U bevindt zich op: home
nieuws
nieuwsbericht
Risicoaversie in de politiek
in: 'Proces' 2007-12-01
Alexander Pechtold
Risicoaversie in de politiek
Inleiding
Na ongeveer een jaar in de Tweede Kamer ken
ik de rituelen. Er vindt een ernstig voorval
plaats. De media besteden er veel aandacht aan.
Politieke partijen eisen op hoge poten tekst en
uitleg van de minister. Bovendien verlangen zij
'keiharde maatregelen'. Alle risico's moeten
worden uitgesloten. En wij kunnen dat vanuit
Den Haag regisseren. Het geloof in maakbaarheid
is terug. Maar of we daar nu beter van
worden, is maar helemaal de vraag. Ik noem een
voorbeeld.
In maart schoot een tbs'er in Enschede een
vrouw dood, nadat hij zich tijdens een proefverlof
aan zijn begeleiders had onttrokken. De
justitiewoordvoerder van deWD, Fred Teeven,
bepleitte in het spoeddebat dat een paar dagen
later op zijn aandringen werd gehouden onder
andere het volgende: 'Pats, pats, pats, pats, pats!
De verloven moeten even worden opgeschort.
De maatregelen moeten snel worden ingevoerd.
Als de samenleving veilig is, gaan wij
weer verder volgens de conclusies van de Commissie
Visser.' Dit is om verschillende redenen
een veelzeggend citaat.
Ten eerste had een parlementaire onderzoekscommissie
onder leiding van toenmalig
Tweede Kamerlid Arno Visser (WD) nog geen
jaar geleden een gedegen onderzoek over dit
onderwerp afgerond toen dit debat werd gehouden.
Deze beantwoordde de vraag naar het
bestaansrecht van het tbs-stelsel bevestigend,
maar concludeerde dat aanpassing op onderdelen
wenselijk was. In plaats van terug te grijpen
naar de bevindingen van het eindrapport van
die commissie (getiteld: Tbs, vandaag over gisteren
en morgen^), werd echter direct om krachtige ad
hoe-maatregelen gevraagd. Dit is precies de
kwalijke politieke reflex die in het rapport kritisch
wordt belicht. De aanleiding voor het instellen
van een parlementaire onderzoekscommissie
was destijds dat een ontsnapte tbs'er een
medeburger van het leven had beroofd. Ook
toen raakten politiek en media in rep en roer.
Een meerderheid van de Tweede Kamer was
vervolgens van mening dat 'het tbs-stelsel in de
huidige vorm onvoldoende in staat is de maatschappij
te beschermen', en besloot tot het instellen
van een parlementaire onderzoekscommissie.
De vraag is dan of de Kamer zichzelf serieus
neemt.
Al in de inleiding van het rapport wordt ingegaan
op de incidentgerichtheid van de politiek.
Aan de hand van uitspraken van voormalig
minister van Justitie Korthals is in het rapport te
lezen dat deze mentaliteit veelal een averechts
effect heeft. Juist de roep om aanscherping dan
wel afschaffing van het verlof — waar ook in
voornoemd citaat sprake van is - wordt door de
Commissie Visser als voorbeeld genoemd. Ook
naar aanleiding van de ontsnappingen in 2005
werd op aandringen van de Kamer het verlofbeleid
immers aangescherpt. Deze maatregel
blijkt in sommige gevallen echter contraproductief
te zijn. Een deskundige merkte in dit
verband op:'Je maakt een hogedrukketeltje.Als
mensen eindelijk buiten komen, kan dat ertoe
leiden dat ze eerder de benen nemen.'
Bij een dergelijke gerichtheid op incidenten
dreigen gebeurtenissen uit hun context te
worden gehaald. Politici en commentatoren
raken hun gevoel voor proporties kwijt en verliezen
het perspectief. Ik wijs er op dat jaarlijks
50.000 verloven worden verstrekt. In dit verband
kan dan ook worden gesproken van een
grote discrepantie tussen enerzijds de berichtgeving
over tbs-incidenten en anderzijds het
feitelijke risico van (ernstige) delicten door
tbs'ers. De mediaberichten over incidenten en
tbs blijken jaarlijks toe te nemen, met als gevolg
dat er tegenwoordig meer mediaberichten over
incidenten dan incidenten zelf zijn. De recidive
onder ex-tbs'ers en het aantal (verlofonttrekkingen
is blijkens onderzoek zelfs gedaald. Het tbs-systeem,
dat vaak onder vuur ligt, functioneert
ondertussen al meer dan tachtig jaar. En
dat moeten we continu verbeteren, maar we
moeten nooit wijken voor de waan van de dag.
Het enige alternatief is het volledig afschaffen
van het tbs-systeem in Nederland en mensen
letterlijk levenslang opsluiten. Door het uitvergroten
van tragische gebeurtenissen creëren we
een onjuist beeld waardoor onnodige onrust
wordt veroorzaakt, met negatieve consequenties
voor het beleid.
