Luister naar deze pagina met proReader
dinsdag 26 april 2005

Bijdrage Schouw over toekomst Antillen

Op 26 april vond in de Eerste Kamer het debat over de begroting voor de Overzeese gebieden plaats. Tijdens dit debat pleitte Gerard Schouw er namens D66 onder andere voor om de herijking van de bestuurlijke relaties het liefst nog dit jaar vorm te geven, dit naar aanleiding van de uitkomst van het referendum op Curaçao

Gerard Schouw's volledige bijdrage:

Voorzitter

Uiteraard wil ik ook van de kant van D66 de nieuwe minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties hartelijk welkom heten in deze kamer. Het is echt plezierig dat wij al zo snel met hem over zo'n boeiend onderwerp als het Koninkrijk en hun relaties kunnen debatteren.

Voorzitter

Onze fractie heeft dit jaar weinig behoefte om een heel uitvoerige algemene beschouwing te houden over de Antillen. Hiervoor zijn in hoofdzaak drie redenen:

De eerste is dat we net een nieuwe minister hebben. Deze zal zich niet alleen de dossiers eigen moeten maken, maar ook bekend moeten raken met de hoofdrolspelers in het veld. Daarnaast gunnen we de minister een paar `wittebroodsweken' om zijn eigen lijn in dit dossier te trekken. De tweede reden heeft te maken met de uitkomst van het referendum op Curaçao en de conclusies die daaraan zijn te verbinden. Het zal enige tijd kosten om een verstandige koers uit te zetten. De derde reden is dat de fractie van D66 vindt dat zij de Tweede Kamer niet al te hinderlijk voor de voeten moet gaan lopen daar waar het de toekomstige staatskundige inrichting betreft. Het politieke primaat hiervoor ligt immers in beginsel bij de Tweede Kamer.

Dat gezegd hebbende, voorzitter, zou ik minister wel vier punten willen voorleggen, met het verzoek hierop te reageren. Het eerste heeft te maken met de uitkomst van het referendum op Curaçao. Met de uitkomst van dit referendum heeft het Nederlandse kabinet naar de mening van de D66 fractie een feit in handen gekregen om de herijking van de bestuurlijke relaties - en misschien nog dit jaar - onomkeerbaar vorm te geven.

Het is immers niet meer de vraag óf er iets moet gebeuren, maar wat en wanneer. De bevolking op Curaçao heeft gekozen. En 68% wil autonomie. Dat wil zeggen los van de overige Antilliaanse eilanden, maar met behoud van de band met Nederland. En daarmee lijkt op het eerste gezicht een vrijwel definitief einde gekomen aan een Antilliaanse staatsverband. De Antillen als staatsverband zijn op sterven na dood, kopten de kranten. Immers Curaçao St. Maarten, Bonaire, Saba en het al uitgetreden Aruba zien geen heil meer in een staatsverband. Mijn vraag aan de minister is of hij dit ook zo ziet, én dat de energie vooral moet gaan zitten in het maken van afspraken tussen het moederland en de afzonderlijke eilanden?

Mijn tweede punt heeft te maken met het `momentum' waarin we nu verkeren. De voorganger van de minister, de heer De Graaf, heeft veel goed voorwerk verricht. Van rechtshandhaving, financieel toezicht en sociale investeringen is in betrekkelijk korte tijd veel werk gemaakt. Wij vertrouwen er natuurlijk op dat deze minister de duidelijk en besliste lijn van zijn voorganger onverminderd voortzet.

Maar er is misschien meer mogelijk. En ik zei het net ook al even, er is een momentum ontstaan waarin nieuwe mogelijkheden open liggen. Een nieuwe minister, een uitslag van een referendum en de nadrukkelijk politieke wens om de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Nederland en de eilanden op een moderner manier vorm te geven. De ervaring in dit dossier leert dat vrijwel automatisch een procesaanpak wordt verkozen boven een inhoudelijke. In de praktijk komt dat neer op gestudeer, werkgroepen, commissies en rapporten. Kortom tijdrovende zaken die een oplossing niet dichterbij brengt. Mijn vraag aan de minister is hoe hij dit unieke moment gaat gebruiken?

