Luister naar deze pagina met proReader

Toespraak Alexander Pechtold bij Netspar

Dames en heren,

"It is not the strongest of the species that survives,

nor the most intelligent that survives.

It is the one that is the most adaptable to change."

Schreef niet Barack Obama,

maar Charles Darwin 150 jaar geleden

in zijn meesterwerk "On the origin of species".

In dit Darwin-jaar vraag ik graag aandacht

voor de kern van zijn evolutietheorie:

wil je overleven dan moet je je aanpassen

aan de specifieke lokale omstandigheden.

Dat is een les die volgens mij niet alleen geldt

voor de diersoorten van Darwin

maar ook voor onze eigen economie.

Is het niet zo dat innoverende bedrijven

ouderwetse bedrijven overschaduwen?

Dat moderne uitvindingen

achterhaalde apparaten vervangen?

Zonder deze vooruitgang, het voortdurend aanpassen

aan de eisen van de moderne tijd

had ik deze speech vanmorgen niet kunnen printen,

maar met een ganzenveer moeten schrijven.

En u allen zou hier niet eens zijn geweest,

omdat uw trekschuit of paardenkoets nog onderweg was.

En waren de lakenindustrie in Leiden en de sigarenfabriek in Wageningen

nog steeds dominante bedrijfstakken geweest.

Aanpassen of verdwijnen

zo zou je Darwin's evolutieleer ook kunnen samenvatten.

Dieren hebben daarin niet een echte keuze,

wij wel.

Wij staan voor die cruciale keuze:

gaan we onze economie aanpassen aan de eisen van de toekomst

of kiezen we voor stagnatie,

en ontnemen we toekomstige generaties

de kansen die wij wel hebben?

De wereld ís veranderd.

De huidige recessie is dan ook eigenlijk een crisis in 3-en:

  Een onvoorspelbare bankencrisis.

  Een onvermijdelijke laagconjunctuur.

  Een onverantwoorde hervormingsangst.

De aandacht gaat nu uit naar die eerste twee.

Maar ik bepleit hier vandaag dat de huidige crisis,

hoe zwaar ook,

slechts een waarschuwingsschot is

voor wat er gebeurt als we niet kiezen voor structurele vernieuwing.

We zullen onze economie

anders moeten inrichten om ons aan te passen aan twee belangrijke trends:

Vergrijzing en individualisering.

Ik zie kansen voor een nieuw, wenkend, perspectief.

  "De juiste persoon op de juiste plek" met een modern ontslagrecht

  "Een hogere AOW-leeftijd": we schrijven niet af, maar scholen bij

  De centrale sleutel voor dit nieuwe perspectief:  "een leven lang leren".

Ik kom hier later uitgebreider op terug.

Ik hoef u niet te vertellen,

dat de wereld om ons heen veranderd is.

Nog even los van de klimaatcrisis, de energiecrisis,

legt de kredietcrisis de zwakke plekken van de arbeidsmarkt genadeloos bloot:

onze verzorgingsstaat is niet ingericht

op de vergrijzing van onze samenleving,

op de individualisering.

De belangrijkste van de twee trends is de vergrijzing.

We weten allemaal, en zeker u hier in de zaal,

dat de samenstelling van onze bevolking

de komende decennia ingrijpend zal wijzigen.

De levensverwachting stijgt.

Tegelijkertijd is het geboortecijfer laag.

Hierdoor verandert de samenstelling van de bevolking fors.

Het aantal 65-plussers verdubbelt bijna:

van 2,4 miljoen nu naar 4,5 miljoen in 2040.

Dat is in zekere zin een heel bijzonder positief moment:

het product van honderden jaren vooruitgang.

We zijn vitaler, we leven langer.

We zijn welvarender, we voelen ons gezonder.

We moeten echter ook oog hebben voor de neveneffecten van de vergrijzing.

  Door de vergrijzing neemt het beroep op de overheid fors toe.

De zorgpremies dreigen in slechts 5 jaar te verdubbelen.

En ook het beroep op de AOW neemt sterk toe.

  De vergrijzing stelt ons voor een verdelingsprobleem:

wie betaalt de oplopende kosten van de verzorgingsstaat?

