Luister naar deze pagina met proReader

U bevindt zich op: homenieuwsnieuwsbericht

dinsdag 14 november 2006

Bijdrage van Hans Engels aan het debat over het vervallen uitsluiting kiesrecht wilsonbekwamen

BIJDRAGE D66 AAN PLENAIR DEBAT 30471

(GW-WIJZIGING T.B.V. VERVALLEN UITSLUITING KIESRECHT WILSONBEKWAMEN)

Hans Engels

Met bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting en het recht tot vereniging en vergadering behoort het kiesrecht tot de zogeheten rechten op politieke vrijheid. Het kiesrecht is het recht van burgers om de leden van de algemeen vertegenwoordigende organen (waaronder dus niet de Eerste Kamer) te kiezen. Op grond van artikel 4 van de Grondwet wordt dit recht gelijkelijk toegekend aan alle Nederlanders, hoewel de wet het kiesrecht ook aan vreemdelingen kan toekennen en dat voor de lokale volksvertegenwoordiging ook heeft gedaan. Daarmee is het kiesrecht een individueel grondrecht als alle andere klassieke rechten en vrijheden, al maakt de gegroeide partijendemocratie de oorspronkelijke gedachte van door kiezers gestelde kandidaten overwegend fictief.

Het opnemen in de Grondwet van het kiesrecht als grondrecht, direct aansluitend bij de gelijkheidsrechten, illustreert de ontwikkeling van dit recht als uitdrukking van modern staatsburgerschap. Het geeft inhoud aan de aanspraak om zich in het openbaar bestuur te laten vertegenwoordigen en deel uit maken van een volk dat zijn vertegenwoordigers uitkiest. Waar in het verleden het kiesrecht werd gebonden aan kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand, is het aantal gronden waarop men van het kiesrecht kan worden uitgesloten tegenwoordig zeer beperkt. Dat bevestigt de huidige rechtsopvatting dat het kiesrecht, afgezien van nationaliteit en leeftijd, aan iedere burger toekomt, ongeacht zijn waardigheid of geschiktheid. Toch is de grondwetgever in 1983 uiteindelijk niet overgegaan tot het schrappen van alle uitsluitingsgronden.

Dat geldt derhalve ook voor de in Grondwet en Kieswet vastgelegde uitsluiting van curandi, dat wil zeggen personen die wegens een geestelijke stoornis onder curatele zijn gesteld. Met de regering is de fractie van D66 van mening dat er geen redelijke gronden meer zijn voor deze beperking. De in de stukken genoemde uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2003 weerspiegelt de inmiddels veranderde opvattingen over het kiesrecht en de maatschappelijke positie van curandi.

Het lijkt mijn fractie moeilijk vol te houden dat curandi van het kiesrecht uitgesloten moten blijven op grond van de veronderstelling dat zij als enige groep niet tot een verantwoorde uitoefening van dit recht in staat zou zijn. Wij vinden dat ook aan curandi in redelijkheid zoveel mogelijk zelfbeschikkingsrecht toekomt. Zij moeten niet per definitie buiten staat worden geacht hun kiesrecht uit te oefenen. Bovendien is niet langer verdedigbaar de paradoxale situatie, dat de veel grotere groep van personen met zwaardere geestelijke stoornissen, die zijn opgenomen in een instelling of anderszins onder feitelijk toezicht staan, wel over het kiesrecht beschikt. Dat zij niet onder curatele zijn gesteld hangt samen met het ontbreken van de noodzaak daartoe, aangezien zij niet meer aan het maatschappelijk verkeer deelnemen. Curandi blijken echter nog wel in staat op redelijke wijze hun belangen te behartigen en rechtshandelingen te verrichten. In die zin is er een wezenlijk verschil tussen bescherming van personen en beperking van rechten.

Deze overwegingen leiden er toe dat de fractie van D66 van harte met dit voorstel kan instemmen.

Meer over...

Deel dit item:
mail deze pagina naar een vriendprint pagina
 
 

Blog Sophie in 't Veld

Transfer Passenger data, European Parliament to do the dirty work?

On April 20th the European Parliament will take the final vote on the EU-US Agreement on the transfer of Passenger Name Records. The pressure to adopt the Agreement is huge. The supporters of the Agreement claim it is ...
lees verder
ALDE