U bevindt zich op: home
nieuws
nieuwsbericht
Europa wordt politiek: even wennen voor ambtenaren
Dit artikel van de hand van Sophie in 't Veld, D66-Europarlementariër en Jules Maaten, Europarlementslid voor de VVD, verscheen eerder in NRC Handelsblad.
Europa wordt politiek: even wennen voor ambtenaren
In zijn artikel "Europarlement draait Europa de nek om" van 24 januari betoogt Derk Jan Eppink dat het Europees Parlement niet de verdediger van het 'Europa van de burger' is, omdat het door een 'electoraal minderwaardigheidsgevoel' een 'afwijzingsfront' zou zijn dat alleen nog maar wetsvoorstellen van de Europese Commissie verwerpt. Daardoor zou Europa niet de meest dynamische economie ter wereld kunnen worden. Zijn klaagzang overtuigt niet. Het is de taak van het Europees Parlement om politieke keuzen te maken en voorstellen van de Commissie goed te keuren of af te wijzen. Dat doet het Europees Parlement steeds beter. Sommigen hebben er kennelijk moeite mee dat het Europa van de onderonsjes tussen diplomaten en bureaucraten definitief tot het verleden behoort.
Het Europees Parlement is geen verlengstuk van de Europese Commissie. De Europese Unie is een democratie waarin het parlement de wetsvoorstellen van de Commissie controleert. Soms zijn de voorstellen in één keer goed, maar vaak verdienen ze verbetering en in het uiterste geval zelfs verwerping. Dat is de manier waarop een democratie werkt.
In zijn artikel geeft Eppink, werkzaam bij de Europese Commissie, aan vooral verbaasd te zijn dat de Europarlementariërs het waagden de Europese havenrichtlijn en het software patent te verwerpen. Ook is hij bang dat de Europese dienstenrichtlijn begin februari zal worden gewijzigd of zelfs zal worden afgekeurd. Ook lijkt hij zich te ergeren aan de grote hoeveelheid amendementen die parlementariërs onder druk van lobbygroepen zouden indienen.
Niet alleen in het Europees Parlement werd uitgebreid gediscussieerd over het software patent, maar ook in de nationale parlementen bestond grote controverse over de plannen van de Europese Commissie. Het is voor de politieke partijen vervolgens een politieke afweging geweest om het plan te steunen of niet. Dat de meerderheid in het Europees Parlement ervoor heeft gekozen het plan te verwerpen is onderdeel van het proces. Dat is geen onmacht, maar democratie.
Ook over de Europese havenrichtlijn bestond grote discussie in de lidstaten en het Europees Parlement. Bij deze richtlijn leek het er echter op dat Europees Commissaris Barrot het plan zelf een duwtje richting de afgrond wilde geven. Zelfs hij leek niet overtuigd van de richtlijn, en verdedigde het door zijn voorganger De Palacio ingediende voorstel dermate zwak, dat de Europarlementariërs die nog niet wisten wat te stemmen, na zijn betoog waarschijnlijk wél overtuigd waren om het plan af te wijzen. Ook bij de behandeling van zijn dienstenrichtlijn vertoont de Eurocommissaris McGreevy tot onze spijt een opvallende passiviteit
Er worden tussen de fracties in het Europees Parlement wel degelijk in een constructieve sfeer compromissen gesloten. Maar waar geen compromis bereikt kan worden komt het tot een stemming. Dat is een goede zaak, want zo zien de burgers dat er tussen de verschillende politieke partijen echt iets te kiezen valt.
Eppink schetst een duister beeld van lobbyisten die in het EP een bovenmatige invloed zouden uitoefenen. In werkelijkheid gaat het meestal om ideeële organisaties (voor mensenrechten, milieu, gelijke kansen, enzovoort), betrokken burgers die - vaak via e-mail - een petitie richten aan de Europarlementariërs, of vertegenwoordigers van Europese verbanden, zoals de vakbonden, de werkgevers, het MKB of economische sectoren. Deze lobbyisten geven een zeer waardevolle bijdrage aan het debat en zijn een prima bron van informatie voor Europarlementariërs, die naar alle partijen luisteren alvorens hun standpunt te bepalen.
Laten we wel zijn, op die terreinen waar de EU te langzaam vooruitgang boekt (flexibeler maken arbeidsmarkt, investeren in kennis, samenwerken in bestrijden van internationale criminaliteit, een coherent buitenlandfs beleid voeren, om maar een greep te doen) ligt het probleem bij de regeringen, niet bij het Europese Parlement. Democratische controle is lastig voor wie meent de macht te hebben.
De klaagzang van Eppink doet ons denken aan de bard Assurancetourix uit de strip Asterix en Obelix. Overtuigd van zijn talenten zingt de dorpszanger het hoogste lied, terwijl zijn dorpsgenoten hun ramen en deuren sluiten om het gekraak niet te hoeven aanhoren. In plaats van met een beschuldigende vinger naar het Europees Parlement te wijzen, doet de Commissie er beter aan na te gaan welk verzoeknummer de burger echt van Europa zou willen horen.
Sophie in 't Veld en Jules Maaten zijn lid van de fractie van Liberalen en Democraten in het Europees Parlement, resp. Delegatievoorzitter van D66 en VVD.
Meer over...
Een leven lang leren
lees verder