Vergrijzing zet het loongebouw onder druk,

door de herverdeling van jong naar oud.

De vergrijzing vraagt om aanpassing,

van instituties en voorzieningen.

Aanpassing om de huidige welvaart te kunnen behouden.

De tweede trend die van belang is,

is de individualisering van onze samenleving.

Individualisering breekt het impliciete contract tussen werkgever en werknemer,

omdat de standaard loopbaan steeds minder voorkomt.

Steeds meer mensen zijn alleenstaand of tweeverdiener.

We blijven allemaal niet meer ons hele leven voor dezelfde baas werken,

we wisselen gemiddeld 5 à 6 keer van werkgever.

Het standaardpatroon van leren-werken-pensioen als gescheiden fases verdwijnt:

  Mensen combineren vaker werk en zorg.

  Willen met een sabbatical als ze 45 zijn.

  En gaan niet meer allemaal op hetzelfde moment met pensioen.

Maar onze instituties en regels zijn nog gericht op oude standaarden,

zoals het kostwinnersmodel.

Standaarden die achterhaald zijn.

Ook individualisering vraagt om vernieuwing, om aanpassing.

Vergrijzing en individualisering

dwingen de overheid om te veranderen.

Want waar de overheid weinig invloed heeft op de conjunctuur,

moet ze de hoofdrol spelen

in het vaststellen van de regels op de arbeidsmarkt,

én mensen in staat stellen kansen te benutten.

De afgelopen decennia zijn eerder hervormingen doorgevoerd

om de verzorgingsstaat `betaalbaar' te houden.

Deze hervormingen waren een reactie

op de doorgeschoten verzorgingsstaat

met een grote uitkeringsafhankelijkheid:

in de WW,

in de bijstand,

en vooral ook de WAO.

Op het misbruik

in de vorm van calculerend gedrag

van werknemers èn werkgevers ,

maar van echte hervormingen

was geen sprake.

Het debat wordt gegijzeld door belangengroepen

die alleen de `deelbelangen' in het oog houden.

Met als dieptepunt de AOW-leeftijd als inzet voor lokale verkiezingen.

Dit is geen incident,

maar een symptoom.

Hervormingen worden door de vakbeweging vaak tegengehouden

met een beroep op `verworven rechten'.

Een beroep dus om het heden te negeren

en te blijven leven in het verleden.

En dit leidt - om met Friedman te spreken -

tot de "tirannie van de status quo",

waarin de insiders het voor het zeggen hebben

en de kosten van onderlinge afspraken afwentelen op de outsiders:

jongeren, vrouwen, allochtonen.

Dat is dus niet zo zeer een vorm van marktfalen,

maar veeleer van het falen van de politieke economie.

Het is daarom zaak dat  overheid en politiek

leiding geven aan de hervorming van de arbeidsmarkt.

Om op te komen voor de belangen van de outsiders.

Te zorgen voor gelijkheid en efficiëntie.

Voor een socialer en liberaler evenwicht.

Te zorgen voor een generatieneutraal beleid,

voor een evenwichtige verdeling tussen jong en oud,

Dames en heren,

Ik heb u net twee trends beschreven

die het noodzakelijk maken onze economie,

onze arbeidsmarkt te vernieuwen.

Dat is zelfs het kabinet met ons eens.

We moeten echter niet vergeten

dat het makkelijk is om voor vernieuwing te zijn.

Wie kan daar nu tegen zijn?

Maar mensen vergeten nog wel eens

dat aan vernieuwing verandering voorafgaat.

Voor wetenschappers is dat misschien vanzelfsprekend:

de toekomst is natuurlijk anders dan het heden.

Nou, ik kan u verklappen, voor sommige politici

is dat een heel ander verhaal.

Dames en heren,

Ik zeg dit alles niet lichtzinnig.

Daarvoor is het probleem te urgent.

De uitdaging te groot.

De consequenties te verstrekkend.

U zult zich misschien afvragen:

Dat zijn ferme woorden, maar wat stelt u daar tegenover?

Ik zei het al: makkelijke antwoorden zijn er niet.

Wij kunnen de angst van mensen,

over hun baan, hun huis, hun pensioen niet wegnemen.

