Onderwijs
D66 gaat uit van de kracht van onderwijs als motor van onze economie. Investeren in onderwijs en kennis is investeren in de basis waarop de welvaart en economische groei in Nederland in de toekomst gebouwd is. Onderwijs, onderzoek en innovatie zijn de pijlers onder een sterke kenniseconomie, die zich internationaal met de beste kan meten.
In ons onderwijs is er te weinig aandacht voor taal- en rekenachterstanden. Te veel leerlingen betreden én verlaten de basisschool met onvoldoende kennis van de Nederlandse taal. Die achterstand lopen ze niet meer in. In ons onderwijs breken teveel leerlingen hun opleiding voortijdig af. Die schooluitval is niet alleen schadelijk voor ieders persoonlijke ontwikkeling – zonder startkwalificatie beperk je de kansen op de arbeidsmarkt – maar ook voor onze economische groei en voor onze samenleving. In ons onderwijs valt de slagboom van selectie voor sommige leerlingen te vroeg. Kinderen worden niet genoeg geholpen om te ontdekken waar ze goed in zijn en wat ze leuk vinden. Een verkeerde keuze maken en omwegen bewandelen is niet erg, als je er maar achter komt wat je wilt en kunt. Teveel laatbloeiers die gevangen zitten in het systeem betekent teveel onbenut potentieel.
In onze samenleving worden leraren onvoldoende op waarde geschat. Daardoor kampen we met een tekort aan goede docenten, terwijl zij een cruciale rol spelen in het overbrengen van kennis aan en de begeleiding van de ontwikkeling van onze kinderen. Ons onderwijs dreigt achterop te raken bij het niveau van vergelijkbare landen in Europa en de rest van de wereld, terwijl kennis de kurk is waar onze welvaart in de toekomst op moet drijven. We investeren te weinig in onderwijs, onderzoek en innovatie.
Onderwijs is voor D66 dus absolute topprioriteit. Daarom wil D66 Ä2,5 miljard investeren in onderwijs, onderzoek en innovatie. Daar is te lang alleen maar over gepraat, nu moet het ook echt gebeuren. Alleen het allerbeste onderwijs en onderzoek is goed genoeg, zowel aan de top als aan de basis. Mensen zelf, bedrijfsleven en overheid zullen meer middelen moeten vrijmaken voor kennis en onderwijs.
Denken over onderwijs begint bij het individu, niet bij het systeem. Het individu volgt onderwijs dat hem of haar bewust maakt van zijn of haar talenten en die talenten ook ontwikkelt. De toekomst is geen gegeven, als individu geef je daar zelf mede vorm aan.
Ieder individu heeft recht op een minimumniveau van onderwijs dat zoveel mogelijk mensen in staat stelt hun leven zelfstandig en onafhankelijk in te richten en hen de kans geeft het beste uit zichzelf te halen. Uitgaan van het individu betekent ook: dé leerling bestaat niet. Ieder mens ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en moet daarin keuzevrijheid hebben. Het onderwijssysteem, als samenhangend geheel, faciliteert en begeleidt deze ontwikkeling.
Elke leerling verdient gelijke kansen op goed onderwijs. Met ‘leerrechten’ voor jonge kinderen voorkomen we taalachterstanden en schooluitval en geven we ieder individu een vergelijkbare uitgangspositie. D66 wil optimale talentontwikkeling en diversiteit in het onderwijs. Ieder individu moet zich op zijn eigen niveau, op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo kunnen ontwikkelen. Mensen hebben verschillende talenten en verschillende capaciteiten. D66 wil startverschillen minimaliseren en talentontwikkeling optimaliseren. Dat vraagt om maatwerk.
D66 wil meer vrijheid voor scholen en docenten om het onderwijs, samen met ouders en leerlingen, in te richten. We moeten professionals de ruimte geven. Onderwijsinstellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de invulling van hun onderwijs. De overheid is eindverantwoordelijk voor het niveau. Met minder bureaucratie en regels van bovenaf zorgen we ervoor dat scholen en leraren hun vak met trots en plezier kunnen uitoefenen.
Belangrijkste voorstellen:


