Luister naar deze pagina met proReader

U bevindt zich op: homenieuwsnieuwsbericht

maandag 11 februari 2008

Risicoaversie in de politiek

in: 'Proces' 2007-12-01

Alexander Pechtold

Risicoaversie in de politiek

Inleiding 

Na ongeveer een jaar in de Tweede Kamer ken

ik de rituelen. Er vindt een ernstig voorval

plaats. De media besteden er veel aandacht aan.

Politieke partijen eisen op hoge poten tekst en

uitleg van de minister. Bovendien verlangen zij

'keiharde maatregelen'. Alle risico's moeten

worden uitgesloten. En wij kunnen dat vanuit

Den Haag regisseren. Het geloof in maakbaarheid

is terug. Maar of we daar nu beter van

worden, is maar helemaal de vraag. Ik noem een

voorbeeld.

In maart schoot een tbs'er in Enschede een

vrouw dood, nadat hij zich tijdens een proefverlof

aan zijn begeleiders had onttrokken. De

justitiewoordvoerder van deWD, Fred Teeven,

bepleitte in het spoeddebat dat een paar dagen

later op zijn aandringen werd gehouden onder

andere het volgende: 'Pats, pats, pats, pats, pats!

De verloven moeten even worden opgeschort.

De maatregelen moeten snel worden ingevoerd.

Als de samenleving veilig is, gaan wij

weer verder volgens de conclusies van de Commissie

Visser.' Dit is om verschillende redenen

een veelzeggend citaat.

Ten eerste had een parlementaire onderzoekscommissie

onder leiding van toenmalig

Tweede Kamerlid Arno Visser (WD) nog geen

jaar geleden een gedegen onderzoek over dit

onderwerp afgerond toen dit debat werd gehouden.

Deze beantwoordde de vraag naar het

bestaansrecht van het tbs-stelsel bevestigend,

maar concludeerde dat aanpassing op onderdelen

wenselijk was. In plaats van terug te grijpen

naar de bevindingen van het eindrapport van

die commissie (getiteld: Tbs, vandaag over gisteren

en morgen^), werd echter direct om krachtige ad

hoe-maatregelen gevraagd. Dit is precies de

kwalijke politieke reflex die in het rapport kritisch

wordt belicht. De aanleiding voor het instellen

van een parlementaire onderzoekscommissie

was destijds dat een ontsnapte tbs'er een

medeburger van het leven had beroofd. Ook

toen raakten politiek en media in rep en roer.

Een meerderheid van de Tweede Kamer was

vervolgens van mening dat 'het tbs-stelsel in de

huidige vorm onvoldoende in staat is de maatschappij

te beschermen', en besloot tot het instellen

van een parlementaire onderzoekscommissie.

De vraag is dan of de Kamer zichzelf serieus

neemt.

Al in de inleiding van het rapport wordt ingegaan

op de incidentgerichtheid van de politiek.

Aan de hand van uitspraken van voormalig

minister van Justitie Korthals is in het rapport te

lezen dat deze mentaliteit veelal een averechts

effect heeft. Juist de roep om aanscherping dan

wel afschaffing van het verlof — waar ook in

voornoemd citaat sprake van is - wordt door de

Commissie Visser als voorbeeld genoemd. Ook

naar aanleiding van de ontsnappingen in 2005

werd op aandringen van de Kamer het verlofbeleid

immers aangescherpt. Deze maatregel

blijkt in sommige gevallen echter contraproductief

te zijn. Een deskundige merkte in dit

verband op:'Je maakt een hogedrukketeltje.Als

mensen eindelijk buiten komen, kan dat ertoe

leiden dat ze eerder de benen nemen.'

