Toespraak Alexander Pechtold op partijcongres in Breda, 7 november 2009
Congresspeech Alexander Pechtold, 7 november 2009
(gesproken versie geldt)
Congres,
op de dag dat wij
onderwijs en kennis centraal stellen,
neem ik u graag mee terug
naar het Amsterdam van eind jaren ’60.
Daar, in Amsterdam West,
woont en werkt Piet.
Piet is opkoper en doet dat onder de treffende naam:
‘Piet koopt alles’.
Maar zijn handel is bepaald geen vetpot.
Op een goeie dag gaat de dochter van Piet
met haar schoolklas
naar het Stedelijk Museum.
In die tijd waren musea in Amsterdam nog gewoon open…
Ze krijgt les over het werk van een andere Piet, Piet Mondriaan.
Als het meisje enkele dagen later met haar vader
in zijn schuur vol handelswaar staat,
valt haar oog plots op twee tekeningen.
Die doen haar wel erg sterk denken
aan wat ze eerder in het Stedelijk gezien heeft.
Ze wijst op de beide tekeningen en zegt:
‘Papa, die zijn van Mondriaan.’
Geprikkeld door de woorden van zijn dochtertje,
gaat Piet met de werken naar Mak van Waay,
toen het grootste veilinghuis van Amsterdam.
Daar wordt verrukt op de tekeningen gereageerd.
Ze blijken inderdaad
van de hand van Mondriaan.
Ze leveren 80.000 en 150.000 gulden op.
En zo is de arme Piet plots een welvarend man.
Kortstondig, zo zal blijken…
maar daar kom ik nog terug.
Het gaat mij nu om het meisje.
Want hoe kon zij de Mondriaans herkennen?
Waarom zag zíj wat híj niet zag?
De sleutel ligt in het thema van vandaag: kennis.
De kennis over Mondriaan.
Die had zij opgedaan met school in het museum.
Alles komt voorbij:
van zijn vroege polders
tot zijn late vlakken en strepen.
Ze leert kijken én begrijpen.
En neemt haar vader mee.
Zij zag de ontwikkeling.
Ú ziet de ontwíkkeling,
die zij ook zag.
Van de kerktoren…
Van de boom…
Van figuratief naar abstract.
Congres,
met Mondriaan is het net als met de politiek.
Zíjn ontwikkeling,
zíjn houding,
zíjn manier van werken,
dat zou de ónze moeten zijn.
Want kijk maar,
de onmiskenbare polder van Mondriaan
ontwikkelt zich tot een
abstract geheel van strepen, vlakken
en primaire kleuren.
Maar wie het eerste niet kent,
zal het laatste niet begrijpen.
Wie de ontwikkeling niet ziet,
waardeert het eindproduct niet.
Democraten,
is het niet bij uitstek de taak van de politiek
om dat, wat voor sommigen abstract lijkt,
onverklaarbaar is
of misschien zelfs afschrikt,
-
-en dat ís in de politiek vaak het geval -
om dát begrijpelijk te maken?
Door de geschiedenis te vertellen.
Door de ontwikkeling te schetsen.
Door mensen mee te nemen in een visie.
Dát is nou die stip aan de horizon.
Democraten,
En dat betekent dus dat je niet
mensen zomaar
ingrijpende maatregelen
voor de voeten werpt.
Je praat dus niet alléén over hypotheekrenteaftrek
maar over de totale woningmarkt.
Je praat dus niet zomaar even
over CO2-opslag in Barendrecht
maar over het gehele spectrum
van klimaat en energie.
En je praat dus al helemaal niet
uit het níets over een AOW-leeftijd.
Nee,
je hebt ’t over arbeidsparticipatie
demografie,
internationale ontwikkelingen
historisch perspectief.
Dan win je mensen voor je ideeën.
Dan krijg je mensen mee.
Niet naar het Málieveld,
niet naar het Museumplein,
nee, mee naar de toekomst.
De verhoging van de AOW-leeftijd is géén crisismaatregel.
Het is onderdeel van een nieuwe arbeidsmarkt.
Dát moet je laten zien.
Vertel over Drees
en zijn streven
naar een pensioen voor iedereen.
Vertel over Drees,
en zijn koppeling van oudedagsvoorziening,
toen al,
aan levensverwachting.
Dat is het vertrekpunt.
Dat is het eerste schilderij.
Dat is die polder met dat molentje.