Het feit dat zo kort na een dergelijk rapport in
een spoeddebat opnieuw door een politicus
dergelijke uitspraken kunnen worden gedaan,
geeft er blijk van dat de incidentgerichtheid
onderdeel uitmaakt van een hardnekkige politieke
cultuur. Ook de onderzoekscommissie
bleek zich hiervan bewust. Al in een vroeg stadium
heeft zij de Raad voor Maatschappelijke
Ontwikkeling (RMO) om advies gevraagd
over het thema 'tbs in het maatschappelijke
debat'. Dit onderzoek, dat als bijlage bij het rapport
van de onderzoekscommissie in mei 2006
werd gepresenteerd, bevat een aantal interessante
onderwerpen die in het politieke en publieke
debat onderbelicht zijn gebleven. Een belangrijk
deel van dit onderzoek van de RMO is
gewijd aan medialogica waaronder beeldvorming
via zogenoemde 'framing'. Framing betekent
hier dat de (nieuws)feiten volgens bepaalde
vaste interpretatieschema's ('frames') worden
gebracht. Rondom de tbs-problematiek identificeerde
zij als dominant frame dat van 'doorpakken
ten behoeve van de maatschappelijke
veiligheid'. Een tweede daarmee samenhangend
frame benoemde zij als dat van 'het
systeem faalt', aldus de RMO. In haar onderzoek
benadrukt de RMO het gevaar te vervallen
in de politieke reflex van ad hoc-wijzigingen
of zelfs grootschalige systeemaanpassingen
op basis van deze medialogica.
Op eerstgenoemd frame wil ik hier kort
ingaan. De WD stelt als voorwaarde aan het
ter hand nemen van de verbetering van het
tbs-systeem immers dat hier pas sprake van
kan zijn 'als de samenleving veilig is'. Opnieuw
lijkt het rapport van de onderzoekscommissie
aan dovemansoren gericht te zijn
geweest, of in ieder geval tijdens het spoeddebat
uit het oog te zijn verloren. Deze commissie
begint zijn aanbevelingen immers nadrukkelijk
met de opmerking dat 'uitsluiting en
volledige voorkoming van risico's niet mogelijk
is'. Het geloof in absolute veiligheid en het
voorspiegelen van die toestand als een reële
voorstelling van zaken die hieruit blijken, verbazen
mij telkens weer zeer. Dit getuigt van
een utopisch wereldbeeld, dat mij als liberaal
niet erg aanspreekt.
Een gevaar van dat veiligheidsstreven is dat
de politiek hiermee juist de feitelijke werkelijkheid
uit het oog verliest. Zoals we hierboven
zagen, kan een incidentenpolitiek immers een
contraproductief veiligheidsstreven aanwakkeren.
Dit omdat niet wordt gehandeld op basis
van een gedegen kennisontwikkeling, maar op
basis van incidenten.
Risicoaversie
Bovengeschetste situatie uit de politieke praktijk
dient slechts ter illustratie van een patroon
dat ik steeds vaker zie terugkeren. De negatieve
effecten alsmede de oorzaken van deze tendens
blijven in het politieke en publieke debat helaas
onderbelicht. Op deze plek zou ik graag enkele
zaken aanstippen.
Een deel van de verklaring valt terug te leiden
tot de 'risicoaversie' van politici. Risicoaversie
is een anglicisme dat in de economie
wordt gebruikt om de voorkeur van mensen
voor een zekere uitkomst met een lagere gemiddelde
verwachte 'pay-off' boven een onzekere
uitkomst te beschrijven, oftewel om de afkeer
van mensen voor uitkomsten met een risico-
element aan te duiden. De meesten van ons
zouden hun huis niet verkopen om daar staatsloten
mee te kopen, zelfs als die loten gemiddeld
meer zouden opleveren dan ze kosten.
Ook politici hebben vaak de neiging het zekere
voor het onzekere te nemen. Politici is er
veel aan gelegen risico's zoveel mogelijk uit te
sluiten. Zij willen altijd kunnen zeggen: 'Wij
hebben gedaan wat we konden, aan ons heeft
het niet gelegen.' Bovendien is een rechtvaardige,
veilige wereld psychologisch iets waar mensen
graag in geloven en waar zij bereid zijn fors
in te investeren. Electoraal doet deze boodschap
het dan ook goed. De attitude van risicoaversie
is in die optiek begrijpelijk, maar niet altijd
even verstandig.
Een van de pijlers onder de legitimiteit van
de staat is dat zij veiligheid biedt aan haar burgers.
