Bankiers missen persoonlijke moraliteit
Het begrip persoonlijke moraliteit werd onlangs actueel door het bericht dat ING-topman Jan Hommen afziet van zijn bonus over het jaar 2010. Los van God of gebod nam deze bankier het besluit ruim één miljoen euro terug te storten in de kas van de bank die met staatssteun op de been wordt gehouden. Op het eerste gezicht lijkt het alsof Hommen een Goede Daad doet, maar dat is nog maar de vraag. Ik zal mijn twijfel toelichten met behulp van het filosofische en ethische begrip ‘persoonlijke moraliteit’.
De moraliteit, het besef van goed en kwaad, werd vroeger met de paplepel ingegoten. Het was niet voor discussie vatbaar. Je werd geboren in een moraliteit, bijvoorbeeld in een katholiek gezin, zoals ik. In dat geval bezocht je de katholieke kerk en de katholieke school. Je werd lid van de katholieke voetbalclub waar meneer pastoor een mis opdroeg bij het begin van het seizoen. Alle jongens en meisjes wisten toen precies wat goed en fout was.
Dat moraliteitsbesef is veranderd. Weliswaar zijn de meesten van ons nog opgevoed door ouders die vanuit die vanzelfsprekende normen en waarden acteren, maar voor ons (en onze kinderen) staat die moraliteit steeds meer ter discussie. “Dat maak ik zelf wel uit”, hoor je vaak. Vervolgens wordt er weldegelijk een moreel besluit genomen, maar binnen de context van dat moment. Wat vandaag goed is kan morgen fout zijn. Er lijken minder richtlijnen te bestaan.
Bij gebrek aan eenduidige moraliteit als fundament voor elk individu is een mens ontstaan die zijn oordeel over goed en kwaad laat bepalen door de werkelijkheid waarin hij op dat moment leeft. Dit is een opportunistische moraliteit. Zo ontstaat de bankier die eerst zijn miljoenenbonus regelt en vervolgens het geld teruggeeft na felle kritiek uit de maatschappij. Dan wordt moraliteit een speelbal van de omgeving. In het geval van Hommens bonus wordt dat fraai zichtbaar. Hij ziet af van zijn extra miljoenen omdat deze regeling teveel schade toebrengt aan de ING-bank. Niet omdat hij het moreel onaanvaardbaar vindt. Van een Goede Daad is dus geen sprake.
Als Hommen de bonus vanuit zijn persoonlijke besef van goed en kwaad zou hebben geweigerd, was er iets heel anders gebeurd. Dan had de samenleving een authentieke topman leren kennen met een duidelijke (en morele) visie op beloningen in de bankenwereld, inclusief die van hemzelf. Zo’n statement zou hem herkenbaar en voorspelbaar hebben gemaakt. Een achtenswaardig mens op wie gebouwd kan worden omdat zijn moraliteit niet wisselt als hij van rol wisselt of de context veranderd. Dat heet het hebben van principes. En dat is totaal anders dan het inslikken van je bonus na een storm van kritiek. Dat hij daarvoor zelfs een complimentje krijgt van de minister van financiën is een regelrechte gotspe. Of ben ik nu te moralistisch?
Ad van Vugt
Bestuurslid Kenniscentrum D66
Lees hier de overige commentaren