En van daar uit schets je
de arbeidsmarkt van vandaag.
Waar níeuwkomers aan de kant staan.
Waar vróuwen de top niet bereiken.
Waar oúderen gevangen zitten in hun baan
en waar de jeugdwerkloosheid
inmiddels 12 procent bedraagt.
En van daar uit kom je met oplossingen
Met hervormingen.
Dus met die stip aan de horizon.
Pas dan kom je bij de strepen en vlakken.
En ja,
dan nog zullen er bezwaren zijn.
En ja,
dan nog zal niet iedereen overtuigd zijn.
Maar de waardering is groter
en de weerstand minder
als de ontwikkeling helder is,
als duidelijk is waar jij voor staat.
Het gaat niet om nú,
maar om de lijn
tussen waar je vandáán komt.
en waar je naartóe gaat.
‘Zonder verleden géén toekomst.’
Een majeure operatie als de AOW
verdedigen de politiek leiders.
Niet alleen in hun fractie,
niet alleen op hun congressen
niet alleen op radio en televisie
nee, Bos,
nee, Balkenende,
óók in de Tweede Kamer.
Congres,
de ontwikkeling van Mondriaans polder
zou ook model kunnen staan voor Nederland.
Als land, dat zich ontwikkelt.
Want stel nou, dat ze drie generaties geleden
geen kiesrecht hadden afgedwongen?
Stel nou, dat ze twee generaties geleden
niet geknokt hadden voor een algemeen pensioen?
En stel, nou dat de vorige generatie
de vrijheid van het individu niet had bevochten?
Ook wij hebben een opdracht naar de toekomst.
Je laat je land ná
zoals je het aantrof.
Of liefst, nog iets beter.
In mijn nachtmerrie
staat mijn generatie
voor een Jongeren Tribunaal,
dat ons ter verantwoording roept.
Ter verantwoording roept
voor de slechte staat
waarin Nederland is achtergelaten:
-
-dolend, door gebrek aan leiderschap
-
-angstig, door gebrek aan politieke moed
-
-middelmatig, door gebrekkig onderwijs
-
-teruggetrokken,
teruggetrokken door een uitlevering aan een xenofoob
Een land, dat stilstaat.
Een land,
vervreemd van z’n burgers,
vervreemd van z’n continent,
vervreemd van zijn geschiedenis.
Een land,
als een polder, die zich niet ontwikkelt.
Als we niet oppassen
worden we de Hedwigepolder van Europa.
Congres,
de vraag is
wíe gaat toekomstige generaties vertellen
dat zíj de rekening krijgen
van het vooruitschuiven?
Congres,
dat ga ík niet doen.
Niet zo.
Wie wel?
De terugkijkers,
de pleitbezorgers van beschaafd patriottisme,
de aanhangers van plat populisme.
Al diegenen,
die sturen op de achteruitkijkspiegel.
Laat zij het ze maar vertellen!
Zíj,
die de wereld van gisteren najagen,
uit angst voor het vreemde.
Voor Brussel.
Voor de globalisering.
Maar ook uit angst voor 150 boerka’s
op zestien miljoen inwoners.
En uit angst zelfs voor een kinderen voor kinderliedje over Allah.
En dat alles onder het motto:
‘Nederland moet Nederland blijven.’
Die instelling getuigt niet alleen van angst,
maar ook van een schrijnend gebrek aan historisch besef.
Eeuwenlang ligt de kracht van dit land
juist in het open karakter.
Kijk naar Amsterdam,
stad van internationale vrijheid.
Kijk naar Rotterdam,
stad van internationale handel.
Kijk naar Den Haag,
stad van internationaal recht.
Of kijk voor mijn part naar Kapelle-Biezelinge,
misschien wel niet de geboorteplaats van Europa’s eerste president.
Voor zover er al sprake is
van een nationale identiteit,
heeft die vooral een internationaal karakter.
Dát veranderen
is ónbegonnen werk,
is óndoordacht en cóntraproductief.
Maar wat, congres
als deze bange conservatieven
de verantwoordelijkheid niet aan kunnen?
Of niet aan dúrven?
Wie staat er dan ter verantwoording?
Onze premier?
Gaat hij het ze vertellen?
Of probeert hij dan wéér weg te komen
met een vormcrisis
of een vlucht naar Europa?
