Luister naar deze pagina met proReader

China's Olympisch gebrek aan mensenrechten

De Olympische Spelen staan voor de deur. Het is volgens Human Right Watch nog steeds niet te laat om de misstanden op het gebied van mensenrechten in dit land aan de kaak te stellen.

Door Phelim Kine

De Olympische fakkel deed op 21 juni 2008 Lhasa aan met bar weinig respect voor de `fundamentele ethische waarden' die zijn vastgelegd in het Olympisch Handvest. De straten waren niet gevuld met juichende sportliefhebbers maar met duizenden leden van de oproerpolitie die surveilleerden tussen de zorgvuldig geselecteerde toeschouwers en de buitenlandse journalisten die speciaal voor de gebeurtenis waren ingevlogen.

Deze beteugeling is het jongste bewijs hoe het geweld van 14 en 15 maart in de Tibetaanse hoofdstad heeft geleid tot de meest systematische en langdurige repressie van de mensenrechten in China sinds het bloedbad van Tiananmen in juni 1989. De autoriteiten onderdrukten de vreedzame protestdemonstraties tegen de Chinese overheersing van Tibet, waarna relletjes uitbraken die voldoende aanleiding waren voor een verder ingrijpen waarbij buitenlandse media het land uit werden gezet en een intensieve veiligheidsoperatie van start ging met honderdduizenden gewapende politieagenten en militairen.

De Chinese regering gebruikt de laatste weken voor het begin van de Spelen op 8 augustus niet zozeer voor een pre-Olympische versoepeling van de strenge beperkingen van de vrijheid van meningsuiting, als wel voor een intensivering van de wurggreep van degenen die de officieel gedicteerde `harmonieuze samenleving' ter discussie stellen.

Ondanks toezeggingen in 2001 dat de Spelen van 2008 een impuls zouden geven aan de verdere ontwikkeling van `democratie en mensenrechten', hebben de Chinese regering, het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en de meeste andere regeringen geen enkel afdoende verklaring voor het toenemende aantal aantoonbare schendingen van mensenrechten in verband met de Olympische Spelen.

Tot het doelwit van de regeringscampagne tegen de vrijheid van meningsuiting behoort nu ook de kritiek op de bouwnormen in Sichuan, het gebied dat werd getroffen door de verwoestende aardbeving op 12 mei 2008. Zeng Hongling, een gepensioneerde schoolleraar, werd naar verluidt op 9 juni in hechtenis genomen in Chengdu, Sichuan, op beschuldiging van `aanzetten tot subversie' nadat hij drie essays online had gepubliceerd waarin hij de slechte bouw medeoorzaak noemt van de ineenstorting van honderden scholen door de aardbeving. Huang Qi, een bekende dissident en oprichter van de website www.64tianwang.com, gewijd aan vermeende schendingen van mensenrechten die plaatsvinden door heel China, werd op 10 maart in Chengdu gearresteerd voor het vermeende bezit van staatsgeheimen vlak nadat hij bijzonderheden publiceerde over Zeng Honglings arrestatie.

In april werd de Chinese mensenrechtenactivist Hu Jia veroordeeld tot 3,5 jaar gevangenisstraf wegens de `misdaad' van het spreken in het openbaar over de toenemende wurggreep op dissidenten in de aanloop naar de Spelen. Hu's activistische vrouw Zeng Jinyan en hun zeven maanden oude dochter zijn sinds 18 mei 2007 onder huisarrest. En Hu is slechts een van de Olympische dissidenten in gevangenschap. Onder hen bevinden zich Chulin Yang, gevangengezet in juli 2007 voor zijn betrokkenheid bij het verzoekschrift `Wij willen mensenrechten en geen Olympische Spelen', mede ondertekend door boeren die protesteren tegen landonteigeningen; Ye Guozhou, die vier jaar uitzit wegens de organisatie van protestacties tegen onteigeningen in samenhang met de Olympische Spelen; en Wang Ling, in november 2007 veroordeeld tot 15 maanden `heropvoeding' wegens verzet tegen de sloop van haar eigendom voor een Olympische bouwproject.