Bij een dergelijke gerichtheid op incidenten

dreigen gebeurtenissen uit hun context te

worden gehaald. Politici en commentatoren

raken hun gevoel voor proporties kwijt en verliezen

het perspectief. Ik wijs er op dat jaarlijks

50.000 verloven worden verstrekt. In dit verband

kan dan ook worden gesproken van een

grote discrepantie tussen enerzijds de berichtgeving

over tbs-incidenten en anderzijds het

feitelijke risico van (ernstige) delicten door

tbs'ers. De mediaberichten over incidenten en

tbs blijken jaarlijks toe te nemen, met als gevolg

dat er tegenwoordig meer mediaberichten over

incidenten dan incidenten zelf zijn. De recidive

onder ex-tbs'ers en het aantal (verlofonttrekkingen

is blijkens onderzoek zelfs gedaald. Het tbs-systeem,

dat vaak onder vuur ligt, functioneert

ondertussen al meer dan tachtig jaar. En

dat moeten we continu verbeteren, maar we

moeten nooit wijken voor de waan van de dag.

Het enige alternatief is het volledig afschaffen

van het tbs-systeem in Nederland en mensen

letterlijk levenslang opsluiten. Door het uitvergroten

van tragische gebeurtenissen creëren we

een onjuist beeld waardoor onnodige onrust

wordt veroorzaakt, met negatieve consequenties

voor het beleid.

Het feit dat zo kort na een dergelijk rapport in

een spoeddebat opnieuw door een politicus

dergelijke uitspraken kunnen worden gedaan,

geeft er blijk van dat de incidentgerichtheid

onderdeel uitmaakt van een hardnekkige politieke

cultuur. Ook de onderzoekscommissie

bleek zich hiervan bewust. Al in een vroeg stadium

heeft zij de Raad voor Maatschappelijke

Ontwikkeling (RMO) om advies gevraagd

over het thema 'tbs in het maatschappelijke

debat'. Dit onderzoek, dat als bijlage bij het rapport

van de onderzoekscommissie in mei 2006

werd gepresenteerd, bevat een aantal interessante

onderwerpen die in het politieke en publieke

debat onderbelicht zijn gebleven. Een belangrijk

deel van dit onderzoek van de RMO is

gewijd aan medialogica waaronder beeldvorming

via zogenoemde 'framing'. Framing betekent

hier dat de (nieuws)feiten volgens bepaalde

vaste interpretatieschema's ('frames') worden

gebracht. Rondom de tbs-problematiek identificeerde

zij als dominant frame dat van 'doorpakken

ten behoeve van de maatschappelijke

veiligheid'. Een tweede daarmee samenhangend

frame benoemde zij als dat van 'het

systeem faalt', aldus de RMO. In haar onderzoek

benadrukt de RMO het gevaar te vervallen

in de politieke reflex van ad hoc-wijzigingen

of zelfs grootschalige systeemaanpassingen

op basis van deze medialogica.

Op eerstgenoemd frame wil ik hier kort

ingaan. De WD stelt als voorwaarde aan het

ter hand nemen van de verbetering van het

tbs-systeem immers dat hier pas sprake van

kan zijn 'als de samenleving veilig is'. Opnieuw

lijkt het rapport van de onderzoekscommissie

aan dovemansoren gericht te zijn

geweest, of in ieder geval tijdens het spoeddebat

uit het oog te zijn verloren. Deze commissie

begint zijn aanbevelingen immers nadrukkelijk

met de opmerking dat 'uitsluiting en

volledige voorkoming van risico's niet mogelijk

is'. Het geloof in absolute veiligheid en het

voorspiegelen van die toestand als een reële

voorstelling van zaken die hieruit blijken, verbazen

mij telkens weer zeer. Dit getuigt van

een utopisch wereldbeeld, dat mij als liberaal

niet erg aanspreekt.

Een gevaar van dat veiligheidsstreven is dat

de politiek hiermee juist de feitelijke werkelijkheid

uit het oog verliest. Zoals we hierboven

zagen, kan een incidentenpolitiek immers een

contraproductief veiligheidsstreven aanwakkeren.

Dit omdat niet wordt gehandeld op basis

van een gedegen kennisontwikkeling, maar op

basis van incidenten.