Kent u trouwens die grap
van die premier die naar Brussel ging…
Drie jaar lang heeft deze premier
met zijn vierde kabinet
de tijd gehad
voor heldere keuzes,
Drie jaar lang hebben wíj aangedrongen
op daadkracht
op leiderschap,
op vernieuwing en vooruitgang.
Op de noodzakelijke hervormingen.
Maar in plaats van een krachtig kabinet,
kregen we mager management
en labiel leiderschap.
Met als gevolg:
een Koningshuis…onder vuur
met een premier die schade tracht te repareren,
in plaats van te voorkomen.
De leider van het kabinet,
de politiek eindverantwoordelijke voor de Kroon,
beschérmt juist het koningshuis
door ‘t áán te spreken
op dubieuze belastingconstructies.
Door ‘t áán te spreken
op vakantievilla’s in Mozambique.
Niet nadàt de kranten er vol van hebben gestaan,
nee, ervóór.
De leider van het kabinet
hakt zélf knopen door.
Laat zich adviséren
in het poldermodel,
maar levert zich er niet aan uit.
De leider van het kabinet
leidt ook daadwerkelijk het kabinet.
En laat niet gebeuren
dat drie ministers
met drie monden spreken
over een militaire missie.
Natuurlijk,
wij zijn kritisch ten aanzien van Uruzgan.
Wij stemden tweemaal tegen.
De eerste keer misschien te vroeg.
Dat verwijt was toen terecht.
Maar dat verwijt is óngeloofwaardig
nu de critici van toen
zélf voor de troepen uitmarcheren.
Onverstandig en onverantwoord.
Want Bush is vertrokken,
Obama is gekomen.
En Afghanistan verandert iedere dag.
Wij zijn democraten.
Wij zullen elke keer overwegen,
-
-opnieuw -
wat verantwoord is.
Eerst een voorstel,
dan discussie.
Eerst argumenten,
dan een besluit.
En daarmee wens ik,
een tot op het bot verdeeld kabinet
heel veel succes.
Congres,
dit kabinet ontwijkt keuzes
met telkens weer een nieuwe variant van uitstel.
100 dagen snuffelstage,
tientallen werkgroepen,
honderden ambtenaren,
negentien commissies.
Iedereen mag meedenken,
maar niemand regeert.
Minister-president,
regeren is een werkwoord!
Als dit zo doorgaat:
zeven verloren jaren.
Vanaf 2006, de laatste échte begroting,
tot 2013, de eerste mogelijkheid,
om de bladzijde Balkenende-Bos om te slaan.
Maar daar ligt de premier niet van wakker.
Terwijl hij droomt van Europa
waakt aan de poort van het Catshuis
de schutspatroon van dit kabinet:
de heilige Sint Juttemis!
Democraten,
wij doen het zonder beschermheilige.
Wij vertrouwen op eigen kracht.
En op eigen visie.
Want het moet anders.
Ja.
Anders.
Anders, omdat vooruitgang om verandering vraagt.
Anders, omdat verandering om daadkracht vraagt.
En anders, omdat daadkracht om leiderschap vraagt.
En dát,
já, dát wil ik toekomstige generaties graag vertellen.
Want wij hebben de ideeën.
Een vernieuwingsagenda met vijf speerpunten.
Vijf hervormingen.
Want het gaat om
De árbeidsmarkt.
De wóningmarkt.
Kénnis en onderwijs.
Klímaat en energie.
Én de…démocratie.
Je baan
Je huis
Je opleiding
De toekomst van de aarde
En de verhouding tussen burger en staat
Dáár wil ik me voor inzetten.
Dát is mijn hervormingsagenda.
Want, de arbeidsmarkt,
die is niet meer als veertig jaar geleden.
Het continent is open,
de concurrentie hevig.
En outsiders staan langs de kant.
Dat vraagt om een nieuw perspectief.
Met een modern ontslagrecht.
Met een uitkering als springplank.
Met extra inzet voor de werkloze 50-plusser.
En ja, mét verhoging van de AOW-leeftijd.
Dat is,
na alles wat zij al bereikt hebben,
de laatste doorbraak
die we van de babyboomers mogen vragen.
Maar dan wel:
geleidelijk én uitvoerbaar
Uitvoerbaar.
Want, vraag ik aan dit kabinet
wat is zwaar?
Wat is een zwaar beroep?
Voor een ton per jaar op een olieplatform?
Voor 40.000 per jaar voor een VMBO-klas?
Of voor minder dan de Balkenendenorm
minister in dit kabinet?
