Alexander Pechtold herdenkt Hans van Mierlo
Connie, Olivier, Marieke, Stanja,
familie en vrienden van Hans.
Met enige schroom sta ik hier als politicus
om te spreken over Hans, als politicus
op een herdenking ‘in kleine, besloten kring’.
Maar niet spreken is ook geen optie, zou Hans zeggen.
En mijn schroom wordt al minder als ik me realiseer
dat de politicus Van Mierlo
niet te scheiden is van de mens Van Mierlo
Hans was altijd zichzelf.
in de politiek en in zijn privéleven.
Daarom was hij als politicus én als mens zo bijzonder.
Toen hij in ’86 terugkwam als politiek leider van D66,
had hij maar één voorwaarde.
Zijn kinderen gingen vóór.
Zijn privéleven koesterde hij als een warme deken.
Zijn kinderen, familie, zijn liefdes en vrienden.
En de laatste 11 jaar, jij Connie, zijn grote liefde.
De politiek was hem dierbaar.
De partij was hem lief,
Maar jullie waren voor hem de reden van zijn bestaan.
Hans was een warm mens.
Voor hem ging het ook in de politiek om mensen.
In zijn woorden:
‘Als het over een mens gaat, of zoveel maal een mens,
dan wordt het een morele plicht
om niet het risico te nemen
dat er een onrechtvaardigheid gebeurt’.
En hij liet het niet bij die woorden,
In 1993 wilde Hans als Kamerlid een visum voor Poncke Princen.
Hij hield bij die gelegenheid de natie een spiegel voor.
Nederland vond dat de Serviërs en Kroaten vrede moesten sluiten
over ‘de verse graven van hun broeders en zuster heen.’
Maar datzelfde Nederland was niet in staat
tot een humanitair gebaar richting een oude en zieke man
voor diens keuze van 50 jaar eerder…
Een jaar later was hij minister,
trotseerde een storm van protest
en verleende alsnog dat visum.
Politiek en medemenselijkheid als ondeelbaar geheel.
De duizenden reacties op de condoleance-site getuigen ervan.
‘De man, die je het gevoel gaf dat hij het beste met je voorhad.
Zonder dubbele agenda’s, gewoon uit fatsoen.’
Het is het levende bewijs
dat Hans in de hoofden en harten van mensen zit.
En als mens en als politicus diep heeft overtuigd.
Ik weet niet precies hoe het u de afgelopen dagen vergaan is.
Ik kan het misschien wel raden.
Een spervuur van tegenstrijdige gevoelens en gedachten;
dat is wat we ondergaan.
Dankbaar dat Hans een deel was van ons leven.
Maar ook ontsteltenis over de stilte die nu valt.
Het is in die stilte dat steeds één en dezelfde vraag opborrelt.
Een vraag waar ik geen raad mee weet.
Het is de vraag wat Hans er nu van zou zeggen, denken, of vinden.
Het lukt me niet om die reflex te onderdrukken.
Anderen hebben daar ook moeite mee, heb ik al gemerkt.
Misschien moeten we dat dan ook maar niet meer proberen.
Hét boek heeft hij niet geschreven.
Geen bijbel, geen naslagwerk.
We zullen zelf moeten denken, wikken en wegen.
De medaille omkeren en
de achterkant van het gelijk opzoeken.
Hans heeft voorgedaan.
Nu moeten we het zelf doen,
Bezig zijn en blijven met zijn rijke nalatenschap,
Maar in het volle besef dat we daar geen greep op krijgen.
Hans is van ons af,
wij niet van hem.
Hans was een levensgenieter,
Maar de ongerustheid die hem in 1966 de politiek in dreef,
die bleef.
En is de laatste jaren alleen maar groter geworden.
Hij kreeg gelijk met zijn analyse
dat de macht geen gezag meer heeft.
Dat mensen niet meer geloven
dat de politiek iets voor hen kan doen.
Hij zag een politieke cultuur ontstaan, waarvan hij gruwde.
Een cultuur van meedeinen op golven van populisme.
Die de beschaving op het spel zette,
het land verdeelde,
en ons omringende landen plaatsvervangende schaamte bezorgde.
Een land op drift.
Hans is in een politiek onzekere tijd overleden.
Maar Hans was ook een man van hoop en idealisme
dat de politiek uiteindelijk zou inzien dat de wal het schip keert en
de verwaarloosde kiezer tegemoet zou komen.
Die mogelijkheid, die misschien eenmaal in de twintig jaar voorbij komt,
En waarvan de signalen nu onmiskenbaar zijn,
Die mogelijkheid mag niet ongebruikt voorbij gaan.
Dat is geen erfenis, maar een plicht.
Een plicht, voor iedere democraat
Hans, je hebt wel eens gezegd ,
dat D66 misschien veertig jaar te vroeg is opgericht,
maar ik ben blij dat dat niet zo is.
Ik ben blij dat je dat toen hebt gedaan,
anders had ik je nooit leren kennen.
Dan had ik alles moeten missen,
wat mijn politieke bestaan,
en dat van mijn politieke lotgenoten,
de afgelopen jaren zoveel lichter heeft gemaakt.
Je opbeurende aanwezigheid,
toen we langs de afgrond gingen.
Je ingetogen blijdschap,
toen we langzaam maar zeker de weg terug vonden.
De gesprekken aan de keukentafel.
De aardige ironie,
De vingers aan de onderlip,
of strijkend langs de wenkbrauw
als je in gedachten heldere zinnen zocht
voor de juiste formulering van je opvattingen.
De hartelijke lach van een vriendelijke vader,
Of van een vaderlijke vriend.
Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie
Een leven lang leren
lees verder