Bij afgeleide kijken mensen al snel naar de
politiek voor bescherming, stabiliteit en een
antwoord op onzekerheid. In een democratie
zullen zij daar ook door kiezers op worden afgerekend;
of de oorzaak van stijgende of dalende
criminaliteit of grote rampen nu binnen de
macht van de politici lag - en ligt - of niet. Het
is dan ook logisch en terecht dat politici zich de
veiligheid aantrekken.
Maar in hun dadendrang om te voorkomen
dat criminaliteit voorkomt, kunnen politici ook
doorschieten. Complexe vraagstukken worden
gereduceerd tot simpele oneliners met navenant
simplistische oplossingen. Alsof ieder risico
in het leven een antwoord heeft. Deze belofte
van maakbaarheid en het uitbannen van ieder
risico kan de politiek niet waarmaken.
Empathie is een essentiële emotie in een
democratie. Het is zeker belangrijk dat politici
deze eigenschap bezitten. Maar ook hier dreigen
sommigen door te schieten. De PvdAwoordvoerder
stelde bij een debat over een met
eerwraak in verband gebrachte moord in Alkmaar
eerder dit jaar: 'Een spoeddebat met
spreektijden van twee minuten doet geen recht
aan de tragiek van deze vrouwen.' En Fred Teeven
in het bovengenoemde debat: 'Ik denk dat
wij dus de nabestaanden van het slachtoffer ook
eer bewijzen door hier vanavond direct over te
spreken.' Deze competitie om aandacht voor
individuele gevallen in de Tweede Kamer kan
ertoe leiden dat een vrijwel permanente crisissfeer
wordt opgewekt. Beleid dreigt dan te worden
gemaakt op basis van emoties in plaats van
een gedegen analyse.
De ontwikkelingen in de moderne massamedia
zijn hier mede debet aan. Na een gewelddadig
of schokkend incident is een van de
consequenties van de verslaggeving van verscheidene
media dat de emoties hierover verhit
raken. Zo kan het dat een incident dat vijftig
jaar geleden nauwelijks tot oproer zou
hebben geleid buiten de directe kring van betrokkenen,
vandaag tot een nationale ervaring
verwordt. Deze nieuwsverstrekking is zeker
niet altijd slecht. Maar door de uitvergroting
van sommige incidenten, dreigt het gevoel
voor proporties soms zoek te raken. Het appelleert
hiermee aan een gevoel van onveiligheid,
en versterkt dat ook. Dit kan verregaande,
soms blijvende, gevolgen hebben in bijvoorbeeld
het strafrecht. Zeker als politici niet
langer als effectieve buffer, of zelfs als aanjager,
fungeren voor oplopende emoties. Citaten uit
bovengenoemde debatten illustreren dat dit
soms het geval is: 'Ik ben ook geschokt over
het uitblijven van maatschappelijke verontwaardiging',
en: 'De samenleving trilt op haar
grondvesten na de gebeurtenissen in Enschede
van het afgelopen weekend'.We moeten voorkomen
dat de kanalisering van emoties door
de Tweede Kamer op deze manier verwordt
tot een wedstrijd wie het meest geschokt en
verontwaardigd is als graadmeter van hoe goed
je als politicus de samenleving aanvoelt. Dit is
een valse voorstelling van zaken.
Tegen welke prijs?
De verlokkingen om als politicus mee te gaan
in deze patronen zijn dan ook tamelijk sterk.
Toch zou ik willen pleiten voor een kritische
benadering van deze manier van denken. De
logische consequentie van pogingen alle risico
te beheersen, is immers het creëren van een
permanente staat van veiligheid. Dat is een fictie.
Maar ook zonder de ingeslagen weg tot haar
logische consequentie door te voeren, zie ik
verscheidene problemen.
Ten eerste bouwt de politiek met haar
pretenties om 100 procent veiligheid te garanderen
de teleurstelling bij mensen van te voren
in. Immers, welke inspanning de overheid zich
ook getroost, zij zal criminaliteit nooit geheel
uitbannen. De geschiedenis van dictaturen en
democratieën laat dit ook zien. Bovendien
maakt de discrepantie tussen de ontwikkeling
van de objectieve en subjectieve veiligheid het
uitermate lastig deze doelstelling ook maar te
benaderen. Het is zeer wel denkbaar dat mensen
zich onveiliger gaan voelen hoewel de statistieken
een dalende trend laten zien, bijvoorbeeld
door bovengemiddeld veel ruchtbaarheid
die aan enkele spraakmakende zaken
wordt gegeven.
Ten tweede wordt het door een luidere
roep om veiligheid aantrekkelijker om te besluiten
tot het langer opsluiten van criminelen.
De recidivecijfers van de afgelopen jaren
geven mij weinig vertrouwen in de effectiviteit
van deze aanpak. Bovendien worden de
kosten die dit met zich meebrengt steeds
hoger. Van elke 100 euro die de overheid uitgeeft,
komt bijna 1,50 euro ten laste van de
tenuitvoerlegging van gevangenisstraf. Het effect
op de omvang van de beroepsbevolking
en andere bijeffecten laat ik hier dan nog buiten
beschouwing.