Wat is zwaar?
Een onmogelijke definitiekwestie.
Tegenover zwaar
zet ik een leven lang leren.
En trouwens,
waarom wordt er altijd over werk gepraat in termen van:
-
-zo min mogelijk,
-
-zo kort mogelijk
-
-en zo goed mogelijk betaald?
Werk is integratie.
Werk is emancipatie.
Werk is zelfstandigheid.
80 procent van de herintreders
wil weer aan het werk
vanwege de sociale contacten.
Vanwege de contacten,
mevrouw Kant.
Vanwege de contacten,
mevrouw Jongerius.
Ziet u het voor u:
Agnes en Agnes,
met de duvel en z’n ouwe moer.
Een fraaie ‘coalitie van de angst’.
Congres,
mijn tweede stip
is de woningmarkt.
Waar gaat het om?
Om bereikbaarheid en betaalbaarheid.
Vooral voor starters.
Dus nee, mevrouw Hamer,
niet de hypotheekrente alléén.
Niet een rondje nivelleren.
Niet een goedmakertje willen krijgen voor de AOW.
Het gaat om een visie.
Een totaalprogramma.
Met huurliberalisatie,
hypotheekrenteaftrek,
ovedrachtsbelasting,
grondprijzen.
Bakken vol ideeën,
laden vol rapporten.
En als u de samenhang zoekt, meneer Van Geel,
u weet het,
dan slaan we er desnoods een nietje door.
Democraten,
mijn derde stip is kennis.
Kennis en onderwijs.
We staan er vandaag de hele dag bij stil
-
-stilstaan…ja…mogen wij ook een keer! -
Het lijkt een nieuwe schoolstrijd.
Niet om ideologie,
maar om ambitie:
top versus middelmaat.
Dáár gaat het om.
De crisis was een kans.
Maar Brinkmans bouw ging voor.
2,5 miljard voor bouw,
0,0 voor kennis.
Al tien jaar
staat onderwijs bij ons op één.
Maar nu willen wij in tien jaar
Nederland op één.
Niet het OESO-gemiddelde.
Niet het niveau van Cyprus en Estland.
Luister naar Dijkgraaf,
luister naar Rinnooy Kan,
wij gaan voor de top.
Plasterk omhelst intussen GeenStijl.
Dat mag allemaal,
maar stijlvoller zou zijn
als hij het onderwijs
eens ging omarmen.
Congres,
werken, wonen en leren.
En m’n vierde stip
is klimaat, energie.
Wanneer kiest Néderland écht?
Wanneer kiest Europa echt?
Waarom kiezen we ervoor
aan het infuus te blijven liggen
van Poetin en het Midden-Oosten?
Nu is de kans.
Maar we blijven hangen
in kleine gebaren,
terwijl de grote slagen
moeten worden gemaakt.
In een houdgreep van besluiteloosheid
strompelen we naar Kopenhagen.
We kijken naar Obama
en wachten af.
Waarom niet de vlucht naar voren:
Europa-breed kiezen
voor schone energie
Voor wind, water en zon
in plaats van olie, kolen en gas,
Ik kom net uit Suriname.
Zij willen die groene longen best behouden,
best beheren,
als wij ze compenseren.
Dát moet de agenda zijn
voor Kopenhagen zijn.
Democraten,
de vijfde stip
is democratie.
En democratie,
dat is dus níet:
een burgemeester,
die zijn raadsleden niet informeert,
Democratie is níet:
een commissaris van de koningin,
die faalt, maar vasthoudt aan het pluche.
Democratie is níet:
een minister-president,
die nog vóór een mogelijk vertrek
nog even snel een opvolger regelt.
Straks zitten we met premier Verhagen.
Die had in 2006 nog minder voorkeursstemmen dan ik!
Democratie
is een overheid
die er voor haar burgers is.
Niet andersom.
Maar de overheid heeft haar status
als betrouwbare partner, verloren.
-
-Verloren door stuntelende, niet afrekenbare bestuurders
-
-(Verloren,) door onbereikbare loketten
-
-(Verloren,) door een ondoordringbare bureaucratie.
Een bureaucratie,
in stand gehouden door veel teveel bestuurslagen,
waarvan er minimaal één tussenuit moet.
De overheid als hulp,
niet als belemmering.
En als het fout gaat,
dan wordt dat erkend.
En is de overheid afrekenbaar.
Dát is de zekerheid
die burgers willen.