Risicoaversie

Bovengeschetste situatie uit de politieke praktijk

dient slechts ter illustratie van een patroon

dat ik steeds vaker zie terugkeren. De negatieve

effecten alsmede de oorzaken van deze tendens

blijven in het politieke en publieke debat helaas

onderbelicht. Op deze plek zou ik graag enkele

zaken aanstippen.

Een deel van de verklaring valt terug te leiden

tot de 'risicoaversie' van politici. Risicoaversie

is een anglicisme dat in de economie

wordt gebruikt om de voorkeur van mensen

voor een zekere uitkomst met een lagere gemiddelde

verwachte 'pay-off' boven een onzekere

uitkomst te beschrijven, oftewel om de afkeer

van mensen voor uitkomsten met een risico-

element aan te duiden. De meesten van ons

zouden hun huis niet verkopen om daar staatsloten

mee te kopen, zelfs als die loten gemiddeld

meer zouden opleveren dan ze kosten.

Ook politici hebben vaak de neiging het zekere

voor het onzekere te nemen. Politici is er

veel aan gelegen risico's zoveel mogelijk uit te

sluiten. Zij willen altijd kunnen zeggen: 'Wij

hebben gedaan wat we konden, aan ons heeft

het niet gelegen.' Bovendien is een rechtvaardige,

veilige wereld psychologisch iets waar mensen

graag in geloven en waar zij bereid zijn fors

in te investeren. Electoraal doet deze boodschap

het dan ook goed. De attitude van risicoaversie

is in die optiek begrijpelijk, maar niet altijd

even verstandig.

Een van de pijlers onder de legitimiteit van

de staat is dat zij veiligheid biedt aan haar burgers.

Bij afgeleide kijken mensen al snel naar de

politiek voor bescherming, stabiliteit en een

antwoord op onzekerheid. In een democratie

zullen zij daar ook door kiezers op worden afgerekend;

of de oorzaak van stijgende of dalende

criminaliteit of grote rampen nu binnen de

macht van de politici lag - en ligt - of niet. Het

is dan ook logisch en terecht dat politici zich de

veiligheid aantrekken.

Maar in hun dadendrang om te voorkomen

dat criminaliteit voorkomt, kunnen politici ook

doorschieten. Complexe vraagstukken worden

gereduceerd tot simpele oneliners met navenant

simplistische oplossingen. Alsof ieder risico

in het leven een antwoord heeft. Deze belofte

van maakbaarheid en het uitbannen van ieder

risico kan de politiek niet waarmaken.

Empathie is een essentiële emotie in een

democratie. Het is zeker belangrijk dat politici

deze eigenschap bezitten. Maar ook hier dreigen

sommigen door te schieten. De PvdAwoordvoerder

stelde bij een debat over een met

eerwraak in verband gebrachte moord in Alkmaar

eerder dit jaar: 'Een spoeddebat met

spreektijden van twee minuten doet geen recht

aan de tragiek van deze vrouwen.' En Fred Teeven

in het bovengenoemde debat: 'Ik denk dat

wij dus de nabestaanden van het slachtoffer ook

eer bewijzen door hier vanavond direct over te

spreken.' Deze competitie om aandacht voor

individuele gevallen in de Tweede Kamer kan

ertoe leiden dat een vrijwel permanente crisissfeer

wordt opgewekt. Beleid dreigt dan te worden

gemaakt op basis van emoties in plaats van

een gedegen analyse.

