Luister naar deze pagina met proReader

Cultuur

Kunst en cultuur zijn onmisbaar voor de samenleving. D66 ziet kunst en cultuur als een waardevol doel op zichzelf en niet eenzijdig als een instrument voor het bereiken van andere beleidsdoelstellingen. Daarom moet het Rijk structureel één procent van de netto rijksuitgaven besteden aan kunst en cultuur.

Het subsidiesysteem voor de kunsten moet eenvoudig en transparant zijn en de overheid bemoeit zich niet met de artistieke inhoud. Ook moeten er meer middelen komen voor internationale samenwerking.

Verder moet er meer aandacht komen voor het betrekken van jongeren bij kunst en cultuur.

Financiering

Kunstenaars en culturele instellingen moeten zo min mogelijk worden lastiggevallen met bureaucratie en politieke bemoeienis. Daarom moet het verdeelsysteem voor rijkssubsidies worden herzien, volgens het overheid op afstand principe. D66 pleit voor eenvoudige, transparante subsidieprocedures met een duidelijke rol voor cultuurfondsen en deskundigen uit de sector.

D66 wil dat de overheid zich niet bemoeit met de inhoud van kunst en cultuur. Daar waar de markt tekort schiet moet de overheid bijspringen, maar deze mag zich dan niet bemoeien met de artistieke inhoud.

Voor een breed cultureel aanbod is de deelname van particulieren, bedrijven en fondsen onmisbaar. De overheid moet het schenken aan culturele instellingen stimuleren door middel van koppelsubsidies (matching grants) en fiscale maatregelen.

Bij koppelsubsidies is het krijgen van subsidie van de overheid afhankelijk van de mate waarin de aanvrager zelf particulier geld weet binnen te halen. De overheid stelt dus alleen een subsidie beschikbaar als de aanvrager minimaal hetzelfde bedrag uit de markt haalt.

Tot slot moet er een royaal fonds zijn voor bijzondere culturele projecten; `grand projets', dat ingezet kan worden voor architectuur met internationale grandeur, de aankoop van een uniek schilderij, de organisatie van een festival of museale innovaties.

Internationale samenwerking

Nederland heeft baat bij sterke culturele banden met het buitenland. Daarvoor is het nodig dat het budget voor internationale culturele samenwerking omhoog gaat. D66 wil meer middelen voor zogenaamde `Holland promotion' in het buitenland. Ook de fondsen voor de uitwisseling van kunstenaars en kunststudenten zetten Nederland op de wereldkaart.

D66 pleit voor het stichten van een Holland House in New York.

Een `Holland Huis' kan een belangrijke makelaar zijn voor de Nederlandse cultuur. Nederlandse kunstenaars zoals schrijvers, muzikanten en filmers kunnen dit huis gebruiken als etalage. Het Nederlandse bedrijfsleven kan het benutten voor representatieve gelegenheden en met dit huis kan ook het toerisme naar Nederland gestimuleerd worden. Tot slot kan het Holland House gebruikt worden om aandacht te schenken aan het Nederlands erfgoed in Amerika.

Monumentenzorg

De rijke cultuurhistorie die Nederland kent mag niet verloren gaan, daarom vindt D66 het belangrijk dat er voldoende geïnvesteerd wordt in de vele monumenten die ons land rijk is. Zo wordt verval voorkomen en kunnen restauratieachterstanden bijgewerkt worden.

Jongeren

Het is belangrijk dat jongeren vertrouwd raken met kunst en cultuur. Dat doe je niet alleen door cultuureducatie. De overheid moet beter haar best doen aan te haken op de `jongerencultuur'.

D66 vindt dat de overheid meer moet doen aan het faciliteren van `jongerencultuur', zoals de dance-industrie en DJ's. De dance-industrie is een belangrijke culturele uiting voor meer dan een miljoen jongeren en jongvolwassenen. Deze sector is goed voor een jaarlijkse omzet van 500 miljoen en genereert 11.000 arbeidsplaatsen. De dance-industrie is dus een volwaardige en volwassen bedrijfstak, die van groot belang is voor de economie en de jongerencultuur. Bovendien is dance een vorm van kunst. Duizenden feesten worden professioneel en zonder incidenten georganiseerd.

Toch kleeft er een negatief imago aan de dance. Dit wordt veroorzaakt door breed uitgemeten incidenten en onvoldoende kennis over de dance-industrie. D66 pleit voor een volwassen en gelijkwaardige samenwerking tussen de dance-sector en overheden. Alleen dan kom je tot een duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden.

Op initiatief van D66 hebben DJ's, VJ's en MC's die optreden op dance-party's, festivals en poppodia in ieder geval de status van artiest gekregen. Daarmee zijn een aantal ingewikkelde regels afgeschaft en is hun belastingtarief verlaagd. Hiermee zijn beginnende jonge DJ's, VJ's en MC's enorm geholpen. Ook is het een lang gevraagde artistieke erkenning van deze kunstvorm.

D66 is van mening dat er meer aandacht moet zijn voor het betrekken van jongeren bij kunst en cultuur. Cultuureducatie speelt hierbij een belangrijke rol.

Vanaf de basisschool moet er meer ruimte komen voor cultuureducatie en kunstenaars voor de klas, en meer ruimte voor vrije expressie.

Ook moeten scholen en kunstinstellingen een ruimer budget krijgen om voor de naschoolse opvang samen een breed cultureel aanbod te ontwikkelen.

Ondersteuning binnen en buiten het reguliere onderwijs is van belang. Daarom pleit D66 voor het gratis toegankelijk maken van musea voor jongeren tot 18 jaar. Met deze maatregelen zorg je ervoor dat kinderen al op jonge leeftijd vertrouwd raken met kunst, cultuur en expressie.

 


mail deze pagina naar een vriendprint pagina

ALDE