Ten derde noem ik de toenemende inbreuk
van de overheid op de vrijheid van burgers
als belangrijk nadeel. De overheidsvrije
ruimte die het individu in een proces van vele
decennia heeft gewonnen, dreigt tamelijk snel
en in verregaande mate te worden ingeperkt.
De gevolgen hiervan worden slechts zelden
coherent gepresenteerd. Het Rathenau Instituut laat in haar rapport Van Privacyparadijs tot
Controlestaai 2 op overtuigende wijze zien
welke ontwikkeling het Nederlandse straf- en
strafprocesrecht hebben doorgemaakt, en hoe
de persoonlijke levenssfeer van mensen is ingeperkt.
Preventief fouilleren, identificatieplicht
en cameratoezicht zijn slechts enkele
voorbeelden. Dit heeft ertoe geleid dat niet
langer de bescherming van het individu tegen
de staat centraal staat, maar de bescherming
van het individu door de staat.
Als de plannen van minister Rouvoet doorgang
vinden, wordt van elk kind in de eerste
vier jaar na de geboorte een risico-inventarisatie
gemaakt. Hierbij lijkt in een poging de problematiek
van een klein percentage te beheersen
een enorme dossiervorming te worden begonnen.
Zelfs de levensovertuiging en de hobby's
van ouders worden meegewogen bij deze
risicoanalyse. Volgens sommige voorspellingen
zou een wijn drinkende moeder in combinatie
met een werkloze vader eventueel al licht gerinkel
van alarmbellen kunnen opleveren. Iedereen
gaat in een dossier terwijl bij de opzienbarende
zaken van de afgelopen jaren het probleem
niet lag bij het identificeren van de probleemgezinnen.
De balans tussen de beheersing
van risico's en de (im)materiële kosten lijkt
zoek.
Bovendien is het verzamelen van (te) veel
informatie volgens experts naast een zeer kostbare
aangelegenheid, ook ineffectief. Het gevaar
bestaat immers dat organisaties in de jeugdzorg,
maar ook inlichtingendiensten, door de bomen
het bos niet meer zullen zien. In een recent rapport
van een zware adviesgroep (Data voor
Daadkracht) werd de verzamelwoede van de
overheid in haar strijd tegen 'het' terrorisme
ook aan de kaak gesteld. Minister ter Horst
heeft dit onwelgevallige rapport helaas tamelijk
achteloos terzijde geschoven.
Conclusie
Naar aanleiding van enkele nare voorvallen
waarbij paddo s in het spel waren, werd een geheel
verbod op paddo's uitgevaardigd. Gedegen
rapporten van het Coördinatiepunt Assessment
en Monitoring nieuwe drugs (CAM)4 uit
2000D en 2007,6 plus jaren realistisch en succesvol
beleid werden door een meerderheid van
de Kamer en kabinet in één klap terzijde geschoven.
Een welhaast blinde drang om alle risico's
uit te bannen, lijkt hier aan ten grondslag
te liggen. De gedachte dat als je iets verbiedt het
daarmee ook verdwijnt, lijkt diepgeworteld bij
veel politici. Helaas is dit niet het geval. Sterker,
deze mentaliteit ontkent de werkelijkheid en
leidt tot onrealistisch beleid. Een verbod op hallucinogene
paddestoelen zal er waarschijnlijk
zelfs toe bijdragen dat de situatie alleen maar
erger zal worden. Maar los van de vraag of een
verbod tot positieve resultaten zal leiden, is het
tempo en de toon waarop sommige partijen tot
hun conclusie komen zorgwekkend.
Deze gang van zaken, die we regelmatig
terug zien in de rituelen van de Tweede Kamer
na een moord, zoals bijvoorbeeld geïllustreerd
door het tbs-debat hierboven, is zorgwekkend.
Risico's zijn een deel van het leven. En het
koste wat kost beperken ervan zal ons uiteindelijk
duur komen te staan.
Dat wil uiteraard niet zeggen dat we moeten
berusten in het feit dat er verschrikkelijke
dingen gebeuren in Nederland. Het kan zeker
beter. De vraag is alleen of de manier waarop nu
vaak wordt gereageerd op incidenten het
meeste uitzicht biedt op die verbetering. Ik ben
ervan overtuigd dat wij tot betere resultaten
zullen komen als wij de invloed die de politiek
heeft - en kan hebben - op de Nederlandse
maatschappij realistisch inschatten. En vervolgens
op basis van een gedegen analyse en niet
van verhitte emotie beleid maken.
Meer over...
Transfer Passenger data, European Parliament to do the dirty work?
lees verder