De ontwikkelingen in de moderne massamedia

zijn hier mede debet aan. Na een gewelddadig

of schokkend incident is een van de

consequenties van de verslaggeving van verscheidene

media dat de emoties hierover verhit

raken. Zo kan het dat een incident dat vijftig

jaar geleden nauwelijks tot oproer zou

hebben geleid buiten de directe kring van betrokkenen,

vandaag tot een nationale ervaring

verwordt. Deze nieuwsverstrekking is zeker

niet altijd slecht. Maar door de uitvergroting

van sommige incidenten, dreigt het gevoel

voor proporties soms zoek te raken. Het appelleert

hiermee aan een gevoel van onveiligheid,

en versterkt dat ook. Dit kan verregaande,

soms blijvende, gevolgen hebben in bijvoorbeeld

het strafrecht. Zeker als politici niet

langer als effectieve buffer, of zelfs als aanjager,

fungeren voor oplopende emoties. Citaten uit

bovengenoemde debatten illustreren dat dit

soms het geval is: 'Ik ben ook geschokt over

het uitblijven van maatschappelijke verontwaardiging',

en: 'De samenleving trilt op haar

grondvesten na de gebeurtenissen in Enschede

van het afgelopen weekend'.We moeten voorkomen

dat de kanalisering van emoties door

de Tweede Kamer op deze manier verwordt

tot een wedstrijd wie het meest geschokt en

verontwaardigd is als graadmeter van hoe goed

je als politicus de samenleving aanvoelt. Dit is

een valse voorstelling van zaken.

Tegen welke prijs?

De verlokkingen om als politicus mee te gaan

in deze patronen zijn dan ook tamelijk sterk.

Toch zou ik willen pleiten voor een kritische

benadering van deze manier van denken. De

logische consequentie van pogingen alle risico

te beheersen, is immers het creëren van een

permanente staat van veiligheid. Dat is een fictie.

Maar ook zonder de ingeslagen weg tot haar

logische consequentie door te voeren, zie ik

verscheidene problemen.

Ten eerste bouwt de politiek met haar

pretenties om 100 procent veiligheid te garanderen

de teleurstelling bij mensen van te voren

in. Immers, welke inspanning de overheid zich

ook getroost, zij zal criminaliteit nooit geheel

uitbannen. De geschiedenis van dictaturen en

democratieën laat dit ook zien. Bovendien

maakt de discrepantie tussen de ontwikkeling

van de objectieve en subjectieve veiligheid het

uitermate lastig deze doelstelling ook maar te

benaderen. Het is zeer wel denkbaar dat mensen

zich onveiliger gaan voelen hoewel de statistieken

een dalende trend laten zien, bijvoorbeeld

door bovengemiddeld veel ruchtbaarheid

die aan enkele spraakmakende zaken

wordt gegeven.

Ten tweede wordt het door een luidere

roep om veiligheid aantrekkelijker om te besluiten

tot het langer opsluiten van criminelen.

De recidivecijfers van de afgelopen jaren

geven mij weinig vertrouwen in de effectiviteit

van deze aanpak. Bovendien worden de

kosten die dit met zich meebrengt steeds

hoger. Van elke 100 euro die de overheid uitgeeft,

komt bijna 1,50 euro ten laste van de

tenuitvoerlegging van gevangenisstraf. Het effect

op de omvang van de beroepsbevolking

en andere bijeffecten laat ik hier dan nog buiten

beschouwing.

Ten derde noem ik de toenemende inbreuk

van de overheid op de vrijheid van burgers

als belangrijk nadeel. De overheidsvrije

ruimte die het individu in een proces van vele

decennia heeft gewonnen, dreigt tamelijk snel

en in verregaande mate te worden ingeperkt.

De gevolgen hiervan worden slechts zelden

coherent gepresenteerd. Het Rathenau Instituut laat in haar rapport Van Privacyparadijs tot

Controlestaai 2 op overtuigende wijze zien

welke ontwikkeling het Nederlandse straf- en

strafprocesrecht hebben doorgemaakt, en hoe

de persoonlijke levenssfeer van mensen is ingeperkt.

Preventief fouilleren, identificatieplicht

en cameratoezicht zijn slechts enkele

voorbeelden. Dit heeft ertoe geleid dat niet

langer de bescherming van het individu tegen

de staat centraal staat, maar de bescherming

van het individu door de staat.