Ik geloof niet dat onze economie maakbaar is

Ik geloof niet dat je mensen maar even de goede kant op krijgt,

door een subsidie hier en een belasting daar.

Ik geloof wel dat als de overheid een wezenlijk ander perspectief voorstelt,

dat mensen zich anders opstellen,

dat ze hun eigen plan aanpassen

en we er gezamenlijk beter van worden.

Een ander perspectief vereist wel moed:

ondanks weerstand op korte termijn,

doorpakken omwille van de toekomst.

Daarom wil ik vooruitkijken, met ander perspectief.

Het is tijd voor een stip aan de horizon,

tijd voor grotere ambities.

Om een inhaalslag te maken op vooruitgeschoven onderhoud,

en een omslag te maken in achterhaalde patronen.

Daarom licht ik er vandaag twee punten uit onze agenda:

  Verhogen van de AOW-leeftijd en de arbeidsmarkt voor ouderen,

  Een leven lang leren

Het kabinet heeft besloten tot een belangrijke hervorming:

verhoging van de AOW-leeftijd.

Dat vind ik een goede zet.

Niet voor niets heeft mijn partij op dit punt

de bijnaam D67!

Wij waren de eerste en enige met dit voorstel in ons verkiezingsprogramma.

Ieder jaar verhogen we de AOW-leeftijd met 1 maand per jaar,

in 24 jaar tijd,

zodat ík - met mijn 43 jaar - de eerste zal zijn die tot zijn 67ste moet doorwerken.

Opvallend genoeg steunen vooral de jongeren,

die echt tot 67 zullen moeten werken,

dit voorstel.

En vrezen ouderen hun verworven rechten te verliezen,

terwijl die niet op het spel staan.

Ook hecht ik aan de AOW als basisinkomen voor alle 67-plussers.

Dus niet de AOW-uitkering gekoppeld aan arbeidsverleden.

Dit idee doet geen recht aan de moderne levensloop,

waarin de arbeidsmarkt soms tijdelijk wordt verlaten voor zorg of scholing.

Wij willen mensen de keuze geven tussen arbeid of zorg voor kinderen,

zonder daar financiële sancties op te zetten.

Met de zware beroepen zullen wij rekening houden door in te zetten op leven lang leren,

ik kom daar zo op terug.

Het kabinet gebruikt de verhoging van de AOW-leeftijd als financieel stopmiddel,

maar dat doet onrecht aan de zaak.

De leeftijd van 65 is al door Bismarck op de kaart gezet.

Drees voorzag dat aanpassing nodig was,

en stelde in 1957 voor de AOW-leeftijd ieder jaar met 6 weken te verhogen.

Nu beginnen we later met werken,

stoppen we eerder

en leven we langer en gezonder.

Verhoging van de AOW-leeftijd is een logische stap.

Maar zelfs dan moet de verhoging meer zijn dan een lapmiddel,

het is een onderdeel van een visie op de arbeidsmarkt.

Ouderen hebben te maken met een versteende arbeidsmarkt.

Hun participatie is weliswaar hoog,

maar ze zijn minder flexibel in de organisatie

en wisselen minder vaak van baan.

Met andere woorden: ouderen zitten stevig op hun plek.

Of beter gezegd: in een gouden kooi.

Want na ontslag is er nog maar weinig kans op werk,

dan worden ze van de best beschermde insider,

tot de meest kwetsbare outsider.

1 op de 10 mensen tussen 55 en 59 vindt na ontslag binnen een jaar weer werk.

Verhoging van de AOW-leeftijd maakt ouderen niet flexibeler, niet productiever.

Het zorgt er niet voor dat bedrijven ouderen langer in dienst willen houden.

Deze starheid op de arbeidsmarkt

wordt grotendeels veroorzaakt door de lonen.

Het impliciete contract tussen werkgever en werknemer

zorgt ervoor dat je betaald wordt naar leeftijd

in plaats van productiviteit.

Als je jong bent, verdien je minder dan je werk oplevert.

Ben je ouder, dan verdien je meer dan je produceert.

Een contract voor het leven, bij dezelfde baas.

En hoewel life time jobs zeldzamer worden,

blijft de rigiditeit in loonontwikkeling over de levensloop,

waardoor aanpassing naar beneden onbespreekbaar is.

