U bevindt zich op: home
nieuws
nieuwsbericht
Tegenstrijdigheid Belgische en Nederlandse wetgeving
Sophie in 't Veld stelt een vraag aan de commissie over de tegenstrijdigheid in de Belgische en Nederlandse wetgeving betreffende exporteerbaarheid van het brugpensioen.
Voor exporteerbaarheid van een conventioneel brugpensioenrecht (op grond van CAO 17 e.v.) van een burger die in Nederland woont maar werkt bij een in België gevestigd bedrijf, lijkt er geen wettelijke beperking te gelden. Echter, het theoretisch recht op exporteerbaarheid van de Belgische brugpensioenregeling stuit in de uitvoeringspraktijk op tegenstrijdige nationale regelgeving. Als bijvoorbeeld een in Nederland wonend persoon van 58 jaar gebruik maakt van de Belgische brugpensioenregeling, kan de op grond van artikel 71 van Verordening (EEG) nr. 1408/71(1) door de woonstaat verstrekte werkloosheidsuitkering maximaal 5 jaar duren. In de periode van zijn 63ste tot en met zijn 65ste levensjaar heeft de bruggepensioneerde grensarbeider in die zin geen recht meer op een werkloosheidsuitkering. Hierdoor vervalt tevens de aan de uitkering gekoppelde wettelijke verplichting van de Belgische werkgever tot aanvulling van de werkloosheidsuitkering tot 70% van het laatst genoten Belgische salaris. De bruggepensioneerde komt hierdoor zonder inkomen. Bovendien zijn uitkeringsgerechtigde werklozen in Nederland onder de Nederlandse Werkloosheidswet verplicht om beschikbaar te blijven voor de arbeidsmarkt, terwijl dat onder de Belgische bepalingen in het kader van conventioneel brugpensioen verboden is.
Is de Commissie op de hoogte van de bovenstaande situatie?
Is de Commissie van mening dat het bovenstaande een belemmering vormt voor de exporteerbaarheid van het Belgische brugpensioenrecht?
Is de Commissie van mening dat er sprake is van een belemmering van het vrije verkeer van werknemers en van diensten zoals bepaald in artikel 39, lid 3 van het EG-Verdrag?
Welke actie gaat de Commissie hiertegen ondernemen?
Meer over...
Een leven lang leren
lees verder


