hebben wel maatschappelijk engagement, maar uiten dat anders. Ze zijn van de netwerksamenleving, gaan tijdelijke en ad hoc verbanden aan om iets te bereiken en breken dan weer op. Veel jongeren (ook de geëngageerde) hoor je vaak verzuchten dat ze van de politiek niks meer verwachten.

Vaak is dan de reactie dat de politiek zich moet aanpassen, maar ik vraag me af of dat de gewenste houding is. De tragiek van de huidige situatie is dat de mensen voor wie maatschappelijke veranderingen het meest nodig zijn (de jongere generaties en sociaal zwakkeren) door historische ontwikkelingen niet meer betrokken zijn bij precies de maatschappelijke velden waar veranderingen tot stand kunnen komen. Hoe anders zou het pensioenakkoord er uit zien wanneer jongeren massaal lid waren van, en actief in de vakbonden? Hoe veel meer zou er binnen politieke partijen veranderen wanneer de jongeren die er wel actief in zijn minder op redelijkheid en nut gericht waren, en iets meer op de urgentie, noodzaak en rechtvaardigheid van hervormingen?

Het heeft geen zin om individuele jongeren verantwoordelijk te verklaren voor de volledige stilstand waar Nederland bestuurlijk gezien op de belangrijkste dossiers al ruim tien jaar in verkeerd. Maar verandering komt nooit van insiders. En verandering komt ook nooit vanzelf, of gemakkelijk, of alleen maar vanuit redelijkheid en nut. Dingen veranderen alleen wanneer je momentum creëert. En dat is in essentie wat politiek is - of in ieder geval zou moeten zijn. Het gaat niet om hoe je je zorgen ventileert, vooral moet het gaan om dingen te veranderen. Dit gaat niet vanzelf omdat er altijd tegenkrachten zijn van mensen en organisaties die welvaren bij de status quo. En niet zelden zijn dat ook mensen/organisaties die als gevolg van die status quo geld, invloed en macht hebben. Daarmee vormen ze een grote tegenmacht; of dat nu vakbonden zijn, vermolmde politieke partijen, grote energiemaatschappijen of banken.

Veel mensen weten 't niet meer, maar officieel zijn politieke partijen - op een bewuste partij na - verenigingen. Het zijn verenigingen van burgers - niet van ambtenaren of bestuurders -  en ze organiseren zich vanuit een gedeeld mens- en wereldbeeld om zo te trachten misstanden te agenderen en het openbaar bestuur te beïnvloeden. Er wordt veel gesproken over de verlopen houdbaarheid van politieke partijen, maar als je ze zo bekijkt zijn ze meer nodig dan ooit. Wanneer je de partij vind waarvan je de uitgangspunten deelt kun je actief worden en de organisatie- en mobilisatiekracht van zo'n partij in zetten om juist de maatschappelijke urgentie te creëren voor verandering. Door met gelijkgestemden te spreken over belangrijke maatschappelijke trends, over rechtvaardigheid en over mogelijke oplossingsrichtingen kun je zowel de zorgen die je hebt ventileren, en daarnaast ook nog een maatschappelijke beweging vormen die tegenwerking verslaat en echte verbeteringen bewerkstelligt.

Dit kan alleen gebeuren wanneer mensen zich weer mede-eigenaar verklaren van de maatschappij, maar ook van de manier waarop we die via de overheid hebben georganiseerd. Het zou daarom goed zijn als jongeren de frisheid en de effectiviteit van de netwerkgeneratie combineren met de in politieke partijen aanwezige kennis van het systeem. Zolang we dat niet doen leveren we de maatschappij uit aan de status quo en iedereen die daarvan profiteert. Dat de toekomst onzeker is zie ik juist als een aansporing. Want dat maakt het namelijk mogelijk om 'm te veranderen!

Frank van Mil

Wetenschappelijk directeur van de Mr. Hans van Mierlo Stichting

 


mail deze pagina naar een vriendprint pagina