Want naast het H-woord en het O-woord, is er ook het D-woord:

Demotie is Not Done.  

Met alle negatieve gevolgen van dien:

  Lagere prestaties en productiviteit

  Weinig mobiliteit en creatie van banen

  Te weinig investeringen in opleiding en onderwijs

Mijn overheid biedt daarom een ander perspectief met een gemoderniseerd ontslagrecht,

dat outsiders gelijke kansen geeft. 

We gaan van baanzekerheid naar werkzekerheid.

Daarom halen we de dualiteit uit het ontslagstelsel

en schaffen de CWI-route af.

Geen ondoorgrondelijke regelgeving,  

maar een ontslagstelsel dat werkt.

Een gemoderniseerd ontslagrecht leidt tot

  Een betere doorstroming; Meer uitstroom maar ook meer instroom

  Een betere "matching": de juiste persoon op de juiste plek

  Dus meer productiviteit en welvaart, meer efficiency

Maar ook meer gelijkheid:

  Een gelijkere verdeling van werk tussen insiders en outsiders.

  Een gelijkere verdeling van werkloosheid.

  En een gelijkere spreiding over de levensloop.

Mijn overheid schaft ook het Algemeen Verbinden Verklaren van CAO's af.

Door riante ontslagbescherming en ww-recht kunnen vakbonden hoge lonen voor ouderen bedingen.

Vakbonden vertegenwoordigen slechts 15% van de werknemers.

Maar onderhandelen het loon voor de hele bedrijfstak,

voor jong en oud.

Terwijl de achterban van de vakbonden vergrijst;

het aandeel jongeren (25-44) vanaf 1997 met 23% is gedaald.

Hierdoor blijven de belangen van ouderen oververtegenwoordigd

en komt een minder steile loonopbouw niet tot stand.

Het moderniseren van het ontslagrecht en het afschaffen van AVVen

zorgt ervoor dat de arbeidsmarkt voor ouderen flexibeler wordt,

dat zij niet langer in gevangen in een baan,

en de lonen worden aangepast aan de productiviteit.

Dit moet ervoor zorgen dat ouderen langer op de arbeidsmarkt kunnen blijven.

Momenteel zorgt de lage uittreedleeftijd ervoor

dat werkgevers en werknemers niet investeren in scholing,

omdat de terugverdientijd niet lang genoeg is.

Tegelijkertijd zorgt de lage investering in scholing

ervoor dat ouderen door lage productiviteit in verhouding tot hun loon,

niet lang doorwerken

Deze vicieuze cirkel willen wij doorbreken.

Daarvoor is een ander perspectief nodig:

leren en werken gaan hand in hand.

Verhoging van de AOW-leeftijd leidt ertoe

dat mensen langer op de arbeidsmarkt blijven.

Hierdoor wordt het aantrekkelijker

om te investeren in scholing,

omdat de investeringen langer kunnen renderen.

Mijn overheid biedt iedereen een ambitieus en flexibel kader

van goede opleidingen met doorlopende leerlijnen.

Want het huidige onderscheid tussen het initiële onderwijs en

een leven lang leren is te groot.

Zodra iemand een startkwalificatie heeft behaald,

trekt de overheid zich terug.

In landen om ons heen is dat anders:

90% van de Oostenrijkers blijft scholen dat totdat zij op hun 64ste met pensioen gaan.

In Nederland krap 30%.

Op het gebied van leven lang leren kunnen we nog veel leren van andere landen:

  In Duitsland heeft men de ` weiterbildung '; bekostigde instellingen verzorgen volwassenenonderwijs.

  In Noorwegen geeft de ` Kompetansereform ' iedereen het recht op verder leren.

Mijn overheid maakt deeltijdopleidingen aantrekkelijker

door opleidingen flexibeler te maken

en beter aan te sluiten bij de werkvloer.

Nu komt dat aanbod nog van gespecialiseerde particuliere instellingen,

maar ook ROC's, Hogescholen en Universiteiten moeten

meer flexibele deeltijdopleidingen aanbieden.

Door het beperken van prijsdifferentiatie en vergoedingen voor tweede bachelors,

hebben instellingen nu geen prikkel om nieuwe deeltijdopleidingen aan te bieden.

