Inbreng NSL debat - G.Schouw
Voorzitter
Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit houdt de gemoederen al een tijdje bezig en zal dat in de toekomst ook doen.
Nederland is een van de meest verstedelijkte landen van Europa en dat stelt extra eisen aan de luchtkwaliteit. En om te voorkomen dat Nederland ‘op slot’ gaat of ‘in ongezonde lucht moet leven’ vanwege het overschrijden van grenswaarden die samen hangen met de luchtkwaliteit moet zowel:
-
1.preventie (bronbeleid)
-
2.als sanering van luchtvervuiling centraal staan.
Het is geen geheim dat het in ons land niet goed gaat met de luchtkwaliteit. Het is daarom dat aan de Europese Commissie uitstel is gevraagd om – nog even – niet te voldoen aan twee normen. Derogatie is gevraagd voor NOx in 2015 en fijnstof in 2012. De geschetste aanpak heeft de Commissie ervan overtuigd om de normen voor Nederland later te laten gelden.
Voorzitter,
In oktober 2007 hebben we al uitputtend over het NSL gesproken. D66 en OSF hebben toen de grootst mogelijke twijfels geuit over zowel de uitvoerbaarheid als de effectiviteit van de wet.
De grote vraag is nu, hoe gaat dat NSL in de praktijk werken? En hoe ik ook mijn best heb gedaan om alle positieve krachten in mij te verzamelen, ik heb niet kunnen ontsnappen aan het idee van een magische zwarte doos, vol met tovenarij, waarvan ik de logica maar ternauwernood kan ontdekken. Er zijn meetwaarden, een monitoringstool die weer de doorontwikkeling is van de saneringstool, modellen, statistieken en analyses. Ik begrijp dat alles op een wonderlijke manier hoogst intelligent met elkaar samenhangt. Maar of het ook werkt? Of het stuurbaar is? Onze fracties hebben veel twijfel.
Daarom is het goed om het doel van dit circus scherp voor ogen te houden: het verbeteren van de luchtkwaliteit met een set van maatregelen om normen te handhaven.
Voorzitter,
De collega’s van de VVD stelden al eerder de vraag, is het NSL vooral niet een afsprakenkader in plaats van een uitvoeringsplan? En ik kan me eigenlijk maar moeilijk los maken van dat beeld. Vrijblijvende afspraken in plaats van doen.
Onze fracties zien op dit moment vier majeure risico’s die een succesvolle werking van het NSL bedreigen:
-
1.Wegvallen kilometerbeprijzing
-
2.Het systeem van monitoren
-
3.Geen reservemaatregelen
-
4.Juridische toets
Beprijzing
Pikant was natuurlijk dat vrijwel direct nadat de EC uitstel had verleend, de minister van V&W de voornemens om te komen tot kilometerbeprijzing nog dezelfde dag achter in de tijd plaatste. En als dat moment al toeval was, was het een geregisseerd toeval…
Beprijzing zou te ingewikkeld zijn. Een groot risico om het nu in te voeren. Naar de opvatting van onze fracties heeft dat besluit aanzienlijke gevolgen voor het behalen van de prestaties van deze minister. Beprijzing was toch één cruciaal element van de plannen. En wat nu als het hart wegvalt? Graag een reactie.
We weten dat het verkeer een van de grootste boosdoeners is in dit dossier; wat voor nieuwe eisen zou dat moeten stellen aan het bronbeleid van V&W, vraag ik de minister van VROM.
In het antwoord van de minister staat met zoveel woorden dat het Europees bronbeleid niet krachtig genoeg is om op termijn te kunnen voldoen aan de normen. Maar wat is het Nederlands bronbeleid? En hoe krachtig is dat? En waarom wordt op het Nederlandse bronbeleid niet een paar extra verdiepingen gezet?
Terug naar de luchtkwaliteit, vraag is of er nu een dalende trend zichtbaar is. Natuurlijk de recessie helpt mee, maar als de economie weer aantrekt stijgt de vervuiling weer mee. In dit verband begrijp ik het antwoord van de minister in haar brief niet dat ‘door jaarlijkse verschillen in meteologische omstandigheden het moeilijk is om een dalende trend vast te stellen’. Wat wordt daarmee bedoeld?
Monitoring
Of het mechaniek dat zich binnen de zwarte doos van het NSL bevindt werkt is vooral afhankelijk van de (1) geobjectiveerde resultaatmetingen en de (2) bijsturingmogelijkheden. Dat zijn twee zwakke schakels.
Ten aanzien van de monitoring van het NSL valt op dat overheden zélf moeten bewaken of de aangegeven effecten kloppen. Jaarlijks geven ze die gegevens door aan bureau monitoring. Maar het is natuurlijk goed denkbaar dat overheden de effecten zonniger voordoen dan ze zijn. Hoe is de onafhankelijke kwaliteitscontrole hierop voorzien? Of zijn er steekproeven ter controle en verificatie. En hoe is te meten, te verklaren welk project of maatregel een positieve bijdrage geeft en welke niet? Graag een reactie.
Wat mij ook bevreemdt is dat de monitoring niet per project of maatregel het effect aangeeft, zo staat immers te lezen in de beantwoording. En dat is toch gek. Immers het NSL moet de onderbouwing geven voor projectbesluiten.
Als effecten niet per maatregel of project zijn beschreven, is niet te achterhalen welke projecten of maatregelen effectief zijn en welke anderen juist weer niet. Zeg maar een hagelschot waarvan je niet weet welk kogeltje doel treft. Dit is volgens mij een serieuze weetfout. Kan de minister hier eens op ingaan?
Ontstaat niet het risico, vraag ik de minister, dat de monitoring een erg zwakke schakel is, ook in juridische zin, omdat die gebaseerd is op een zelfde soort berekening als het NSL, zonder feitelijke metingen?
