Kenniseconomie
De Europese Unie wil in 2010 de meest dynamische en concurrerende kenniseconomie ter wereld zijn (de zgn. Lissabon Strategie, afgesproken in 2000). Deze doelstelling dreigt bij lange na niet te worden gehaald. Om mee te tellen in de wereldeconomie is investeren in kennis de enig verstandige strategie. Zoals D66 in Nederland consequent pleit voor een structurele
meerjaarlijkse verhoging van uitgaven aan onderwijs en onderzoek, pleit D66 in Europa voor een flinke impuls voor kennis en innovatie in de Europese economie. DeEuropese Unie moet talent aantrekken en voortbrengen, en ruimte bieden aan individuen, ondernemingen en
organisaties om te excelleren, investeren en innoveren.
Investeren in een kenniseconomie levert op de lange termijn een hoog rendement op. De Europese lidstaten hebben afgesproken 3% van hun Bruto Nationaal Product te besteden aan onderzoek en ontwikkeling (Lissabon Strategie). D66 wil dat nationale overheden, inclusief Nederland, het bedrijfsleven aanspreken op hun volstrekt tekortschietende bijdrage en dat zij een extra inspanning leveren om de afgesproken doelstelling te bereiken. Te denken valt aan een verdere uitbreiding van het instrument ‘kennisvouchers’ voor het midden- en kleinbedrijf maar zeker ook aan het intensiveren van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Sterk groeiende economieën als India en China gaven in de afgelopen decennia 8-9% uit aan onderzoek en ontwikkeling. De focus van de Europese Unie en nationale uitgaven moet van het subsidiëren
van verouderde industrieën en landbouwproductie verschuiven naar innovatie en kennis.
Innovatie komt soms door toevallige ontdekkingen maar veel vaker vanuit een goede kennis- en innovatieinfrastructuur. De Europese Unie moet meer geld beschikbaar stellen aan universiteiten en onderzoeksinstituten die grensoverschrijdend samenwerken. D66 streeft naar een Europese Ruimte voor Onderzoek, waar Europese samenwerking en kennisdeling centraal staan. Op die manier ontstaat er naast een vrij verkeer van goederen, diensten en personen ook een vrij verkeer van kennis in Europa. Goede stappen zijn al gezet in het erkennen van diploma’s in andere landen. Het verwijderen van onnodige obstakels op het gebied van immigratie, arbeidsrecht of sociale zekerheid is van groot belang. Er zijn vaak toch nog te veel praktische obstakels bij hetbinnenhalen van buitenlands onderzoekstalent. Europa moet een magneet worden voor de Best and Brightest , door een cultuur te ontwikkelen die innovatie en
ondernemerschap aanmoedigt en waardeert.
In de huidige informatiemaatschappij zijn kennis, creativiteit en innovatie van steeds groter belang. Digitale ontwikkelingen op internet en op het gebied van open-source-software stimuleren een snellere verspreiding en gebruik van informatie. Bescherming van intellectueel eigendom is belangrijk voor innovatie, maar mag niet gebruikt worden als protectionistisch
instrument om de snelle ontwikkelingen op het gebied van software te ondermijnen.
D66 is voor een Europese markt voor intellectueel eigendom. In de komende vijf jaar moet er eindelijk een EU-gemeenschapsoctrooi komen. Het moet voor mensen eenvoudiger en goedkoper worden een octrooi aan te vragen dat voor heel Europa geldt.
Volgens D66 is het van belang dat creatieve uitingen (bijvoorbeeld door kunstenaars en auteurs) worden beschermd. Echter het auteursrecht mag de rechten van consumenten niet uithollen.
Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie
Een Marshallplan voor Griekenland
lees verder