Mijn overheid geeft iedereen het recht op vier jaar studiefinanciering,

wat mij betreft ongeacht leeftijd.

De grens van dertig is arbitrair

en past niet in een moderne visie op een leven lang leren.

Juist om sociale mobiliteit en zelfontplooiing mogelijk te maken,

moeten studierechten niet aan een houdbaarheidsdatum worden gekoppeld.

Juist mensen met zware beroepen

zullen rond hun veertigste of vijftigste gebruik willen maken

van studiefinanciering en een wettelijk collegegeld.

Als het aan mij ligt,

dan is de stratenmaker,

die nu op zijn 55ste stopt,

al vanaf zijn 50ste aan de slag,

als leraar op het VMBO, conciërge, of suppoost.

Of misschien wel als leidinggevende van de stratenmaker.

Mijn overheid maakt scholing aantrekkelijker door fiscale aftrekbaarheid.

Dit kan door de levensloopregeling te verruimen voor scholing.

Slechts 5% van de werknemers maakt gebruik van die regeling,

meestal met het doel om eerder stoppen met werken.

Een fiscale korting - equivalent aan de ouderschapsverlofkorting -

moet studeren in de levensloopregeling aantrekkelijker maken.

Mijn overheid betaalt meer

dan alleen de eerste arbeidsmarktkwalificatie.

Dat is te rechtvaardigen,

omdat dit onze economie structureel zal versterken.

Scholing is één van de best renderende investeringen

die een maatschappij kan doen.

Ook werkgevers en werknemers zullen

een deel van de kosten voor hun rekening moeten nemen.

Want "gratis" regelingen leiden

 al snel tot misbruik en een gebrek aan draagvlak. 

Bovendien is het de werknemer

die het rendement van scholing int:

werkzekerheid of een hoger salaris.

Mijn overheid voorziet daarom in arbeidscontracten

waarin we werk en onderwijs aan elkaar verbinden.

De werkgever geeft de ruimte om onderwijs te volgen.

De werknemer van zijn kant heeft een resultaatverplichting.

Werkgever en werknemer nemen zo

zelf de verantwoordelijkheid voor opleiding en inzetbaarheid.

Het huidige arbeidscontract is een afspraak van stilstand:

Een werknemer verplicht zich voor onbepaalde tijd tot het leveren van een prestatie.

De werkgever belooft die prestatie iedere jaar te belonen.

Ondertussen veranderen maatschappij en economie.

Dames en heren,

Ik rond af.

Ik pleit voor een nieuw, wenkend perspectief.

Met een hogere AOW-leeftijd,

een modern ontslagrecht,

een leven lang leren.

Dat vraagt van de politiek:

  Betrokkenheid in plaats van wegkijken.

  Durf in plaats van vooruitschuiven.

  Vernieuwing in plaats van verergeren.

Ik begon deze lezing met de evolutietheorie van Darwin.

Nog steeds geloven sommigen niet dat een hominide,

zich heeft kunnen ontwikkelen tot mens.

Dat vereist voor sommigen wat verbeelding.

Laten we diezelfde verbeelding gebruiken om

samen te werken aan een kenniseconomie,

Die zo krachtig en dynamisch is

Dat de jongeren van 2040

niet kunnen geloven dat die

afstamt van ons huidige systeem.

Dat kan ik niet alleen,

dat kan D66 niet alleen,

dat kan de politiek niet alleen.

U, ja ik spreek u nu direct aan.

U speelt hier een belangrijke rol in.

Uw ideeën, uw oplossingen zijn nodig

om dit verder gestalte te geven

Samen kunnen we onze verzorgingsstaat

vernieuwen tot een krachtige kansenmaatschappij.

 


mail deze pagina naar een vriendprint pagina

online netwerken

facebook.comlinkedin.comhyves.nlyoutube.comTwitter D66flickr.complein66.nl
Blog Jorg van Velzen

Een leven lang leren

We kregen een papiertje, een diploma, en dachten dat we er waren. Onze ouders en grootouders waren trots en we liepen het ene schoolgebouw uit om in een ander, groter gebouw weer terug bij af te zijn. Hadden we in de ene ...
lees verder