Nog een punt over die projecten. Als gevolg van ‘van alles en nog wat’ kunnen projecten wijzigen. Nu wordt een zogenaamde ‘redelijkerwijs’ toets ingevoerd op de kenmerken voor gewijzigde plannen. Maar over welke kenmerken hebben we het dan, en wat is de bandbreedte voor redelijkerwijs? Is die toetsing niet zo zacht als boter als geen heldere set met criteria wordt geïntroduceerd?
Voorzitter,
Reservemaatregelen
In een uitstekend onderzoek van de algemene rekenkamer over de milieueffecten voor het wegverkeer wordt nog eens flink uitgepakt waarom de minister van VROM over doorzettingsmacht moet beschikken. Als Nederland de norm al haalt zal dit met de hakken over de sloot zijn, volgens de rekenkamer. Het is dan verstandig om vooraf duidelijk te maken in welke situaties de minister gebruik zal maken van haar doorzettingsmacht. Waaruit bestaat die macht eigenlijk? En via welke procedure komt die doorzettingsmacht tot effectuering? Op welke wettelijke grondslag zal dit geschieden? Bij amvb?
Wanneer kunnen we die lijst met kansrijke projecten zien?
Onze fracties vragen zich af hoe ruimhartig de mand gevuld is met reservemaatregelen. In de brief van de minister lezen we dat er diverse maatregelen zijn, maar in de praktijk niet toepasbaar vanwege het onvoldoende beschikbaar zijn van technologie. Tja, dat lijkt op een hol klinkende lege fles. Wil de minister nu eens concreet 4 of 5 van die reservemaatregelen noemen die onafhankelijk van technologie inzetbaar zijn? Om welke maatregelen gaat het en welke effectiviteit mag ervan worden verwacht?
In dit verband heb ik ook nog een vraag over het ‘besluit maatregelen richtwaarden luchtkwaliteitseisen. In artikel 2 en 3 staat dat de minister alle nodige maatregelen kan vaststellen als deze maar geen onevenwichtige kosten met zich meebrengen. Hoe moet ik dat lezen? Betekent het dat eventuele reservemaatregelen geclausuleerd zijn door kosten? En zijn dit ook maatschappelijke kosten? En aan welke bedragen moeten onze fracties dan denken?
Voorzitter,
De juridische houdbaarheid van het NSL is de vierde zwakke stee. De bedoeling van de minister is een verandering realiseren van projecttoets naar een zichzelf corrigerende programmatoets. En die zelfcorrectie is weer gebaseerd op:
-
1.Monitoring (zonder validiteittoets)
-
2.Reservemaatregelen die er niet zijn
Een kern in het betoog van de minister is dat zij ervan uit gaat dat beroepen van burgers zich beperken tot een programmatische toets.
Ik wijs de minister erop dat gedurende de periode dat het NSL van kracht is belanghebbende de vraag aan de rechter kunnen voorleggen of de uitvoering van het NSL leidt tot een verbetering van de luchtkwaliteit én of de genomen maatregelen genoeg zijn om de normen te halen.
Het gerechtshof Amsterdam stelde rond de jaarwisseling in hoger beroep in een zaak aangaande gemeente Utrecht dat de gemeente Utrecht er niet alles aan gedaan had om de lucht schoon te krijgen. Het hof ging de Utrechtse maatregelen één voor één na en zo ontstond een soort rechterlijk toezicht op de effectiviteit van plannen. De gemeente moest duidelijk maken wat ze had ondernomen. En dat bleef steken bij goede bedoelingen en veel intenties. Gemeenten gaan uit van een inspanningsverplichting, de rechter van een resultaatsverplichting.
Is het derhalve niet zo dat niet alleen individuele plannen aan het NSL getoetst kunnen worden, maar dat ook de effectiviteit van de daaruit voortkomende maatregelen getoetst kan worden? Het Gerechtshof Amsterdam stelde in de zojuist genoemde zaak (LJN BH2911 9 december 2008), dat een effectiviteitstoets dient te geschieden met de Kaderrichtlijn als toetsingskader. Dit betekent dan toch dat, naast een programmatische toets (toets aan het NSL zelf), die wordt uitgevoerd door de bestuursrechter, ook een toets ten aanzien van de effectiviteit, door de burgerrechter, direct aan de Kaderrichtlijn plaats kan vinden?
We moeten ons daarbij realiseren dat gemeente Utrecht geen uitzondering vormt op de andere gemeenten. Het hof oordeelde overigens dat zij het overleggen van meetgegevens onontbeerlijk acht.
Kent de minister deze casus? En heeft ze laten nazien welke implicaties de uitspraak heeft voor het NSL? Graag een reactie.
De rechter fungeert als toezichthouder op de effectiviteit van het NSL. En dus niet de minister, het openbare bestuur. Maakt deze casus niet duidelijk dat er inzicht moet komen
-
-in de lokale meetgegevens
-
-de effecten van de maatregelen
Het is naar de mening van onze fracties een misvatting dat eventuele beroepen van burgers zich zullen beperken tot een programmatische toetsing. Achterliggende aannames van het NSL staan immers ook ter discussie. Burgers kunnen hun beroep halen bij de burgerlijke rechter. Gemeenten gaan verantwoording afleggen – niet aan de ‘monitor’ van de minister, maar aan de rechter.
Omdat meet- en effectgegevens zo belangrijk zijn, zou het niet verstandig zijn om veel meer te doen aan kennisoverdracht en kennisuitwisseling over wat wel werkt en waarom? Zou er niet een evidenced-based policy programma moeten komen om lokale overheden te leren om te gaan met maatregelen en hun effecten? Graag een reactie.
We zien uit naar de beantwoording.
Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie
Een leven lang leren
lees verder