Vorige maand verloren meerdere advocaten, onder wie Teng Biao, Zhang Jiankang en Jiang Tianyong, hun licentie als officiële sanctie voor het publiekelijk aanbieden van juridische bijstand aan Tibetaanse arrestanten in de nasleep van de rellen in Lhasa in maart. Teng Biao werd al eerder doelwit voor formele vervolging vanwege een brief die hij in september 2007 schreef met Hu Jia. De brief was een scherpe veroordeling van de Chinese regering omdat zij zich niet had gehouden aan haar beloften aan het IOC om de situatie van de mensenrechten voorafgaand aan de Olympische Spelen te verbeteren. Zij schreven onder meer: `Als u op de Olympische Spelen in Peking aankomt_, beseft u wellicht niet dat de bloemen, de glimlachende gezichten, de harmonie en de welvaart allemaal stoelen op een basis van grieven en verdriet, tranen, gevangenschap, folteringen en bloed'.

In weerwil van de vanwege de Spelen tijdelijk uitgebreide persvrijheid voor buitenlandse journalisten hebben ook deze correspondenten goede redenen te vrezen voor hun welzijn. Een Chinese mediacampagne tegen vermeende `subjectieve verslaggeving in westerse media' van de gebeurtenissen in Tibet leidde in maart tot anonieme doodsdreigementen tegen zeker tien correspondenten. Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken heeft tot nu toe geweigerd hiernaar onderzoek in te stellen. De aanvankelijke openheid voor de buitenlandse media in Sichuan na de aardbeving van 12 mei is snel afgenomen. Tot 2 juni heeft de Buitenlandse Correspondenten Club van China (FCCC) zeker acht incidenten geregistreerd van intimidatie of hechtenis van buitenlandse journalisten die verslag wilden doen vanuit het getroffen gebied.

De Chinese regering rekent erop, en tot dusver met succes, dat de zorg om de goede handelsbetrekkingen bij de internationale gemeenschap alle serieuze openlijke kritiek overstemt over de verslechterende mensenrechtensituatie in de aanloop naar de Spelen. Toch vormen bescheiden verbeteringen, zoals een betere procedure bij de herziening van doodvonnissen en de benoeming van een duidelijk aanwezige woordvoerder inzake Soedan, een positief bewijs dat duidelijk uitgesproken internationale druk zinvol is voor een substantiëler mensenrechtenbeleid.

Het is nog niet te laat voor regeringen en het Internationaal Olympisch Comité om met succes een kritisch geluid te laten horen over deze met de Olympische Spelen samenhangende misstanden. Juist het IOC zou publiekelijk moeten protesteren tegen deze `Olympische' schendingen van de mensenrechten en van de Chinese regering moeten eisen dat zij zich houdt aan de toezeggingen op het gebied van de mensenrechten die zij deed om de Spelen van 2008 te organiseren. Nationale Olympische Comités en regeringen van landen waaruit de duizenden atleten, journalisten en toeschouwers naar de Spelen komen zouden zich op eenzelfde wijze moeten uitspreken over deze schendingen, die een directe inbreuk vormen van de beginselen van het Olympisch Handvest, en op de bres moeten staan voor het recht van atleten, journalisten en toeschouwers op de vrijheid van meningsuiting.

Staatshoofden die de uitnodiging hebben geaccepteerd om de Spelen van Peking bij te wonen, onder wie de Nederlandse premier Balkenende, zouden een verbeterd mensenrechtenklimaat tot minimuminzet moeten maken voor hun aanwezigheid in augustus. Doen ze dat niet, dan geven zij zich stilzwijgend gewonnen voor de schurkentactiek van de Chinese regering.

Deze acties vormen geen panacee voor de vele uitdagingen op mensenrechtengebied die China kent. Maar als de aanwezige IOC-officials en buitenlandse vertegenwoordigers oprecht zowel publiek als discreet hun zorg om de mensenrechten in China kenbaar zouden maken, kunnen de Olympische Spelen van 2008 in Peking alsnog een evenement worden waarop zowel China als de internationale gemeenschap met recht en reden trots kan zijn.

Phelim Kine is onderzoeker voor Human Rights Watch in Azië. Vertaling: Arthur Olof.

Artikel in Idee , jaargang 29, nummer 3 (p. 62-64).

 


mail deze pagina naar een vriendprint pagina

online netwerken

facebook.comlinkedin.comhyves.nlyoutube.comTwitter D66flickr.complein66.nl
Blog Jorg van Velzen

Een leven lang leren

We kregen een papiertje, een diploma, en dachten dat we er waren. Onze ouders en grootouders waren trots en we liepen het ene schoolgebouw uit om in een ander, groter gebouw weer terug bij af te zijn. Hadden we in de ene ...
lees verder