Een tussenopmerking is dat het eigenlijk wel jammer is dat in Nederland geen serieuze raadpleging is geweest over de vraag hoe dit deel van het Koninkrijk aankijkt tegen de relaties met de eilanden. We moeten het doen met de uitkomst van het webcongres van NRC handelsblad van een paar weken terug. Daarin gaf 61% van de respondenten aan dat de Antillen op eigen benen moeten staan. Er is dus enige urgentie om tot daden te komen. Kan de minister eens aangeven hoe hij aankijkt tegenover een peiling in ons land?

Mijn derde punt betreft de al dan niet bindende uitslag van de referenda. Toevallig was ik op de dag van het referendum op Curaçao en wat mij opviel was dat in het referendumkrantje stond dat de inwoners van Curaçao rechtstreeks de staatskundige status van het eiland kiezen. "Uw keus wordt onverkort uitgevoerd". De vraag is natuurlijk of dit staatsrechterlijk juist is? Met andere woorden acht de minister zich gebonden aan de uitkomst van het referendum?

Overigens zie ik bij de verkozen oplossing, rechtstreekse relaties tussen Nederland en de afzonderlijke eilanden, een aantal problemen die niet één twee drie zijn op te lossen. Ik denk bijvoorbeeld aan de financiële ontvlechting van de Antillen. Met daarin de bottleneck de verdeling van de geweldige schuld. Het getouwtrek over de verdeelsleutel daarvoor kan nog jaren duren. Ook moeten er afspraken komen over het al dan niet handhaven van de Antilliaanse gulden. En wat te denken aan afspraken over voorzieningen op het terrein van onderwijs en medische zorg.

Is het gezien al die tijdrovende uitwerking van die variant, niet beter om optie D, Curaçao wordt onderdeel van Nederland, als serieuze mogelijkheid boven tafel te houden? Dit heeft immers veel praktische voordelen. Denk daarbij aan het niveau van voorzieningen en de handhaafbaarheid van rechtsregels en het financieel toezicht. Bijkomend voordeel is dat een stabieler land aantrekkelijker is voor investeerders.

Een vierde opmerking is dat de voorkeursvariant, autonome landen binnen het Koninkrijk, uitgaat van het reduceren van een bestuurslaag. Dat is aan de ene kant logisch, maar aan de andere kant ook wel opmerkelijk. Immers in Nederland lossen we sinds jaar en dag een gebrekkige bestuurskracht van gemeenten juist op door schaalvergroting. Dit leidt in de regel tot een professioneler bestuur en ambtelijk apparaat. Ten aanzien van de Koninkrijkseilanden wordt, als we niet uitkijken, een oplossing voorzien die eigenlijk haaks staat op de beproefde praktijk. Immers juist door schaalverkleining denken we de bestuurskracht op te lossen. Maar hoe verhoudt zich dat, zo zou ik de minister willen voorhouden, tot de bestuurlijke leer? Hoe kom je dan tegemoet aan de voornaamste bezwaren: een professioneel apparaat, een professioneel bestuur?

Voorzitter

Tenslotte wil ik naar vragen naar de feitelijke uitvoering en voortgang van de voornemens. Kan de minister iets zeggen over de voortgang van de rechtshandhaving, de voortgang van sociale programma's en het drugsbeleid?

Voorzitter

Ik zie uit naar de beantwoording.

Meer over...

Deel dit item:
Link toevoegen aan Hyves Link toevoegen aan Facebook Link toevoegen aan Twitter Link toevoegen aan LinkedIn
mail deze pagina naar een vriendprint pagina
 
 

Wat doet Sophie in 't Veld in het Europees Parlement?
afspeelknop
Blog Sophie in 't Veld

Een Marshallplan voor Griekenland

In de beeldvorming is de crisis in de eurozone ongeveer als volgt: die luie Grieken hebben jarenlang geld over de balk gesmeten, nu moeten wij hen financieel redden en nu hebben ze ook nog eens een keer het lef te ...
lees verder
ALDE