Dát is de zekerheid
waar mensen recht op hebben.
Laten we ervoor zorgen
dat de zórg in ons land
ook weer zórg mag heten.
Laten we de financiële sector
met toezicht,
-
-en met argusogen -
volgen.
Tot zij ons vertroúwen weer waard is.
We willen geen gedonder meer
om spaargeld.
En we willen op een normale manier
een lening of hypotheek kunnen afsluiten.
Wij zijn de partij van de ambitie,
maar wij moeten óók de partij
van de zekerheid worden.
Dát is namelijk de primaire taak van de overheid.
Ambitie, maar ook zekerheid.
Van A tot Z.
Congres,
deze vernieuwingsagenda,
deze hervormingen,
deze vijf ambities
zijn Mondriaans in de laatste fase.
Het zijn de strepen en vlakken
waar ik naartoe wil.
Het is míjn perspectief.
Mijn stippen aan de horizon.
En daar,
daar heb ik jullie voor nodig.
Want we zijn er níet alleen
voor het jonge gezin
in het Haagse Benoordenhout,
maar óók voor het jonge gezin
in de Haagse Schilderswijk.
We zijn er níet alleen voor
de oudere alleenstaande
in Amsterdam-Zuid,
maar óók voor diezelfde oudere alleenstaande
in Amsterdam Slotervaart.
Ook al stémmen ze misschien niet op ons,
onze agenda is voor iederéén.
Niet voor 10 procent van ‘t land,
niet voor 20 procent van ‘t land,
maar voor 100 procent van Nederland.
Sinds het ontstaan van deze partij
is de kans te onderscheiden,
de kans om echt door te breken,
nog nóóit zo groot geweest.
Want het politieke landschap verandert.
Cruciaal wordt:
welke houding wint?
En de keuze is simpel:
-
-wil je stilstand en vooruitschuiven?
-
-wil je nationalisme en angst?
-
-óf wil je vooruitgang en vernieuwing?
Man en paard:
-
-wil je CDA?
-
-wil je PVV?
-
-of wil je D66?
Wij,
wij staan voor de toekomst.
Want wij willen níet
dat conservatieve krachten
het land gijzelen
in een ‘coalitie van de angst’.
Aan mijn horizon staat nog een stip,
een stip
waarbij Wilders nog als énige,
nog als enige
in zijn eigen wáánideeën gelooft.
Wanneer komt progressief Nederland uit die kramp?
Uit die kramp
van de nieuwe politieke correctheid,
van het niet dúrven benoemen.
Want Wilders maakt niet alleen zijn kiezers bang,
hij maakt óók zijn tegenstanders bang.
En dát laat ik niet gebeuren.
Dat laat ik mij niet gebeuren.
Ik benoem het,
Ik ontmantel het
en ik zet er mijn eigen ideeën tegenover.
Congres,
wij staan voor de toekomst.
Zeker en stabiel.
Óók voor de partij.
De kwikstaart
-
-kent u ‘m nog –
van Van Mierlo
ging van grote hoogten tot diepe dalen.
Dat,
dat kan ook anders.
In de nieuwe ordening van ons politieke landschap
evolueert de kwikstaart
in het Darwinjaar
tot een stabiele trekvogel.
Congres,
U zult zich afvragen:
Hoe is het met Piet afgelopen?
Piet, de opkoper uit Amsterdam-West.
De plotselinge rijkdom maakte hem overmoedig.
Het geld liet hij rollen.
Een caravan, een televisie,
een nieuw wandmeubel.
Maar belangrijker,
verblind door die gelukstreffer,
de Mondriaans,
ziet Piet opeens overal meesterwerken in.
Hij struint het Waterlooplein af
en koopt alles waar Vincent of Rembrandt op staat.
De ene kat in de zak na de andere…
En zo wordt de kortstondige rijkaard,
weer de arme sloeber van weleer.
Overmoedig door zijn plotselinge rijkdom
is hij weer terug bij af
Gevloerd door een gebrek aan kennis.
Niets geleerd van het verleden.
Ik kan u zeggen,
dat was zijn dóchter niet overkomen.
En ik kan u zeggen,
dat mag óns ook niet meer overkomen.
Samen met jullie
gaan wij voor winst.
Stabiele winst.
Niet alleen komend jaar
of het jaar daarop,
maar vooral ook: daarna.
Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie

Zomer in Teylingen
lees verder