Als de plannen van minister Rouvoet doorgang

vinden, wordt van elk kind in de eerste

vier jaar na de geboorte een risico-inventarisatie

gemaakt. Hierbij lijkt in een poging de problematiek

van een klein percentage te beheersen

een enorme dossiervorming te worden begonnen.

Zelfs de levensovertuiging en de hobby's

van ouders worden meegewogen bij deze

risicoanalyse. Volgens sommige voorspellingen

zou een wijn drinkende moeder in combinatie

met een werkloze vader eventueel al licht gerinkel

van alarmbellen kunnen opleveren. Iedereen

gaat in een dossier terwijl bij de opzienbarende

zaken van de afgelopen jaren het probleem

niet lag bij het identificeren van de probleemgezinnen.

De balans tussen de beheersing

van risico's en de (im)materiële kosten lijkt

zoek.

Bovendien is het verzamelen van (te) veel

informatie volgens experts naast een zeer kostbare

aangelegenheid, ook ineffectief. Het gevaar

bestaat immers dat organisaties in de jeugdzorg,

maar ook inlichtingendiensten, door de bomen

het bos niet meer zullen zien. In een recent rapport

van een zware adviesgroep (Data voor

Daadkracht) werd de verzamelwoede van de

overheid in haar strijd tegen 'het' terrorisme

ook aan de kaak gesteld. Minister ter Horst

heeft dit onwelgevallige rapport helaas tamelijk

achteloos terzijde geschoven.

Conclusie

Naar aanleiding van enkele nare voorvallen

waarbij paddo s in het spel waren, werd een geheel

verbod op paddo's uitgevaardigd. Gedegen

rapporten van het Coördinatiepunt Assessment

en Monitoring nieuwe drugs (CAM)4 uit

2000D en 2007,6 plus jaren realistisch en succesvol

beleid werden door een meerderheid van

de Kamer en kabinet in één klap terzijde geschoven.

Een welhaast blinde drang om alle risico's

uit te bannen, lijkt hier aan ten grondslag

te liggen. De gedachte dat als je iets verbiedt het

daarmee ook verdwijnt, lijkt diepgeworteld bij

veel politici. Helaas is dit niet het geval. Sterker,

deze mentaliteit ontkent de werkelijkheid en

leidt tot onrealistisch beleid. Een verbod op hallucinogene

paddestoelen zal er waarschijnlijk

zelfs toe bijdragen dat de situatie alleen maar

erger zal worden. Maar los van de vraag of een

verbod tot positieve resultaten zal leiden, is het

tempo en de toon waarop sommige partijen tot

hun conclusie komen zorgwekkend.

Deze gang van zaken, die we regelmatig

terug zien in de rituelen van de Tweede Kamer

na een moord, zoals bijvoorbeeld geïllustreerd

door het tbs-debat hierboven, is zorgwekkend.

Risico's zijn een deel van het leven. En het

koste wat kost beperken ervan zal ons uiteindelijk

duur komen te staan.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat we moeten

berusten in het feit dat er verschrikkelijke

dingen gebeuren in Nederland. Het kan zeker

beter. De vraag is alleen of de manier waarop nu

vaak wordt gereageerd op incidenten het

meeste uitzicht biedt op die verbetering. Ik ben

ervan overtuigd dat wij tot betere resultaten

zullen komen als wij de invloed die de politiek

heeft - en kan hebben - op de Nederlandse

maatschappij realistisch inschatten. En vervolgens

op basis van een gedegen analyse en niet

van verhitte emotie beleid maken.

Meer over...

Deel dit item:
mail deze pagina naar een vriendprint pagina
 
 

Blog Sophie in 't Veld

Transfer Passenger data, European Parliament to do the dirty work?

On April 20th the European Parliament will take the final vote on the EU-US Agreement on the transfer of Passenger Name Records. The pressure to adopt the Agreement is huge. The supporters of the Agreement claim it is ...
lees verder
ALDE