U bevindt zich op: home
nieuws
nieuwsbericht
Diversiteit in bedrijven is maatschappelijk- én eigenbelang
Onderstaand artikel van Fatma Koser Kaya (D66), Jet Bussemaker (PvdA) en Tineke Huizinga-Heringa (ChristenUnie) verschijnt zaterdag 2 september in Trouw.
Het bestrijden van discriminatie heeft een belangrijke plaats gekregen in het VVD-verkiezingsprogramma, terwijl het CDA-programma uitspreekt de arbeidparticipatie van alle groepen te willen bevorderen. Dat is ook dringend nodig, omdat de Nederlandse arbeidsmarkt nog altijd weinig diversiteit vertoont. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in hogere functies, de jeugdwerkloosheid onder allochtonen is nog altijd twee keer zo hoog als onder jongeren in het algemeen. Van de hoger opgeleide vluchtelingen zit zelfs 40 % in een uitkering. Ondertussen geeft eenderde van de allochtone werknemers aan dat men te maken krijgt met discriminatie, en geeft bijna een kwart van de werkgevers desgevraagd aan bij voorkeur geen of helemaal geen allochtonen aan te nemen. Wij dagen CDA en VVD uit het niet bij mooie (verkiezings-)woorden te laten en doen daartoe enkele concrete voorstellen.
De verschillen op de arbeidsmarkt worden bepaald door opleiding en werkervaring, maar ook door maatschappelijke waarden. Vroeger was dat vooral via het verzuilingsmodel waarin de representatieve diversiteit voorop stond, en religieuze of etnische minderheden werden gestimuleerd om eigen organisaties op te richten. De hoogleraar James Kennedy heeft mooi beschreven waarom dit model niet meer werkt. Hij stelt dat organisaties als politieke partijen en vakbonden steeds minder bijdragen aan het vergroten van de diversiteit in het publieke leven, en Nederland steeds meer wordt gekenmerkt door een meerderheidscultuur.
Tegelijkertijd is er in Nederland ook weinig draagvlak voor wat Kennedy de intra-institutionele diversiteit noemt, waarbij gestreefd wordt naar maximale diversiteit binnen organisatievormen. De veronderstelling is dat organisaties winnen aan kwaliteit door zoveel mogelijk mensen uit verschillende culturen binnen te halen. Deze vorm van diversiteit is vooral bekend uit de Verenigde Staten, en wordt hier al snel geassocieerd met `political correctness' en paternalisme.
Ondertussen wordt de noodzaak om meer mensen aan het werk te krijgen alleen maar groter. Sommige bedrijven snappen dat goed; zij zien het stimuleren van werk(hervatting) van allochtonen als een maatschappelijke taak in termen van integratie. Daarnaast hebben zij natuurlijk ook een eigenbelang. Immers, door de vergrijzing zal het aandeel van de economisch actieve bevolking de komende 50 jaar met zo'n 23 % afnemen. Tegelijkertijd zal over 50 jaar 20% van de bevolking uit allochtonen bestaan; zij vormen eveneens een belangrijke afzetmarkt.
Maar nog lang niet alle bedrijven beseffen het belang van een goed diversiteitsbeleid. Er zal dus meer moeten gebeuren. De overheid zou een banenoffensief voor allochtonen moeten beginnen. Een dergelijk offensief is in de jaren negentig succesvol geweest toen door het convenant van de ministers van Boxtel en Vermeend (resp. grote steden beleid en sociale zaken) met het MKB meer dan 50.000 allochtonen aan het werk zijn geholpen. Dat convenant is daarna stop gezet. Wij pleiten voor concrete doelstellingen waaraan een regering zich durft te committeren.
Daarnaast zou er meer gedaan moeten worden aan het vervolgen en bestrijden van discriminatie op de werkvloer. Nu vervolgt het Openbaar Ministerie lang niet altijd bij ernstige klachten. Ook zou men de taken van de Arbeidsinspectie kunnen uitbreiden. De Arbeidsinspectie heeft ten aanzien van mannen en vrouwen al de bevoegdheid te onderzoeken of een bedrijf in strijd met gelijke behandeling handelt. Het is logisch dit uit te breiden naar andere discriminatiegronden, in ieder geval ras/etnicteit.
Werkgevers en werknemers hebben een belangrijke verantwoordelijkheid bij het verbeteren van de kansen van allochtonen op de arbeidsmarkt. Het vaststellen van een gezamenlijke ethische code kan bijdragen aan het voorkomen en bestrijden van discriminatie. Werkgevers en werknemers hebben daarover ondertussen aanbevelingen geformuleerd. Dat is mooi, maar niet genoeg. Wij dagen sociale partners en regering uit in gezamenlijk overleg concrete invulling te geven aan deze code.
De overheid is ook werkgever, en dient het goede voorbeeld te geven. Dat kunnen we nu niet zeggen. Het percentage allochtonen bij de rijksoverheid bedraagt 9,3 % terwijl zij van de totale beroepsbevolking 16,9 % uitmaken. De overheid zou als voorbeeldwerkgever juist beter moeten scoren dan gemiddeld. Dat kan door bewust personeelsbeleid te voeren, maar bijvoorbeeld ook door bij het geven van opdrachten aan derden alleen met bedrijven te werken die zich inspannen voor meer diversiteit.
Tot slot; de uiteindelijke verandering zal op de werkvloer moeten plaatsvinden. Wij willen en kunnen dat niet van bovenaf opleggen. Maar we willen wel het bewustzijn verhogen en stimuleren tot meer inspanning. Daarom stellen we voor dat bedrijven in hun jaarverslag een passage opnemen waarin ze aangeven wat ze gedaan hebben om diversiteit in hun bedrijf te vergroten, en met welke resultaten.
Deze voorstellen kunnen bijdragen aan meer bewustzijn en ondersteuning van cultuurverandering. Dat is een uitdaging voor iedereen. Dat bedrijven die een goed diversiteitsbeleid voeren daar economisch voordeel van hebben, is daarbij mooi meegenomen.
Jet Bussemaker, Tweede Kamerlid PvdA
Fatma Koser Kaya, Tweede Kamerlid D66
Tineke Huizinga-Heringa, Tweede Kamerlid ChristenUnie
Meer over...
Een leven lang leren
lees verder


