Kleinere woningcorporaties richten zich op goede en betaalbare huurwoningen
Op dit moment is de positie van de woningcorporaties onduidelijk: zijn het private of publieke organisaties? D66 is van mening dat de woningcorporaties een maatschappelijke taak hebben en beschouwt hen als publieke organisaties. D66 vindt dat het aandeel van corporaties in de totale huur- woningvoorraad te groot is (75% van alle huurwoningen).
Door te hervormen blijven minder corporaties bestaan die zich werkelijk richten op hun kerntaak: het aanbieden van goede en betaalbare sociale huurwoningen voor de lagere inkomens. Voor de corporaties die uittreden uit het bestel van toegelaten instellingen geldt dat ze geleidelijk meer ‘normale’ bedrijven kunnen worden die commercieel werken, gewoon belasting betalen over hun winsten en bovendien een prikkel hebben om meer en goede woningen te bouwen. Door deze maatregelen blijft een kleinere sociale huursector over en wordt de doorstroming bevorderd. Dan komt eindelijk ook de huurmarkt weer in beweging en zullen de wachtlijsten korter worden.
Terug naar de kerntaak. Woningbouwcorporaties moeten hun belangrijke gemeenschapstaak (nog) beter en transparanter verrichten. De principes zijn: schoenmaker hou je bij je leest en gelijke monniken gelijke kappen. De kerntaak is het bouwen en beheren van betaalbare huurwoningen. Alle activiteiten moeten daar aan gerelateerd zijn. Het corporatiesysteem wordt meer sociaal en meer transparant.
Kleinere sociale huursector. D66 wil dat de omvang van de sociale huursector meer in lijn wordt gebracht met de doelgroep. Dit kan door corporaties de mogelijkheid te bieden om uit te treden uit het sociale bestel. Aangezien de corporaties vooral vermogen hebben opgebouwd dankzij de actieve steun van de overheid, moeten uittredende corporaties dat vermogen wel afdragen aan de overheid.
Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie
Een leven lang leren
lees verder


