Luister naar deze pagina met proReader

Niet helpen maar hervormen

Artikel Fatma Koser Kaya gepubliceerd in het Financieele Dagblad 6 augustus 2007

'Pas op', zei het jongetje terwijl hij een vis uit het water haalde en op de wal legde. `Straks verdrink je nog.' Aan die parabel moest ik onwillekeurig denken bij de nieuwste plannen van minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken.

Ter Horst wil diverser personeel bij de overheid. Dat wil ik ook, maar ik heb een fundamenteel andere weg om daar te komen. Ter Horst stelt voor stagiaires zeer rigide per bevolkingsgroep te werven: 25 procent allochtone vrouw, 25 procent autochtone vrouw, 25 procent allochtone man en 25 procent autochtone man.

Positieve discriminatie zet allochtonen echter op een dubbele achterstand. Allereerst worden ze als ziek, zwak en misselijk neergezet. Daarnaast kan de indruk ontstaan dat ze een baan aan hun afkomst en niet aan hun kwaliteiten te danken hebben. Bovendien leidt het tot scheve gezichten. Waarom zou een allochtoon voorrang moeten krijgen op een autochtoon wanneer die laatste over de meeste kwaliteiten beschikt? Omdat de allochtoon tot een zielige groep behoort?

Diversiteit kun je niet afdwingen. We moeten ervoor zorgen dat alle obstakels worden weggenomen om zelfontplooiing van allochtonen mogelijk te maken, maar het moet uiteindelijk wel uit mensen zelf komen. Veel allochtonen maken dit al waar en zijn niet zielig zoals de socialisten denken. Het aantal allochtonen dat hoger onderwijs volgt is de laatste twaalf jaar verdubbeld.

Hoe het dan wel moet? Nu de economie aantrekt, zorgt de krapte op de arbeidsmarkt ervoor dat veel allochtonen makkelijker aan een baan komen. Werkgevers gaan buiten de gebaande paden. Maar ook andere nieuwe groepen op de arbeidsmarkt, vrouwen en jongeren, profiteren van het toenemende personeelstekort. Hetzelfde zagen we in de jaren 90. Maar toen kwam de dotcomcrash en de daaropvolgende recessie. En wie vlogen er het eerst uit? Allochtonen, vrouwen, jongeren en ouderen.

Na deze periode van economische groei wacht onvermijdelijk weer een teruggang. En met het riskante sociaal-economische beleid van Balkenende 4, dat geen enkele buffer heeft voor eventuele financiële tegenvallers, zijn nieuwe groepen dan direct de klos. Zo blijven zij de outsiders van de arbeidsmarkt.

Binnen de overheid is hun positie zelfs nog zwakker dan in de private sector. Debet daaraan is het ambtenarenrecht. Hierdoor is het ontslaan van ambtenaren die onder de maat presteren een kostbare en tijdrovende klus en zit het Rijk als werkgever muurvast. Het ambtenarenrecht is een grote muur om de overheid die de outsiders buiten houdt.

De bijzondere ambtelijke status dateert uit de 19e eeuw. Er was toen geen arbeidsrecht en daarom werd er een aparte wet voor ambtenaren gemaakt. Destijds een goed idee, maar inmiddels heeft het systeem grote nadelen. Als alle procedures worden doorlopen in het ambtenarenrecht wordt een ontslag maar liefst viermaal behandeld: in de bedenkingen- en de bezwarenprocedure, in eerste aanleg en in hoger beroep. Als het ontslag vervolgens pas bij de rechtbank of bij de Centrale Raad van Beroep van tafel gaat, is door dit tijdsverloop terugkeer vaak onmogelijk en moet een _ voor de ambtenaar veelal riante _ afvloeiingsregeling worden getroffen.

Daarnaast maken werknemers bij overheidsdiensten gebruik van kostbare wachtregelingen. Binnen een bepaalde periode _ 18 maanden bij het Rijk _ moeten ambtenaren eerst aan ander werk worden geholpen wanneer hun baan vervalt. Pas daarna mag een ontslagprocedure in werking worden gesteld. Bovendien draagt de overheid het risico van ontslagkosten, waardoor de WW-kosten voor haar rekening komen. Er wordt wel gezegd dat de overheid per saldo bijna even duur uit is als zij een ambtenaar in dienst houdt als wanneer zij deze ontslaat.

Dit uitzonderingsrecht voor ambtenaren is met andere woorden kostbaar voor de hele samenleving, oneerlijk tegenover werknemers in de private sector en het zorgt ervoor dat outsiders niet aan de bak komen bij de overheid.

We hebben allochtonen, vrouwen en jongeren hard nodig om de welvaart op peil te houden en de vergrijzing betaalbaar te maken. Bovendien vind ik het als sociaal-liberaal onverteerbaar dat sommige mensen minder kans maken op de arbeidsmarkt, omdat ze tot een bepaalde groep behoren. Het individu en diens kwaliteiten moeten het uitgangspunt zijn, niet welke groep je volgens de statistiek of een minister vertegenwoordigt.

Als Ter Horst het meent met de emancipatie van allochtonen, vrouwen en jongeren dan neemt ze geen pr-maatregel, maar een maatregel die echt werkt. Schaf het ambtenarenrecht af en hervorm de overheid. Outsiders willen geen hulp, maar gelijke rechten.

Fatma Koser Kaya is Tweede-Kamerlid voor D66.

 


mail deze pagina naar een vriendprint pagina

online netwerken

facebook.comlinkedin.comhyves.nlyoutube.comTwitter D66flickr.complein66.nl
Blog Jorg van Velzen

Een leven lang leren

We kregen een papiertje, een diploma, en dachten dat we er waren. Onze ouders en grootouders waren trots en we liepen het ene schoolgebouw uit om in een ander, groter gebouw weer terug bij af te zijn. Hadden we in de ene ...
lees verder